De verhuisdozen staan opgestapeld in zijn kantoor in de bestuursvleugel. Wat niet is ingepakt, is al overgedragen – en vice versa. Het gevoel tijdens deze laatste werkweek? Subramaniam kauwt even op zijn woorden. ‘Dubbel. Ik ken deze tent natuurlijk, een mooie tent. Om die achter me te laten… Ik kwam een gedicht van de Duitse dichter Hermann Hesse tegen, Stufen. Daar zit een regel in: ‘Und jedem Anfang wohnt ein Zauber inne, Der uns beschützt und der uns hilft, zu leben.’ Er zit een magie in elk begin, die ons beschermt en helpt te leven. Ik ga iets nieuws beginnen, daar zit iets magisch in. Er zit ook iets magisch in wat ik achterlaat.’
Hij neemt twee weken de tijd om te decompressen, voordat hij aan zijn nieuwe klus begint als collegevoorzitter van de Universiteit van Amsterdam. Thuis, met zijn gezin – in de hoofdstad. De boel laten zakken. Veel wandelen in het mooie lenteweer – en koken natuurlijk, ook zo’n passie van de collegevoorzitter. Het doel: zijn ‘hoofd en hart in lijn brengen’.
Hoe doet u dat, dit afsluiten?
‘Vooral heel veel overdragen, zodat dossiers in goede handen zijn bij de collega’s. Dat is ook voor het hart belangrijk. Maar we zijn een collegiaal bestuur, dus veel is al bekend en zal niet als een verrassing komen. Of het nou gaat om persoonlijke of langlopende dossiers, je probeert altijd de feiten, maar ook de gevoelens te delen. Ik ben zelf een gevoelsmens. Dus het zal geen verrassing zijn als ik zeg dat het gevoel een beetje helpt om me de juiste richting op te wijzen. Je gevoel over kwesties is ook belangrijke informatie om over te dragen.’
Het hoofd en het hart in lijn brengen, zegt u. Welke van de twee had in de afgelopen vijf jaar de overhand?
‘Ik kan niet zeggen dat ze altijd in balans waren. Daarvoor hadden we te maken met een steeds en snel veranderende omgeving.’
Daarop terugkijkend, met wat voor gevoel kijkt u terug op uw periode als collegevoorzitter van de UT?
‘Ik kijk niet ontevreden terug. Ik heb naar eer en geweten gehandeld. Wat ze zeggen: in dit vak moet je op basis van wat je nu weet een keuze maken. In een bestuurlijke functie heb je te maken met schaarse data en schaarse feiten. Een organisatie verwacht toch dat je keuzes maakt. Maar wanneer er nieuwe feiten op tafel komen, moet je ook niet schromen om te zeggen: ik heb me vergist, we hebben nu meer data en een koerswijziging is een verstandige beslissing.’
'Een organisatie die er ondernemend uitziet, kan ook best conservatief zijn'
Doelt u op een specifieke situatie?
‘Nee, in zijn algemeenheid. Het beeld van bestuurders – en ik weet niet of de generalisering helemaal klopt – is dat ze dat niet vaak doen: een andere keuze maken op basis van nieuwe inzichten en feiten. Te standvastig vasthouden aan de ingezette koers. Zo’n bestuurder ben ik niet. Je moet niet schromen van koers te veranderen – zonder dat het zwabberbeleid wordt, natuurlijk.’
Heeft u daar een voorbeeld van?
‘Toen ik hier begon in 2021 had ik de indruk dat het hogeronderwijsstelsel voor zoveel veranderingen stond. Alles was er, het welbekende PwC-rapport over het financieringstekort, de kansen die ik zag om daar met zo’n kleine, ondernemende tent iets mee te doen, eentje die wellicht wat beweeglijker was… Uiteindelijk bleek dat veel taaier dan ik had gedacht. Voor een deel kwam dat door de snel veranderende omstandigheden. Wat ik ook merkte: een organisatie die er ondernemend uitziet, kan ook best conservatief zijn. Dat bedoel ik niet per se negatief. Maar het bleek hard werken.’
![]()
Bij het bezoek van de koning aan MESA+.
Je zou het gerust een roerige bestuursperiode kunnen noemen. Eentje die zich kenmerkte door tal van crises: Subramaniam begon middenin de coronacrisis. Vervolgens de Russische invasie van Oekraïne, gevolgd door een energiecrisis en aanhoudende spanningen in West-Azië die ook ver daarbuiten hun weerslag kennen. De pijlen van de politiek richtten zich ondertussen op de internationalisering van universiteiten, die beteugeld moest worden via de ‘Wet Internationalisering in Balans’. En in het verlengde daarvan: een kabinet met een uiterst rechts en bij vlagen anti-intellectuele inborst. En een baaierd aan bezuinigingen vanuit datzelfde kabinet, eentje die reorganisaties bij twee faculteiten inluidde.
Waar zat voor u de grootste uitdaging?
‘Als rode draad denk ik het articuleren van het belang van de universiteit. Met name voor de regio en daarbuiten. Niet op de manier van: wij zijn hier en zijn belangrijk voor jullie, maar dat we onderdeel uitmaken van een ecosysteem. Op de middelbare school leerde ik over symbiose; een soort kan niet overleven zonder de ander. Je hebt te maken met een vorm van wederzijdse afhankelijkheid. Dat is een positieve kracht; je groeit en bloeit samen als ecosysteem. Als alles er is en elkaar helpt.’
Dat heeft u geprobeerd in de regio Twente?
‘Absoluut. Om de universiteit als een van de elementen van dat ecosysteem te zien. Dat moet je koesteren, maar niet alleen voor jezelf. Binnen de context van dat héle ecosysteem. Ik heb heel veel tijd besteed aan de samenwerking in de regio, met de onderwijsinstellingen, overheden en het bedrijfsleven, om te zeggen: we zijn ván en vóór Twente. Volgens mij is dat gelukt. De gedachte om beter samen te werken was altijd wel latent aanwezig, maar is nu veel actiever en duidelijker. Mijn boodschap is wel, ook aan mensen binnen onze UT-gemeenschap: je moet er werk van maken. We moeten oppassen dat we de link met de maatschappij niet verder kwijtraken, die moeten we juist versterken. Dat is een opgave voor alle universiteiten. Ik ben er trots op dat we als regio meer als één stem, één team, naar buiten toe treden. Want ook intern kom je met elkaar tot bloei als je meer samenwerkt, als je als ecosysteem denkt en opereert. Ik kon als collegevoorzitter niemand dwingen, maar wel kaders scheppen en mensen verleiden om vanuit die gedachte te werken.’
![]()
Bij de gezamenlijke OAJ met Saxion, dit academisch jaar.
De natuurlijke tegenhanger van trots is teleurstelling. Zou u de reorganisatie bij de faculteit TNW de grootste teleurstelling noemen?
‘Geen teleurstelling, maar het is wel het moeilijkste wat ik heb gedaan: mijn ‘handtekening’ onder dat reorganisatieplan zetten. Ik noem het geen teleurstelling, maar het nemen van verantwoordelijkheid. Op een bepaald moment realiseer je je dat je ergens anders voor staat dan waar je voor stond. Dat is op dat moment de gezondheid en de langetermijntoekomst van de gehele instelling. Ook al betekende het op dat moment ook het verdwijnen van mijn oude vakgroep.’
'Het is nog steeds kwetsbaar, ondanks een nieuwe regering, dat moeten we ons realiseren'
En toch is daar ineens een positief resultaat van 27,5 miljoen euro.
‘Ik ben de eerste die zegt: dat hadden we beter moeten doen. Tegelijkertijd zijn we er nog lang niet. We zijn een universiteit in transitie, hebben nog twee faculteiten die geen zwarte cijfers schrijven, terwijl de grootste landelijke bezuinigingen ons nog moeten raken. Het is nog steeds kwetsbaar, ondanks een nieuwe regering, dat moeten we ons realiseren. Wat ik zei over het beter articuleren naar de buitenwereld toe, dat geldt ook voor het verhaal beter en consistenter naar de eigen gemeenschap vertellen. Die hand wil ik zeker in eigen boezem steken.’
Welke les leerde u op de UT en neemt u mee naar Amsterdam?
‘Dat je altijd in gesprek en in contact moet blijven. Maar dat je ook durft te veranderen, zo lang je maar goed blijft uitleggen. Straks op de UvA is de schaal anders, maar tegelijk veel hetzelfde. Dat in gesprek blijven deed ik bijvoorbeeld ook met de medezeggenschap. Op die relatie, die de afgelopen jaren fors verbeterde tussen college van bestuur en universiteitsraad, ben ik trots. Waar wij voor zorgden was dat je de mensen aan de voorkant al meeneemt. Belangrijk daarbij is dat je als collegevoorzitter rolvast blijft en dat de spelregels goed worden afgesproken van tevoren. Zo kom je samen tot betere resultaten, en daar draait het om.’
Op een universiteit draait het uiteindelijk om studenten, vindt u. Wat wilt u die studenten bij uw vertrek meegeven?
‘Dat ze het kloppende hart zijn van de universiteit, het draait om jullie! Ik word zelf heel vrolijk van deze jonge mensen. Ze hebben altijd fantastische ideeën die mij inspireren. En ik heb veel respect voor het activisme, zoals de studenten in het bestuur van de Student Union en de universiteitsraad. Zij pakken met veel verantwoordelijkheidsgevoel hun taken voor de universiteit op.’
![]()
Met voormalig U-Today-kookvlogger Rianne Hagen (vind de vlog hier).
Na honderd dagen collegevoorzitterschap verwees Subramaniam in een interview naar een speech van de Indiase wetenschapper Sumantra Ghoshal. Hij sprak over ‘the smell of the place’: het verschil tussen vermoeid zijn in de verzengende zomerhitte in Calcutta en de energie die hij kreeg tijdens het wandelen in de bossen van Fontainebleau. ‘Ik wil graag meehelpen om zo’n omgeving te creëren, waarin anderen zich kunnen ontwikkelen en willen rennen en springen, precies zoals in Fontainebleau’, zei Subramaniam over de UT.
'Er zijn veel ego's. De UT moet toe naar iets meer wij, en iets minder ik’
Is het gelukt om die ‘smell of the place’ hier te veranderen?
‘Een beetje wel, misschien. Maar niet helemaal. Je kan niet alles naar je hand zetten, daarvoor zijn er te veel variabelen – en te veel ego’s. Soms wel ter grootte van een planeet.’
Hoe laat u de UT achter, denkt u?
‘Ik hoop een stukje weerbaarder en robuuster. We hebben diepe dalen gekend, maar bouwen nu aan de toekomst. Ik ben niet ontevreden met wat ik achterlaat, maar er is nog veel werk aan de winkel voor mijn opvolger. Ook hij of zij zal de urgentie en noodzaak van veranderingen moeten blijven vertellen. En dat het best wat zakelijker kan op de UT. Hier zijn mensen die al hun ziel en zaligheid in hun werk leggen, dat leidt tot wederzijdse verantwoordelijkheid. De UT moet toe naar ‘iets meer wij, en iets minder ik’.’
Die ego’s, blijven die niet in de weg zitten?
‘Er zijn inderdaad veel ego’s, en dat zie je helaas soms terug in de manier waarop we met elkaar omgaan. Ik heb altijd het medemenselijke willen uitdragen. Je kan het namelijk niet alleen, we hebben elkaar nodig. Soms kan het wetenschappelijke personeel neerkijken op het ondersteunende personeel, ik heb dat altijd verafschuwd. Hoe we met elkaar omgaan, dat is zó belangrijk voor alles. We zijn één gemeenschap. En dat niet alleen, ook hoe we met anderen omgaan, zoals het ROC van Twente en Saxion Hogeschool is van belang. We spelen allen een sleutelrol, als onderdeel van hetzelfde ecosysteem.’
![]()
Met de nieuwe OCW-minister Rianne Letschert, afgelopen week.