Werkzame periode van ruim een halve eeuw

| Bert Groenman

Jaarlijks nemen heel wat 65-jarigen afscheid van de UT, om te gaan genieten van een welverdiend pensioen. Onder hen zijn er ook veel die het strijdtoneel nooit helemaal verlaten. Ze blijven actief op allerlei terreinen en in allerlei uithoeken van de campus. In het jaar dat GEWIS, de personeelsafdeling voor gepensioneerden, veertig jaar bestaat maakt U-Today een serie over deze ‘diehards’. Aflevering 2: Emeritus hoogleraar Leen van Wijngaarden.

Photo by: Rikkert Harink

Een oud-student werktuigbouwkunde, afgestudeerd midden jaren zeventig, noemde hem onlangs op een alumnifeestje de geleerdste der geleerden: professor Leen van Wijngaarden, 85 inmiddels, maar nog steeds voor een paar dagdelen per week op de universiteit te vinden. De éminence grise werd in 1965 tot hoogleraar benoemd, hij was toen 33. 

Van Wijngaarden behoorde vanaf zijn benoeming tot de pioniers die de jonge - toen nog - Technische Hogeschool Twente vormgaven. De eerste hoogleraren experimenteerden er volop met -voor Nederland-  noviteiten als campus, de algemene propedeuse en het baccalaureaat technische wetenschappen. Het bijzondere van de algemene propedeuse was dat alle nieuwe studenten nog niet meteen hoefden te kiezen voor een bepaalde studierichting maar eerst konden proeven van de technische hoofdstromen chemische technologie, elektrotechniek en werktuigbouwkunde. ’Erg zinvol’, vertelt Van Wijngaarden.

'Met een probleem ben ik zo een paar dagen bezig. Dat houdt me scherp'

Baccalaureus

Ook het baccalaureaat, in feite de voorloper van de huidige bachelorstudie, voerde Twente vanaf het begin af aan hoog in het vaandel. ‘De filosofie in die tijd was dat de industrie vooral behoefte had aan afgestudeerden die qua niveau zaten tussen de ingenieur en de HTS’er. De Twentse baccalaureus dus. Maar een succes werd het niet. Het bedrijfsleven wist er, alleen al qua salariëring, geen raad mee. Na twintig jaar experimenteren hield de UT het voor gezien en konden de Twentse baccalaurei op basis van praktijkervaring en enkele aanvullende tentamens alsnog hun ingenieursbul behalen.’ Van Wijngaarden vertelt niet zonder trots dat zijn student Leen Noordzij de eerste afgestudeerde UT’er was.   

De eerste studenten, dat waren er tweehonderd, kregen in september 1964 hun eerste colleges. ‘Ik kwam hier een jaar later, na banen bij het Laboratorium voor Aëro- en Hydrodynamica in Delft en het MARIN in Wageningen’. Het MARIN is een bekend instituut op het gebied van onderzoek naar hydrodynamica en maritieme technologie (zoals scheepsbouw en offshore-industrie). ‘Ik herinner me dat ik ooit door een soort studententribunaal ben aangeklaagd vanwege het feit dat in mijn groep aan de UT onderzoek in samenwerking met MARIN werd gedaan. Dat zou vermeende banden hebben met de marine en dat was in die tijd verdacht. Net zoals werk voor Hollandse Signaal, tegenwoordig Thales. Ik had echter niets met de marine of welke krijgsmacht dan ook te maken.’

Afgezeikt

Minder prettig vond Van Wijngaarden ook de doorgeschoten democratiseringsgolf  binnen de universiteit, waarin afdelingsraden veel invloed hadden en een vlotte besluitvorming blokkeerden. ‘Als hoogleraar werd je in de jaren tachtig en eerder vanwege het one-man-one vote systeem vaak afgezeikt. Dat is de laatste decennia gelukkig anders. ‘Op facultair en vooral op vakgroepniveau kunnen we snel zaken doen.’ 

Van Wijngaarden deelt zijn kamer in gebouw Meander met collega-hoogleraar vloeistoffysica Andrea Prosperetti (72), die een paar keer per kwartaal zijn werk aan de Johns Hopkins universiteit in Baltimore afwisselt met de UT. ‘Die man heeft een energie, onvoorstelbaar’, zegt Van Wijngaarden vol bewondering. Maar zelf kan hij er ook wat van. Na zijn afscheid in 1997 was hij een halfjaar gasthoogleraar in Stanford, op uitnodiging van een van zijn oud-studenten, Bert Hesselink, zelf professor aldaar. Kort daarna sloot hij zich weer aan bij zijn vakgroep op verzoek van zijn opvolger Detlef Lohse. De vakgroep heette destijds warmte- en stromingsleer, maar werd omgedoopt in Physics of Fluids.

'Ik kan niet meer zo lang op één been staan'

Gesjoemel

Behalve uit onderzoek en het schrijven van artikelen met mede-auteurs bestaat zijn werk uit het bijwonen van conferenties in binnen- en buitenland  en werkzaamheden voor de UT-commissie wetenschappelijke integriteit. ‘Ik zit niet in de commissie zelf, maar fungeer als een soort trait d’union tussen de commissie en de klager, dus degene die fraude of gesjoemel met data meent ontdekt te hebben bij een UT- wetenschapper. Ik beoordeel de klacht en als deze niet van noemenswaardige omvang is adviseer ik de klager deze niet door te zetten.’ Daarnaast ondersteunt hij zo af en toe Detlef Lohse bij de begeleiding van diens 34 promovendi en zit hij in voorkomende gevallen een promotiecommissie voor. Vanwege zijn gevestigde naam (hij is ook lid van de KNAW) fungeert hij veelvuldig als reviewer voor tijdschriftartikelen op zijn vakgebied.          

Zijn deur in de Meander staat altijd open. Studenten weten hem te vinden met studievragen, als hij er is. ‘Dan ga ik voor ze aan het werk. Met een probleem ben ik zo een paar dagen bezig. Dat houdt me scherp, al heb ik misschien niet meer de bevlogenheid van twintig jaar geleden. Ja, ik hou m’n literatuur wel een beetje bij. Vroeger las ik de Journal of Fluid Mechanics van cover tot cover, nu pik ik eruit wat ik interessant vind.’ Al met al heeft Leen van Wijngaarden een groot deel van zijn leven op de UT doorgebracht. Dit jaar is het 52 jaar geleden dat hij tot hoogleraar werd benoemd. Bescheiden: ‘Ik heb veel mogelijkheden tot verdere wetenschappelijke ontplooiing gekregen, daar ben ik de universiteit nog steeds heel dankbaar voor. ’

Signalen

Over zijn gezondheid heeft Leen van Wijngaarden niet te klagen. Tennissen doet hij op ’s winters indoor, hij golft ook en fietst. En af en toe verblijft hij in Spanje, waar zijn vriendin tussen Valencia en Benidorm een tweede woning heeft. Zijn vrouw overleed vijf jaar geleden. ‘Wanneer ik met dit werk stop?’ Leen denkt na. ‘Dat moment is moeilijk te bepalen. Ik weet ’t eigenlijk niet. Waar je mee stopt komt niet meer terug, dat is de realiteit. Ik zeg tegen mijn omgeving, waaronder mijn kinderen en kleinkinderen: zeg het me als je signalen ziet van aftakeling. Het lijkt er gelukkig op dat ik nog wel even mee kan.’ Zijn leeftijd is hem hoe dan ook niet aan te zien. Ja, het bewegingsapparaat is wat minder stabiel geworden in de loop der jaren. ‘Ik kan niet meer zo lang op één been staan.’

Laatst volgde hij een cursus Bewegen & Vallen, op initiatief  van de gemeente Enschede en bestemd voor alle mensen van zijn leeftijd, gevorderde tachtigers zeg maar. ‘Je zult het geloven of niet, maar ik heb daar veel van opgestoken. Je leert hoe je moet vallen als je bijvoorbeeld over een drempel struikelt. Ook daar moet je op mijn leeftijd oog voor hebben’, lacht hij minzaam.