‘Ik stop als ik mezelf ga herhalen’

| Bert Groenman

Jaarlijks nemen heel wat pensioengerechtigden afscheid van de UT, om te gaan genieten van een welverdiende oude dag. Onder hen zijn er ook veel die het strijdtoneel nooit helemaal verlaten. Ze blijven actief op allerlei terreinen en in allerlei uithoeken van de campus. In het jaar dat GEWIS, de personeelsafdeling voor gepensioneerden, veertig jaar bestaat maakt U-Today een serie over deze ‘diehards’. Aflevering 1: Emeritus hoogleraar politicologie Jacques Thomassen.

Photo by: Arjan Reef

De jaren zijn hem niet echt aan te zien. Wat heet, in september wordt emeritus-hoogleraar Jacques Thomassen 72 maar aan stoppen denkt hij niet. Waarom ook, de wetenschap was tot zijn pensioen zijn reguliere werkterrein, maar ook zijn favoriete bezigheid. En dat is nog steeds zo. 

Ja, af en toe stapt hij op de fiets voor een tochtje door de streek, vermaakt hij zich met zijn vier kleinkinderen (in de leeftijd variërend van vier tot elf jaar) en doet hij een poging om met enige regelmaat het zwembad in te duiken. Of hij gaat met zijn vrouw vijf weken op vakantie, zoals binnenkort naar Amerika. ‘Met een veel te grote camper’, grapt hij. Maar toch, veel uren brengt hij door achter zijn computer. Thuis, of op zijn kamer op vier hoog in de Ravelijn waar hij een werkkamer deelt met collega-politicoloog deeltijdprof Marcel Boogers.

Brand

Gebouw Ravelijn werd eind 2010 officieel geopend en herbergt sindsdien de management- en bestuurskundige opleidingen van de UT. Daarvoor, vanaf zijn benoeming in 1977, zetelde Thomassen in Cubicus, destijds TW-RC-gebouw geheten dat na de grote brand  in november 2002 voor een deel (dat wat nu de parkeerplaats is) in de as werd gelegd. Thomassen was die bewuste dag, woensdag 20 november, elders in het land en zag pas de volgende morgen welke verwoesting het vuur, dat begon in het Rekencentrum, had aangericht. ‘Het was een groot drama. De UT was compleet van de buitenwereld afgesloten doordat het netwerk, in die tijd een van de snelste van Europa, plat lag. Mijn kamer lag aan de voorkant en bleef godzijdank gespaard, maar  veel collega’s en studenten zagen hun boeken, artikelen, scripties en alles wat ze op hun pc hadden opgeslagen in vlammen opgaan.’   

Thomassen herinnert zich dat hij het gebouw altijd al brandgevaarlijk had gevonden. ‘Het pand zag eruit als een onbrandbare grote betonklomp. Maar al die ruwe schrootjes tegen het plafond vond ik bloedlink. En dat bleek: ze zorgden ervoor, vanwege de enorme trek, dat het vuur zich razendsnel kon verspreiden. Wat een geluk dat de brand rond acht uur ’s morgens uitbrak in dat doolhof van trappetjes, nisjes en gangen, er waren nog maar weinig mensen aan het werk.’ 

Scherp en productief

Dat was toen, bijna vijftien jaar geleden. In september 2010 ging hij met emeritaat . De laatste vijf jaar van zijn UT-loopbaan was hij universiteitshoogleraar, een eervolle titel die de universiteit verleent aan toonaangevende hoogleraren die hen vrijstellen van bestuurswerk en onderwijstaken. Een soort oeuvreprijs. ‘Daar was ik wel blij mee, met die erkenning. Kennelijk stel je dan als hoogleraar wat voor’.

Ooit mochten professoren tot hun zeventigste levensjaar in functie blijven, maar die tijd is voorbij. ‘Ik ken collega’s die protesteerden tegen die maatregel. Ik kon me daar wel iets bij voorstellen. Het doen van onderzoek stopt nooit en gaat verder dan de grenzen van de UT of de landsgrenzen. Zelf zat ik daags na mijn afscheid al weer achter mijn computer om de deadline te halen voor een boek waar ik samen met een Leidse collega mee bezig was. En zo is het eigenlijk al die jaren na mijn emeritaat gegaan, nog steeds. Het gaat vanzelf. Ik kan me wel voornemen om het wat rustiger aan te doen, maar er komt continu iets voorbij, dat houdt me scherp en productief. Nee, daar heb ik geen hersengymnastiek of andere breinkrakers voor nodig.’

Boeken , artikelen en boekbijdragen. Thomassen heeft voor het gemak een lijstje gemaakt met boeken (7) die hij sinds zijn pensioen met anderen schreef, en artikelen en boekbijdragen (20). Het fenomeen democratie loopt als een rode draad door zijn hele oeuvre, ook tijdens zijn werkzame periode. Zijn afscheidsrede had als titel ‘De permanente crisis van de democratie’. De klus, als je dat zo mag noemen, waar hij de laatste tijd druk mee is, is de productie en editing van het ‘Handbook of Political Representation’ , een uitgave van Oxford University Press. Een prestigieus project waarin hij samenwerkt met de Amerikaanse hoogleraar  Robert Rohrschneider.

Onthechting

Naast zijn onderzoekswerk zit hij af en toe een promotie voor, als hij daar voor wordt benaderd. ‘Dat is niet zozeer een inhoudelijke taak. Je hebt een voorgesprek met de kandidaat en je loopt het gehele ceremonieel met hem of haar door. Zoiets hoort bij het sociale mechanisme van mijn aanwezigheid hier, zoals ik ook de opening van het academisch jaar en de dies bijwoon. Die verbondenheid met de UT is er nog steeds al is er wel sprake van een zekere onthechting. Er zitten bijvoorbeeld nieuwe mensen in het college van bestuur. Die ken ik nauwelijks.’

Tot voor kort was Thomassen, dat wil hij nog wel even vermelden als interessante bezigheid, voorzitter van de UT-commissie die zich bezighoudt met de wetenschappelijke integriteit van UT-medewerkers. Hij noemt in dit verband de Tilburgse hoogleraar Diederik Stapel die in 2011 betrapt werd op het knoeien met wetenschappelijke data en ontslagen werd. ‘Dat komt meer voor dan ik aanvankelijk voor mogelijk hield. Onderzoekers zijn ook maar mensen. De verleiding is altijd aanwezig om de grenzen op te zoeken van wat door de beugel kan en wat plagiaat is. Vooral datamassage zoals we dat noemen, komt nogal eens voor. Veel gevallen krijgt de integriteitscommissie doorgaans niet te verwerken, maar ze zijn er wel.’

Fragiel

Laatst was Thomassen uitgenodigd een lezing te houden op een conferentie ter ere van de tachtigste verjaardag van een beroemde Duitse collega in Berlijn. ‘Verschillende van de aanwezigen die ik al tientallen jaren ken waren inmiddels ook rond de tachtig. Ik schrok ervan hoe fragiel sommigen waren geworden. Dat versterkte mijn toch al vaste overtuiging dat ik gestopt wil zijn met dit werk voordat ik mezelf ga herhalen en niet meer serieus wordt genomen.’ 

Een tweejaarlijkse evaluatie met de faculteitsdecaan heeft hij net achter de rug. ‘Ik heb zelf op een periodiek funktioneringsgesprek aangedrongen. ‘Ik kan voorlopig weer even vooruit’, lacht hij.