Photo by: Frans Nikkels
Spotlight

University College Twente; van paradepaardje naar zorgenkindje

| Rense Kuipers

Een kritisch evaluatierapport, een bestuurlijke wisseling van de wacht en collectieve onrust. University College Twente moet de wonden likken. Hoe kon een opleiding voor excellente studenten veranderen van paradepaardje naar zorgenkindje? Een reconstructie.

Ronald Plasterk, de latere minister van onderwijs, noemde ze ooit in een column ‘een dure crèche voor rijkeluiskinderen’. Hij had het over University Colleges: een uit de VS en Groot-Brittannië overgewaaid fenomeen, waarbij excellente studenten streng geselecteerd worden, hoger collegegeld betalen, samenwonen op de campus en een intensief, breed en interdisciplinair bachelorprogramma volgen met veel persoonlijke keuzevrijheid. Dat allemaal onder de noemer ‘Liberal Arts & Sciences’.

T voor ‘Technology’

Voor de millenniumwisseling was het University College Utrecht de eerste met zo’n opleiding voor excellente studenten in Nederland. Een kleine tien jaar later volgde het Amsterdam University College. Het was ook rond die tijd dat de UT oren begon te krijgen naar een eigen excellentieopleiding. Die plannen borrelden even onder het oppervlak, werden vervolgens steeds concreter en vonden hun weg naar strategische visies, beleidsstukken en door de ballotage van de universiteitsraad en onderwijskeurmeester NVAO.

Sinds september 2013 – een jaar later dan in eerste instantie gepland – heeft de UT haar eigen University College. De naam: de Academy for Technology, Liberal Arts and Sciences, kortweg ATLAS. Die T – die staat voor ‘Technology’ – moest een belangrijke en onderscheidende factor zijn ten opzichte van andere Liberal Arts & Sciences-opleidingen. Immers, er bestond nog geen ingenieursopleiding binnen een University College, zo vertelde kartrekker Kees Ruijter. Tot het Twentse University College er was, natuurlijk. Bovendien zagen intimi ATLAS als een ideale katalysator voor onderwijsvernieuwing. ‘Een unieke profilerende opleiding’ en ‘Een aanjager voor de rest van ons onderwijs’, zo luidden de woorden van toenmalig rector Ed Brinksma.

Zelfs in de jaren vlak na de invoering van het Twents Onderwijsmodel, toen de UT volgens de Keuzegids ‘een inzinking’ doormaakte, hield ATLAS als een van de weinige opleidingen de rug recht.

Land van melk en honing

Nee, een ‘eliteopleiding’ mocht het niet genoemd worden. Maar weinigen zullen ontkennen dat de inrichting en randvoorwaarden voor ATLAS even bevoorrecht als jaloersmakend waren. De crème de la crème aan nieuwsgierige en leergierige studenten die aan de poort geselecteerd mogen worden, een hecht onderwijsteam met prijswinnende docenten aan boord, alle ruimte voor de persoonlijke ontplooiing van studenten en alle ruimte voor docenten om heerlijk didactisch te apenkooien. En dat in een kleinschalige en haast hyperpersoonlijke setting; het is de droom van menig student en docent, zeker in tijden van uitbollende universiteiten. Het University College werd een land van melk en honing.

Dat die aanpak z’n vruchten afwierp, was al snel terug te zien in de beoordelingen in de Keuzegids. Stelselmatig sleepte de opleiding het predicaat ‘topopleiding’ in de wacht. Zelfs in de jaren vlak na de invoering van het Twents Onderwijsmodel, toen de UT volgens de Keuzegids ‘een inzinking’ doormaakte, hield ATLAS als een van de weinige opleidingen de rug recht.

Lovende accreditatie en kopzorgen

Daartegenover stonden ook een aantal kopzorgen, met name vanuit de universiteitsraad. ATLAS, al snel omgedoopt tot University College Twente, kampte in feite sinds dag één al met een haperende instroom. Waar de opleiding bij de start mikte op een instroom van minimaal vijftig studenten, waren dat er in werkelijkheid nog geen dertig. Die zorgen over de instroom bleven de jaren erna stelselmatig aanhouden. Zelfs in 2020 werden de instroomcijfers nog als ‘zorgelijk’ bestempeld. Het University College moest werk maken van een nieuwe business case, vond ook het college van bestuur. En de universiteitsraad hamerde op haar beurt meermaals op het kostenplaatje van de opleiding, zeker in verhouding tot de normale bacheloropleidingen van de UT. ATLAS mocht niet meer dan 500 duizend euro meer kosten dan een reguliere bacheloropleiding.

Mede om dat ‘financiële verhaal’ duidelijk te krijgen, werd University College Twente ondergebracht bij de faculteit ITC. Ondertussen was er voor de opleiding nog geen vuiltje aan de lucht, zo blijkt ook uit een accreditatierapport van de NVAO uit 2019. Het visitatiepanel toonde zich over de gehele linie positief en roemde het Twentse University College onder andere om de ‘unieke combinatie tussen engineering en sociale wetenschappen’, ‘de toewijding van goed opgeleid en zeer gemotiveerd personeel’ en ‘de aanzienlijke toegevoegde waarde van het programma, vooral wat betreft de autonome reflectieve werkwijze en het vertrouwen waarmee alumni hun loopbaan kunnen voortzetten’.

Als kers op de taart kreeg University College Twente van de NVAO het bijzonder kenmerk ‘Kleinschalig en intensief onderwijs’. Het is zelfs niet ondenkbaar dat de zo hardnekkige instroomproblematiek daar een positieve bijdrage aan leverde. Hoogwaardig kleinschalig en intensief onderwijs laat zich immers beter realiseren met dertig studenten per jaar, in plaats van driehonderd.

Hoewel het University College inmiddels onder de faculteit ITC viel, zou de verantwoordelijkheid alsnog door andere faculteiten gevoeld moeten worden. Dat bleek niet het geval.

Onveilige cultuur

Als het ATLAS zo voor de wind ging, hoe kan er dan anno 2022 een tamelijk vernietigend evaluatierapport liggen? Uit de interviews die onderzoeker Margot Kok afnam komt een gelaagdheid aan problemen naar voren. Soms op een wat abstracter niveau, met problemen die zich niet zomaar op laten lossen. Neem bijvoorbeeld de inbedding: hoewel het University College inmiddels onder de faculteit ITC viel, zou de verantwoordelijkheid alsnog door andere faculteiten gevoeld moeten worden. Dat bleek niet het geval.

En het lukte – ondanks alle inspanningen – ook niet om een goed plekje te vinden voor het University College binnen de faculteit ITC zelf. Dat kwam – zo valt te lezen – vooral door een verschuivende en daarmee rommelige rolverdeling en communicatie. Een nieuw en onervaren managementteam vond niet de juiste ondersteuning vanuit de faculteit. Saillant is een voorbeeld dat wordt genoemd in het rapport: Het faculteitsbestuur zou het managementteam van het University College nauwgezet willen begeleiden. Een extern bureau moest een managementgame aanbieden, maar die methode kon blijkbaar niet rekenen op de steun van de leden van het ATLAS-managementteam, dat mede door corona amper fysiek bijeen kon komen. Kortom: de gewenste coaching stond zo goed als stil.

En zo is te zien dat de problemen doorsijpelen van een onschuldig abstract niveau tot een meer en meer organisatorische modderstroom: discrepanties in ervaringsniveaus in het managementteam, een daaropvolgende disbalans en frictie, gebrek aan samenwerking, te veel zware en coördinerende taken voor jonge en onervaren stafleden. Die modderstroom toonde zich nog vernietigender toen het rapport de cultuur aansneed. Dat was ‘onveilig op alle niveaus’. Verder valt te lezen dat ‘de omvang van de problemen zo groot is dat medewerkers belemmerd worden in hun werk en leven’. En: ‘Sommigen vluchten in discussies over mandaten en afspraken, sommigen worden ziek, sommigen maken ruzie, sommigen roddelen, sommigen vertrekken, sommigen blijven aanmodderen. In alle gevallen zeggen de ondervraagden dat ze vanwege hun studenten doorgaan’.

Wet van Murphy

Alsof de duivel ermee speelde, was er ook nog de coronacrisis als aanjager van de Wet van Murphy waar het University College onder gebukt ging. Daar had niet alleen het managementteam mee te kampen, het laat zich raden dat het gehele University College daar flink hinder van ondervond – in het bijzonder de studenten. En passant moest ATLAS ook zijn plekje nog vinden binnen een andere faculteit én binnen de gerenoveerde Drienerburght. Zeker voor zo’n kleine en hechte gemeenschap als ATLAS geldt dat de welbekende coronadissonantie – de afstand, het digitaal aanmodderen, de ruis en de initiële 2020-chaos – een zwaardere klap waren dan voor de gemiddelde opleiding.

Een groepje van negen (oud-)studenten hield desalniettemin een vurig pleidooi over alle mooie kanten van het University College: de gemeenschapszin, de student aan het roer, de commitment van de docenten... Dat zou niet te lijden hebben onder het organisatorische ongemak. Desondanks laat de beoordeling in de meest recente Keuzegids een ander beeld zien. Terwijl zeven van de elf Nederlandse University Colleges het predicaat ‘topopleiding’ krijgen, bungelde de Twentse opleiding onderaan het lijstje met 60 punten. Dat terwijl het een jaar ervoor als topopleiding te boek stond. Dan lijkt de constatering van rector Tom Veldkamp in zijn reactie op het evaluatierapport dichter in de buurt te komen: ‘Het gaat om een relatief kleine en hechte community. Als er ergens iets niet goed gaat, dan heeft dat al snel effect op de hele gemeenschap’. Bovendien, hoe nobel het ook is dat de studenten zo opkomen voor hun docenten, uit het rapport blijkt dat de docenten óndanks de omstandigheden een stapje harder liepen, niet dánkzij.

Samengevat: alle betrokkenen willen een bepaalde kant opvaren met het University College. Maar als dat in alle gevallen een andere kant is, blijf je roerloos in het midden dobberen.

Roerloos

Tegelijkertijd maakt het rapport ook een tamelijk wrange balans op, met elementen die niet alleen terug te voeren zijn op de meer pragmatische, organisatorische problemen. Ergens is in de afgelopen negen jaar een verschil in visie ontstaan over het University College. Het college van bestuur wil een jaarlijkse instroom van tussen de 75 en 150 studenten, dat ATLAS een profilerende proeftuin is voor onderwijs en dat er steun is vanuit de gehele universiteit. Het faculteitsbestuur van ITC wil wel helpen, maar niet sturen. Leden van het managementteam werken ondertussen vooral op hun eigen eilandje. En terwijl het kernteam van ATLAS wil blijven bij de oude principes, willen de jonge docenten de excellente opleiding graag in nauwe samenwerking met studenten doorontwikkelen. Samengevat: alle betrokkenen willen een bepaalde kant opvaren met het University College. Maar als dat in alle gevallen een andere kant is, blijf je roerloos in het midden dobberen.

Hoe nu verder? De gezichten dezelfde kant op krijgen was al een eerste – terechte – constatering. Decaan Mieke Boon besloot als Lilianne Ploumen avant la lettre een stap terug te doen; een ander soort expertise is volgens haar nodig om de problemen bij ATLAS op te lossen. Het is nu aan Health-zwaargewicht Heleen Miedema om – afhankelijk van de situatie die zij aantreft – puin te ruimen of enkel wat plinten af te lakken en de muren te sauzen.

ATLAS kan niet in limbo blijven hangen, waarbij het een klein beetje van iedereen is en daarmee dus van niemand.

In limbo

Hoe oppervlakkig of diepgeworteld, overkomelijk of onoverkomelijk de problemen zijn, dat moet nog blijken. De passage in het rapport over de onveilige cultuur stelt de zaken zonder meer op scherp. En wat ook duidelijk uit het rapport naar voren komt, is dat het de UT na negen jaar nog niet gelukt is om haar University College écht een thuis te geven. En dan niet zozeer fysiek, maar verankerd in de organisatie. Er moet duidelijkheid komen over wat de doelstellingen zijn op het gebied van instroom, financiën en de inhoudelijke koers, wat voor studenten ‘afgeleverd’ moeten worden, waar en hoe ATLAS nou echt het beste past binnen de UT, en bovenal: wie het eigenaarschap pakt. ATLAS kan niet in limbo blijven hangen, waarbij het een klein beetje van iedereen is en daarmee dus van niemand.

Bovendien, de voedingsbodem toont zich ondanks de wijdverspreide problematiek nog absoluut vruchtbaar. Tussen de regels in het evaluatierapport door, is te lezen dat de vlam niet volledig gedoofd is bij de betrokkenen. En een rondgang langs wat ATLAS-studenten en -alumni laat zien dat de studenten geëngageerd, gedreven en leergierig zijn en uitvliegen naar prestigieuze instellingen als Cambridge en ETH Zürich. In potentie is University College Twente nog steeds het paradepaardje van de UT dat het altijd had moeten zijn.