CELT, het Centre for Expertise in Learning & Teaching, organiseerde deze bijeenkomst. Dat doen ze wel vaker. Vorige week ging het over zogeheten AI-geletterdheid, ditmaal over toetsing. Een heet hangijzer, zo duidde onderwijskundig adviseur Francesca Frittella bij haar introductie. ‘De AI-discussie gaat al snel en veel over toetsing. Er is inderdaad een verschuiving gaande; niet alleen wordt het gebruik van kunstmatige intelligentie moeilijker te detecteren, het wordt net zo moeilijk om het gebruik te bewijzen.’
Geloofwaardigheid diploma
Tegelijkertijd windt het zogeheten studentenstatuut er geen doekjes om: ongeoorloofd gebruik van AI is – net als andere niet-toegestane hulpmiddelen – simpelweg een vorm van frauderen. Daarom hamerde Frittella er bij de aanwezigen op om voor elk vak een eigen AI-beleid op te stellen. Daarin moet duidelijk staan wat wel en niet is toegestaan, hoe studenten hun AI-gebruik kunnen verklaren en wat de consequenties zijn bij vermoedens van ongeoorloofd gebruik. ‘We hebben het uiteindelijk over de waarde en geloofwaardigheid van onze diploma’s’, aldus Frittella. ‘Het is niet voor niets dat visitatiepanels vanuit de NVAO steeds meer vragen stellen hierover.’
Dát studenten volop AI gebruiken is een publiek geheim. Wat tijdens deze sessie ook duidelijk werd: UT-docenten willen niet lijdzaam toekijken hoe het zoveelste AI-gegenereerde verslag op hun bureau belandt. Zes van hen deelden hoe zij hun onderwijs meer ‘AI-resilient’ maakten.
Minder schrijven, meer argumentatie
Zo gooide Dennis Reidsma (Creative Technology) een vak om: eerst moesten studenten een verslag schrijven, nu is het een kwestie van puzzelen met een vooraf aangereikte template in PowerPoint. ‘Deze opzet is dusdanig gefragmenteerd dat ik me niet kan voorstellen dat AI inzetten een meerwaarde heeft. De focus lag eerst op het schrijven, nu op logica en argumentatie. We sluiten het vak af met een mondelinge toets.’
Gül Özerol, opleidingsdirecteur van de master Environmental & Energy Management, gooide het over een vergelijkbare boeg. Eerder schreven studenten een essay ter reflectie op een vak, nu gebeurt die reflectie in de vorm van een video met PowerPointpresentatie ter ondersteuning.
Yudit Namer (psychologie) wisselde van groepspresentaties naar een ‘consensus-building session’, zodat elke student een actieve rol speelt. ‘Misschien niet zozeer vanwege AI, maar vooral omdat twintig dezelfde presentaties gewoon saai werden’, gaf ze toe.
Digitale voetafdruk
Mark Timmer, opleidingsdirecteur van de lerarenopleidingen, verruilde een thuisopdracht voor een open boek-toets in Remindo en een thuisopdracht gecombineerd met een mondelinge discussie achteraf. ‘Met als bijkomende voordelen dat studenten meer opletten tijdens de colleges, wetende dat er een toets zou komen. De mondelinge discussies dwingen studenten om de literatuur te lezen en hun eigen werk te begrijpen.’
Docenten Dipti Sarmah (Technical Computer Science) en Marcello Gómez Maureira (Creative Technology) gingen nog wat stappen verder. Gómez Maureira bouwde een plug-in voor het programma Blender waar zijn studenten een 3D-object in ontwerpen. Die plug-in maakt elke tien seconden een screenshot. Alsof je als docent digitaal over de schouder van de student meekijkt. Sarmah liet studenten in groepen eerder een eindproject inleveren. Nu, in haar ‘process-focused projects’, draait alles om het proces: in het platform Gitlab ziet ze aan de hand van comments de digitale voetafdruk van de studenten. Daarnaast heeft ze allerlei intervisiemomenten en tussentijdse evaluaties ingepland.
Niet het resultaat, maar het proces
De logische afdronk bij zo’n sessie: docenten laten hun onderwijs meebewegen met de stormachtige AI-ontwikkelingen. Wat daarbij vooral opvalt: er komt veel minder focus te liggen op het eindresultaat en meer op het leerproces. Logischerwijs laat zo’n sessie van anderhalf uur nog genoeg vragen onbeantwoord: wat te doen met AI-gebruik dat in een grijs gebied valt? En hoe confronteer je studenten met ongeoorloofd AI-gebruik? En hoe tijdrovend en intensief is het om constant het wiel opnieuw uit te vinden, om net die ene stap voor te lopen op die ‘slimme’ student?
Die wellicht eeuwige zoektocht vatte Reidsma treffend samen. ‘Hoe je het ook wendt of keert, je wil uiteindelijk zo goed mogelijk kunnen beoordelen of je studenten de materie begríjpen en beheersen.’