Still going strong

David Reinhoudt: Thuis tussen de wereldtoppers

| Bert Groenman

Jaarlijks nemen heel wat 65-jarigen afscheid van de UT, om te gaan genieten van een welverdiend pensioen. Onder hen zijn er ook veel die het strijdtoneel nooit helemaal verlaten. Ze blijven actief op allerlei terreinen en in allerlei uithoeken van de campus.

In het jaar dat GEWIS, de personeelsafdeling voor gepensioneerden, veertig jaar bestaat maakt U-Today een serie over deze ‘diehards’. Aflevering 4: David Reinhoudt, emeritushoogleraar supramoleculaire chemie en voormalig directeur van MESA+.

Zo’n driehonderd wetenschappers uit de hele wereld waren onlangs present op een nanocongres in Groningen ter ere van de drie Nobelprijswinnaars in de scheikunde. David Reinhoudt (75,) was er ook. Het zijn allemaal oude bekenden van hem: Ben Feringa (RUG), de Fransman Jean-Pierre Sauvage en de Amerikaan van Schotse afkomst Sir Fraser Stoddart. ‘Zo’n congres is erg leuk, je hoort de laatste ontwikkelingen, dat houdt je scherp.’ Sinds kort heeft Reinhoudt geen formele binding meer met de UT.

Het vermaarde drietal Nobelprijswinnaars van 2016 kent hij al jaren, Stoddart al sinds 1973. In 2006 verleende de UT hem een eredoctoraat, op voordracht van Reinhoudt zelf. ‘Fraser is een fenomeen’, stelt hij vast, ‘we zijn heel close met elkaar. Het is een alleskunner, die niet van ophouden weet. Zijn sterke punt is het verwerven van tweedegeldstroomfondsen voor onderzoek.’ Iets trouwens waar Reinhoudt ook een reputatie in opbouwde. ‘Fraser schept, net als ik in mijn werkzame periode, een wetenschappelijke ambiance en faciliteert deze.’ Omgekeerd noemde Stoddart (die net als zijn Nederlandse collega baas was van een instituut voor nanotechnologie) zijn erepromotor Reinhoudt destijds ‘my hero’.

‘Kankeronderzoek heeft mij altijd geboeid’

Beter kan je het niet krijgen. Reinhoudt glimlacht: ‘Dit is mijn wereld, ik voel me er thuis. Het grappige is dat Jean-Pierre Sauvage een leerling is van Jean-Marie Lehn, die in 1991 een eredoctoraat kreeg van de UT. Ook op mijn voordracht.’ En om het drieluik, qua UT-nominaties, dan maar even compleet te maken: Harvard-hoogleraar George Whitesides (supramoleculaire chemie, enzymology en nanotechnologie) viel deze eer te beurt in 2001.

Respect

Dat congres in Groningen waar alle grootheden bijeen waren, had hij niet graag willen missen, vertelt Reinhoudt. ‘Maar het is ook best een beetje vermoeiend, vroeg op, de hele dag op pad, veel praten en luisteren, eten, drinken, laat in bed en dat drie dagen achter elkaar. Als ik kijk naar jongere collega’s die nog midden in hun carrière zitten. Wat verzetten die een werk, reizen de hele wereld rond, zijn nooit huis, altijd onderweg. Publiceren. Veel stress en prestatiedruk. Ik heb daar erg veel respect voor, al heb ik zelf ook tientallen jaren lang de aardbol over gereisd. Ik deed niet anders. Gigantisch. Maar dat hoeft nu niet meer.’

Alhoewel, in augustus vloog hij nog naar China, waar hij in Tianjin de Gutsche Award in ontvangst mocht nemen, een onderscheiding voor een senior-wetenschapper die veel heeft bijgedragen aan calixarene chemie. ‘Een soort oeuvreprijs, ja’, lacht hij. En Reinhoudt bezoekt ook nog regelmatig de Universiteit van Pecs, Hongarije. In 2010 ontving hij daar een eredoctoraat en twee jaar later kreeg hij er de Gouden Medaille van Verdienste. ‘Ik zit in de wetenschappelijke board van hun institute voor nanomedicine en adviseer ze bij hun nanotechnologieprogramma.’ Tien jaar geleden, bij zijn formele pensionering, bedacht de aloude universiteit van Parma hem al met een eredoctoraat.

Reinhoudt (rechts), pratend met zijn oud-student en hoogleraar Albert van den Berg.

Dat was dus in 2007. Reinhoudt, die in 1999 de oprichter was van UT-instituut MESA+ en daarvan ook jarenlang wetenschappelijk directeur, had op dat moment nog zeventien promovendi, die kort daarna allemaal promoveerden. Maar het werk stopte niet. Hij bleef vanuit zijn UT-aanstelling druk met allerlei activiteiten, zoals het voorzitterschap van het door hem geïnitieerde Nanoned, waarin de UT als penvoerder een leidende rol vervulde. Dat was een fulltime job die hij tot zijn negenenzestigste vervulde.

Nijmegen

Een voor velen verrassende wending nam zijn post-reguliere loopbaan met een deeltijdbenoeming kort daarna tot hoogleraar toegepaste scheikunde aan de Radbouduniversiteit van Nijmegen. Op z’n zeventigste. ‘Het ging om het intensiveren en uitbouwen van de contacten tussen het medische nanotechnologieonderzoek (nanomedicine) aldaar en de chemische industrie. Om met enig gezag te kunnen opereren in dat grote instituut IMM waarin fysici en (bio)chemici met elkaar samenwerken, gaven ze me een hoogleraarsbenoeming. Zo was ik een dag werkzaam in Nijmegen en een dag in Twente, want dat liep ook gewoon door.’

Voor Reinhoudt was het geen verrassende move, integendeel. Hij paste in het plaatje, met zijn ervaring in de industrie (Shell), internationale programma’s en expertise in de organische en supramoleculaire chemie en nanotechnologie.

Osmose

Osmose noemt Reinhoudt het, zeg maar die vermenging van zijn oorspronkelijke vakgebied de supramoleculaire chemie met de nanotechnologie. Dat loopt als een rode draad door zijn lange loopbaan. De oprichting onder zijn leiding van het MESA+-instituut voor nanotechnologie was het logisch gevolg van die samenvloeiing.  

Begin jaren tachtig, herinnert hij zich, kwam hij een molecuul op het spoor, waar het kankeronderzoek in Nederland wellicht iets mee zou kunnen. Hij zocht contact met collega-hoogleraar Bob Pinedo de eerste medisch oncoloog (in Utrecht en later aan de VU Amsterdam). Die samenwerking is er nog steeds (diens meest recente boek verscheen dit najaar). ‘Kankeronderzoek heeft mij altijd geboeid’, aldus Reinhoudt. Het leidde in de loop der jaren binnen de UT onder andere tot de ontwikkeling van de diagnosticerende nanopil, onder regie van zijn oud-student Albert van den Berg, de huidige directeur van UT-instituut MIRA. ‘Er komt een vervolg op deze ‘nanomedicine’ in Twente, maar daar kan ik nu nog niks over zeggen.’

'Lezingen geef ik niet meer. Principieel niet.'

Kankercentrum

Een belangrijke nevenactiviteit is al jarenlang zijn zetel in de raad van toezicht van het Kankercentrum van het Medisch Centrum van de VU in Amsterdam. ‘Ook dat houdt me scherp. Een van mijn taken is het verwerven van onderzoeksgelden ten behoeve van dure apparatuur zoals voor het image center. Dat gaat goed, ik heb dat m’n hele leven gedaan.’

Begin van dit academisch jaar besloten het CvB en Reinhoudt zijn deeltijdaanstelling te beëindigen. ‘Ik heb na al die jaren dus geen operationele verantwoordelijkheid meer, geen eigen kamer en andere faciliteiten. Dat voelt prima. Ik heb meer dan genoeg te doen. Ik fiets veel, golf bij mij om de hoek (Groot Driene in Hengelo), probeer zoveel mogelijk abstracts te lezen in dat steeds maar groeiende aanbod aan tijdschriften, onderhoud mijn contacten. Nee, lezingen geef ik niet meer. Principieel niet. Dat zou ik alleen doen als ik op wetenschappelijk gebied iets nieuws te melden heb.’

De UT ligt hem na aan het hart, maar de ‘interne processen’ volgt hij niet meer. Wel wil hij nog wel even kwijt dat hij niet warmloopt voor wat hij noemt de ‘terugkanteling’ van de onderzoeksinstituten (zoals MESA+), die weer onder de vleugels van de faculteiten komen te vallen en daarmee hun zichtbaarheid gereduceerd zien. ‘Het loslaten van die focus lijkt me niet verstandig. Het zijn sterke merken die de UT juist op de kaart zetten.’

Los van dat alles: ‘Ik heb besloten om dit jaar met mijn vrouw aan te schuiven bij het kerstdiner van Gewis.’