Still going strong

‘Ik moet mijn cv nodig bijwerken’

| Bert Groenman

Jaarlijks nemen heel wat 65-jarigen afscheid van de UT, om te gaan genieten van een welverdiend pensioen. Onder hen zijn er ook veel die het strijdtoneel nooit helemaal verlaten. Ze blijven actief op allerlei terreinen en in allerlei uithoeken van de campus. Aflevering 5: emeritus-hoogleraar Olaf Fisscher.

Hun aantal is op een paar handen te tellen: de alumni die na hun studie aan de UT en werk elders, terugkeerden naar Twente om er hoogleraar te worden. Helemaal bijzonder is het als je deel uitmaakte van de allereerste, roemruchte lichting tweehonderd eerstejaars, die van 1964. Zoals professor Olaf Fisscher (70), die ruim vijf jaar geleden afscheid nam van de UT, althans formeel, maar nog steeds als kerndocent en organisator van seminars actief is in het postacademisch onderwijs vanuit de faculteit BMS.

Fisscher was zeventien toen hij na de HBS in Enschede op de campus arriveerde. ‘Ik was een broekie. Alles was nieuw, ook het feit dat we tijdens de introductie de campus niet af mochten.’ De jonge Olaf woonde op Calslaan 1-2, waar vlakbij kettingen over de weg waren gespannen, ten teken dat het iedere eerstejaars verboden was zich buiten de campus te begeven. ‘Echt, ik weet nog precies hoe ze hingen. We mochten er niet af, de campusdecaan - de onlangs overleden professor Jan Schuijer - zag daar streng op toe. Een keertje sloop ik ’s avonds met een paar maatjes naar de Broeierd, aan de overkant van de Hengelosestraat. Om iets te drinken. Daar stuitten we, tot onze schrik, op de ouderejaars studenten van elders, die bij ons het studentenleven moesten introduceren. Zij zaten aan het bier. Wij maakten ons snel uit de voeten. We waren immers in overtreding.’

'Ik snap het wel, een kleine universiteit kan niet alle disciplines voluit aanbieden.'

Binding

De koers en activiteiten van de UT volgt Fisscher nog op de voet, al is hij niet meer elke dag op zijn oude werkplek in Ravelijn te vinden. Maar de binding is er volop. Hij woont al sinds 1992 – na zijn benoeming tot hoogleraar organisatiekunde en bedrijfsethiek – aan de Langenkampweg aan de rand van de campus. Het rijtje woningen in dat groene woongebied was tot beginjaren negentig louter het domein van hoogleraren. Later mocht er ook ander universitair personeel wonen. Zijn huis nam Fisscher destijds over van collega-hoogleraar Errit van der Velde. ‘Errit was mijn docent filosofie, mijn grote leermeester en inspirator.’

Het is allemaal meer dan vijftig jaar geleden, die begintijd. Fisscher studeerde werktuigbouwkunde en technische bedrijfskunde in Twente en filosofie in Nijmegen. Daarna was hij werkzaam in onderzoek en onderwijs in Twente, in Groningen waar hij promoveerde op een organisatiepsychologisch onderzoek onder wetenschappers, en dan opnieuw Twente. ‘Ik was wel gefascineerd door techniek, maar toch vooral geïnteresseerd in mensen en maatschappelijk betrokken.’ In feite was hij de exponent van de koers die de UT (toen nog Technische Hogeschool Twente geheten) vanaf de start wenste te volgen. Een vervlechting van de ingenieurswetenschappen met studies in de maatschappijwetenschappen zoals bedrijfskunde, bestuurskunde en filosofie. ‘Die insteek is in de loop der jaren een beetje verwaterd, is mijn idee, al haalt men met de ‘human touch’ wel wat terrein terug. Ik snap het wel, een kleine universiteit kan niet alle disciplines voluit aanbieden. Al herinner ik me nog dat een jaar of vijftien geleden juist de niet-technische studierichtingen de studentenaantallen op peil hielden. Dus ook in dat opzicht hebben beide kernen elkaar nodig. Maar een feit is dat de technologen het heft nu stevig in handen hebben. De maatschappijkritische, normatieve vragen zijn, als vast onderdeel van het curriculum, onderbelicht geraakt. In dat licht vind ik het een gemiste kans dat mijn leerstoel bedrijfsethiek na mijn vertrek niet meer is ingevuld. Samen met collega André Nijhof hebben we denk ik goed bijgedragen aan de ontwikkeling van het vakgebied.’

'Het is overdreven om Engels te praten als we met Nederlanders onder elkaar in de collegebanken zitten.'

Faciliteiten

Fisscher’s activiteiten richten zich de laatste jaren op scriptiebegeleiding van masterstudenten, promoties en het docentschap op het gebied van bedrijfsethiek, risicomanagement en corporate governance. Hoofdzakelijk Nederlandstalig, ja. Legt uit: ‘Dat de universiteit meedoet in het internationale veld is vanzelfsprekend en onvermijdelijk. Maar het is overdreven om Engels te praten als we, zeg maar, met Nederlanders onder elkaar in de collegebanken zitten.’ En zo zijn er wel meer zaken waar Fisscher, zij het op gepaste afstand, wel iets over op te merken heeft. ‘De UT zou kleine bedrijven meer faciliteiten moeten bieden om verder uit te groeien. Bedrijfskundige aspecten als organisatiekunde, financieel management, marketing en bedrijfsethiek, zijn nu ondergewaardeerd. De universiteit kan zich daarmee juist meer profileren als life-long-learning instituut.’ Wat hem betreft zou de UT zich hard moeten maken voor een eigen business school. ‘Vroeger had de UT met TSM een eigen MBA-opleiding.’

Fisscher ontving in 2012 een lintje vanwege zijn verdiensten op wetenschappelijk terrein en omdat hij 'maatschappelijk verantwoord ondernemen wist te verankeren in het denken en handelen van bedrijven en organisaties'.

Onderwijs

Net als de andere geïnterviewde emeritus-hoogleraren Thomassen (mei 2017), Van Wijngaarden (juni 2017) en Reinhoudt (december 2017) ziet ook Fisscher de UT steeds verder verzakelijken. ‘Er worden steeds hogere prestatie-eisen gesteld aan wetenschappers. Onderzoek, publicaties, fondswerving, onderwijsbelasting. Men wordt afgerekend op het totaalpakket en dat gaat ten koste van het onderwijs. Er moet meer aandacht voor dat onderwijs komen, is mijn overtuiging.’ Dit dan ondanks het feit dat de UT voor haar masteronderwijs onlangs is uitgeroepen tot beste technische universiteit van Nederland en is opgerukt naar de tweede plaats in de overall-ranking van alle Nederlandse universiteiten.

‘Ik heb het eigenlijk best druk’, zegt Fisscher, die sinds vorig jaar ook nog vertrouwenspersoon ‘Wetenschappelijke integriteit’ is, een functie binnen de UT die hij overnam van collega-emeritus Leen van Wijngaarden. Naast zijn UT-werk bekleedt hij tal van bestuurlijke en toezichthoudende functies. Zoals het voorzitterschap van de raad van toezicht van De Twentse Zorgcentra en Concordia Kunst & Cultuur. Ook is hij voorzitter van de Commissie Accreditaties van de Raad voor Accreditatie. ‘Ik wil dit allemaal nog wel een paar jaar blijven doen, maar alles is eindig, ook dit. Het zal uiteindelijk hopelijk een zachte landing worden.’ Daarbij, het is ook een kwestie van fit blijven. Niet roken, niet drinken. En van tijd tot tijd eropuit met de caravan, een Eriba. Lacht: ‘Ja, ik zit op fitness, maar niet op de UT’.

'Ik heb altijd een brede interesse gehad, geniet nog steeds van het wetenschapsbedrijf.'

Trots

Korte terugblik? ‘Eh, zoveel eigenlijk. Wat me zo te binnenschiet: als hoogleraar was ik promotor en copromotor van 26 promovendi. Negen daarvan zijn intussen zelf benoemd tot hoogleraar. Daar word ik wel blij van, trots ook.’ Ook een mooi werkstuk noemt hij de succesvolle ontwikkeling van het internationale tijdschrift CIM, wat staat voor Creativity and Innovation Management, samen met de collega’s De Weerd en Visscher. En het eredoctoraat in 2006, verleend door de Universiteit van Lüneburg. En niet te vergeten de totstandkoming in 2011 van de masteropleiding Risicomanagement. Ook mr. Pieter van Vollenhoven, destijds hoogleraar risicomanagement aan de UT, was bij dat project betrokken.

‘Ik heb altijd een brede interesse gehad, geniet nog steeds van het wetenschapsbedrijf, vooral als ik daarbij iets kan betekenen voor jonge mensen en maatschappelijk zinvol kan bijdragen.’

‘Wat ik niet heb gedaan in mijn loopbaan is het schrijven van een of meer boeken. Wel veel publicaties, maar geen boek. Dat zat er kennelijk niet in. Ik moet trouwens m’n cv ook nodig bijwerken en toegankelijker maken. Al was het alleen maar voor mijn kinderen en kleinkinderen. Ik denk soms dat ze geen flauw idee hebben wat hun vader en opa in zijn loopbaan gedaan heeft en in welke werelden hij geleefd heeft. Dat zou ik meer met ze willen delen.’