Keuzegids zet UT op elfde plek

| Kitty van Gerven

De Keuzegids Universiteiten, die jaarlijks alle Nederlandse bacheloropleidingen beoordeelt, is niet erg lovend over de UT. In de nieuwe gids voor 2016, die vandaag officieel verschijnt, neemt Twente de elfde plaats in op de ranglijst van alle veertien universiteiten. Veel UT-studenten klagen volgens de gids over de hoge studielast.

Photo by: Gijs van Ouwerkerk

‘Op dat laatste punt heeft Twente de laatste jaren een probleem’, zo wordt gesteld. Dit is ook een van de redenen waarom Twente van de drie technische universiteiten op de laatste plaats is geëindigd. Vorig jaar nog deelde de UT een elfde positie met Delft, dit jaar moet Enschede zowel Eindhoven (derde plaats) als Delft (tiende) laten voorgaan. Volgens de Keuzegids vinden de studenten de opleiding in Eindhoven ‘beter te doen’ dan die in Delft of Twente.

Twents Onderwijs Model

Dat de studielast hier als zwaar wordt ervaren, kan rector Ed Brinksma trouwens wel begrijpen. Het heeft alles te maken met de invoering van het nieuwe Twents Onderwijs Model. Maar of de studenten er op dit moment nog steeds zo over denken, betwijfelt hij. ‘Toen de Nederlandse Studenten Enquête, waarop de Keuzegids is gebaseerd, in januari van dit jaar werd gehouden, waren de modules druk bezet en werd er veel getoetst. Ook onze eigen studentenenquêtes, die elk kwartiel plaatshebben, wezen uit dat de studielast zwaar werd gevonden. Om die reden is er dan ook op aangedrongen de modules wat minder vol te stoppen en wat minder te toetsen. En daaraan wordt inmiddels gehoor gegeven.’

Volgens Brinksma is het dan ook heel goed mogelijk dat de UT-studenten de werkdruk op dit moment al minder hoog vinden dan aan het begin van het jaar. ‘Dat gaven onze laatste enquêtes ook al aan.’

Aanpoten

Desalniettemin moet er tegenwoordig op de UT, in vergelijking met een aantal jaren geleden, harder worden aangepoot; de rector wil dat geenszins ontkennen. ‘Een aantal jaren geleden stond de UT nog hoog op de ranglijst in de Keuzegids, maar we bleken wel te grossieren in studenten die lang over hun studie deden en ook pas in een laat stadium hun studie vaarwel zeiden. Mede om die reden hebben we voor een ander studiemodel gekozen, waarbij de student direct al de juiste werkhouding aanneemt. We hebben dus bewust gezegd: er moet harder gewerkt worden.’

Dat heeft er echter wel toe geleid dat de UT in een overgangsfase terecht is gekomen, waaraan zowel studenten als docenten moeten wennen. En het effect daarvan laat zich voelen in de lage score in de Keuzegids. Tevreden met die score is Brinksma allerminst –‘die moet gewoon omhoog’- , maar zich er ernstige zorgen over maken doet hij nu ook weer niet. ‘Het is niet makkelijk om in een paar jaar je hele onderwijssysteem om te bouwen. Maar het is een kwestie van volhouden en doorzetten. En uit de gegevens in de Keuzegids blijkt toch dat we op tal van fronten op het goede spoor zitten.’

Onvoldoendes

Twente scoort dit jaar dan ook al weer een punt hoger dan vorig jaar. Toen behaalde de UT 56,5 punten, nu zijn dat er 57,5. Bovendien deelde de gids ‘maar’ zes onvoldoendes uit aan UT-opleidingen in plaats van zeven vorig jaar. De onvoldoendes gaan nu naar civiele techniek, communicatiewetenschap, European Public Administration, gezondheidswetenschappen, International Business Administration en psychologie.

Daar staat tegenover dat de UT drie topopleidingen in huis heeft: scheikundige technologie, technische natuurkunde en Technology and Liberal Arts & Sciences, terwijl ook biomedische technologie uitstekend presteert.