In memoriam: campusdecaan Jan Schuijer

| Maaike Platvoet

Professor Jan Schuijer (1921), ook wel bekend als ‘de campusdecaan’, overleed donderdag 22 februari op 96-jarige leeftijd. Vanaf het moment dat hij met pensioen ging in 1986 bleef hij tot op hoge leeftijd de ontwikkelingen volgen van de universiteit die hem aan het hart lag.

Dat volgen van de ontwikkelingen deed de voormalig campusdecaan nauwlettend. Hij was een trouw lezer van UT-Nieuws en schuwde niet om regelmatig een stukje te schrijven naar de redactie. Dat kon zijn, omdat volgens hem de historische kennis van de universiteitspers niet op orde was was, een andere keer moest er gewoon iets worden rechtgezet.

Naast het regelmatig in de pen klimmen, bleef Schuijer ook op andere manieren nauw contact houden met de UT. Tot 2013 reikte hij jaarlijks de door hem ingestelde Cultuurprijs uit en de sportprijs Stheemanbokaal. Ook was de professor lid van Gewis, de afdeling voor gepensioneerden van de UT-Kring, waar hij regelmatig lezingen bezocht en meeging op excursies.

Pas na 2014 werd het contact met UT minder, omdat ouderdom hem parten begon te spelen. De Schuijer Cultuurprijs werd daarna ook nooit meer uitgereikt.

Maar hoe begon het ooit aan de Technische Hogeschool Twente?

Jan Schuijer studeerde vanaf 1939 scheikunde in Leiden. Zijn studie liep vertraging op door de Tweede Wereldoorlog. Het was soms maar afwachten wanneer een tentamen gemaakt kon worden, vaak gebeurde dat gewoon bij een docent thuis. In 1945 werd de jonge Schuijer preses van het chemische dispuut in Leiden, waar hij ook zijn echtgenote – eveneens een studente scheikunde – ontmoette. Na zijn studie, promoveerde Schuijer in 1952, ook in Leiden. Daarna vertrok hij met vrouw naar Limburg om als chemisch onderzoeker te werken bij de Nederlandse Staatsmijnen.

En toen, op zondagavond 20 oktober 1963 kreeg de 42-jarige Jan Schuijer, chemieonderzoeker bij de Nederlandse Staatsmijnen, een telefoontje van de heer Berkhoff. Deze beoogd rector magnificus van de derde TH in Nederland deed Schuijer het aanbod om een ‘directeursfunctie’ uit te oefenen, namelijk die van campusdecaan. 

Naar Twente

In 1963 verhuisde hij naar Twente. In het laatste interview dat UT-Nieuws met hem had, in 2011, vertelde hij daarover:

‘U moet zich voorstellen dat de campus nog helemaal moest worden opgebouwd. Er was niets. Ik heb ervoor gezorgd dat culturele activiteiten professionele begeleiding kregen door de aanstelling van een geschikte cultureel medewerker. Studium Generale kon ik een aanzet geven door dit bij de secretaris aan te kaarten en met diens instemming een ton op de begroting van de campus op te nemen.’

Een paar jaar later werd Schuijer decaan van de faculteit Chemische Technologie en bleef dat tot aan zijn pensioen in 1986. De professor stond, zeker in de beginperiode, te boek als streng. Wat hij overigens zelf nogal vond meevallen. ‘Streng was ik volgens mij niet echt. Maar de campus was iets nieuws, dat lokte ook diefstal en vernielingen uit. Daarom heb ik weleens studenten in een studentenhuis aangesproken omdat ze onderdak verleenden aan “gespuis”. Dat kon natuurlijk niet.’

En dan was er nog het opmerkelijke verhaal dat jarenlang de ronde deed over het ‘afsluiten van de campus met kettingen’. Daar zou Schuijer verantwoordelijk voor zijn. Waarover hij zei: ‘Dat is echt onzin. De campus was vrij om in en uit te gaan. Maar die kettingen waren er zodat geen vreemde auto’s ’s avonds het terrein op konden, ter voorkoming van diefstal en dergelijke. Iedereen kon zo over die kettingen heen stappen, hoor.’

Fijne herinneringen

Hij was trots op de campus. En droeg dat uit. Schuijer zei zelf fijne herinneringen te hebben aan zijn UT-tijd. ‘De indeling, de beplanting en de bebouwing maken de campus samen tot een uniek fraai geheel. Het Torentje van Drienerlo vind ik ook erg mooi. Misschien komt het omdat ik een hele tijd mijn werkplek had op de begane grond van de Vrijhof en toen uitkeek op dat torentje.’

Ook vond Schuijer het prettig dat ook nu nog ‘zijn campusgedachte’ – waarbij studentenleven, studie, sport en cultuur geïntegreerd zijn – terug te vinden is. ‘De campus nodigt studenten uit tot deelname aan activiteiten en het verenigingsleven, en dat bevordert de onderlinge contacten en daarmee hun persoonlijke ontwikkeling’, zo zei hij in zijn laatste interview.

Met zijn overlijden sluit de UT een bijzondere periode in haar ontstaansgeschiedenis af. Een periode waar deze markante professor een grote bijdrage aan leverde. Daar zullen we hem altijd dankbaar voor zijn.

Wij wensen zijn nabestaanden veel sterkte toe.

Maaike Platvoet,

Hoofdredacteur U-Today.