Uiterst kritisch rapport over University College Twente

| Rense Kuipers

Een ‘onveilige omgeving op alle niveaus’, onvrede en gebrek aan gezamenlijke doelen, management, communicatie en positionering. Dat staat in een uiterst kritisch extern evaluatierapport over University College Twente (UCT), ook wel bekend als ATLAS. Heleen Miedema moet als interim-decaan zorgen voor een reorganisatie.

Photo by: Frans Nikkels
De Drienerburght, het huidige onderkomen van University College Twente.

Margot Kok, directeur onderwijsbeleid aan de Faculteit Bètawetenschappen van de Universiteit Utrecht, voerde in opdracht van het college van bestuur de evaluatie uit tussen november en februari. Ze interviewde daarvoor 22 betrokkenen: het management, docenten, studenten, alumni en ondersteunend personeel.

Het rapport dat Kok schreef, begint met een opvallende conclusie: terwijl alle betrokkenen de waarde van het University College Twente onderschrijven, voorzien ze allemaal het einde van de opleiding als er geen verandering plaatsvindt.

Zes pijnpunten

Kok identificeerde op basis van de interviews een zestal pijnpunten. De eerste twee slaan op de positionering van UCT binnen de UT en de faculteit ITC, waar de kleinschalige excellentieopleiding sinds 2019 organisatorisch ingebed is. In het rapport staat dat er geen structurele communicatie is tussen het University College Twente en het college van bestuur, laat staan met alle faculteiten. Het resultaat: de verantwoordelijkheid voor ATLAS wordt niet breed gevoeld.

Soortgelijke problemen komen op faculteitsniveau terug. Volgens het rapport biedt ITC het University College ‘een goed thuis’. Maar vervolgens ontstond er frictie tussen het faculteitsbestuur en het nieuw geworven managementteam van het UCT. Dat komt mede door de onduidelijke en ambigue positionering: enerzijds valt het managementteam direct onder het faculteitsbestuur en moet ook aan het faculteitsbestuur verantwoord worden, anderzijds wordt verwacht dat het University College onafhankelijk en universiteitsbreed opereert.

Daarnaast is er sprake van onderlinge onduidelijkheid, onbalans, onervarenheid en gebrek aan communicatie in het managementteam, staat in het rapport. Dat had zijn weerslag op het HR-beleid van het University College, waar door veel verloop ‘juniorstafleden belangrijke coördinerende en leidinggevende taken’ kregen, zonder genoeg ondersteuning.

Onveilige omgeving

De opeenstapeling van al die problemen, zorgde volgens het rapport voor een ‘onveilige omgeving op alle niveaus’. ‘De omvang van de problemen binnen UCT is op dit moment zo groot dat medewerkers belemmerd worden in hun werk en leven’, staat er. En: ‘Sommigen vluchten in discussies over mandaten en afspraken, sommigen worden ziek, sommigen maken ruzie, sommigen roddelen, sommigen vertrekken, sommigen blijven aanmodderen. In alle gevallen zeggen de ondervraagden dat ze vanwege hun studenten doorgaan.’

Ondertussen merken de ATLAS-studenten de onveilige cultuur op, staat in het rapport. ‘Bovendien zijn ze ontevreden over de richting die UCT opgaat. Ze klagen over werkdruk, de onduidelijkheid van de opleiding en geven aan dat er te weinig begeleiding is. Ze zijn bang dat het ATLAS-diploma niet op waarde geschat wordt door andere universiteiten'.

Heleen Miedema

De hoofdconclusie van Kok: het is duidelijk dat medewerkers van UCT niet met elkaar samenwerken en dat de gezichten in verschillende lagen van de organisatie niet dezelfde kant op staan. Er moet een gedeelde visie komen, er moet geïnvesteerd worden in leiderschap en het welzijn van medewerkers, er moet een nieuwe business case komen en ATLAS moet een ‘innovatieve speeltuin’ worden voor veelbelovende docenten.

Om de ‘systematische problemen’ van het University College op te lossen, besloot huidig decaan Mieke Boon een stapje terug te doen, omdat ‘een ander soort expertise nodig is’. Daarom gaat Heleen Miedema, voormalig opleidingsdirecteur van meerdere health-opleidingen en huidig directeur onderwijs bij het TechMed Centre, aan de slag als interim-decaan van ATLAS. Ze begint op 1 mei en haar termijn geldt voor een maximum van twee jaar. Miedema heeft dan het ‘mandaat om het vereiste reorganisatieproces uit te voeren’.