De Groene Amsterdammer onderzocht samen met de Data School van de Universiteit Utrecht ruim 136 duizend wetenschappelijke artikelen. Daaruit blijkt dat honderden onderzoekers verbonden aan Nederlandse universiteiten in de afgelopen drie jaar artikelen publiceerden met ‘spookreferenties’: verwijzingen naar niet-bestaande publicaties.
Sterk toegenomen
In 2023 bevatte nog één op de 1.400 artikelen een nepreferentie, in 2026 was dit één op de 200. Het aandeel artikelen met verwijzingen naar niet-bestaande bronnen is in de afgelopen drie jaar dus zeven keer zoveel geworden.
Spookreferenties komen in vrijwel alle vakgebieden voor, schrijft De Groene Amsterdammer. Ze ogen meestal netjes en klinken overtuigend. Daardoor zijn ze soms lastig te herkennen.
Het weekblad sprak meerdere wetenschappers die verwezen naar niet-bestaande bronnen. Volgens hen gebeurde dit onbedoeld. Ze stelden een chatbot een onschuldige vraag, bijvoorbeeld of ze niet een belangrijke bron over het hoofd hadden gezien.
Bovenaan de lijst van auteurs met spookreferenties kwam ook emeritus hoogleraar regionale economie Peter Nijkamp, die ruim tien jaar geleden in opspraak kwam vanwege zelfplagiaat. In vijf van zijn recente artikelen waren meer dan twintig spookreferenties gevonden. Nijkamp voelt zich gefopt door zoekmachines, zegt hij tegen De Groene Amsterdammer.
Wageningen
Uit het onderzoek blijken wetenschappers van Wageningen Universiteit de meeste artikelen te hebben met niet-bestaande referenties. De universiteit benadrukt dat de verantwoordelijkheid primair bij de auteurs en tijdschriften ligt, maar gaat wel onderzoeken of interne richtlijnen en controlemechanismen moeten worden aangescherpt.
Volgens een enquête van wetenschappelijke uitgeverij Elsevier gebruikt zo’n 58 procent van de wetenschappers een vorm van kunstmatige intelligentie. AI wordt vooral ingezet voor het zoeken van recente studies en het verzamelen van literatuur, zeggen de wetenschappers zelf.