‘Diversiteit belangrijker dan hoeveelheid partijen’

| Rense Kuipers

Voor medewerkers zijn er slechts tien kandidaten voor negen zetels, bij de universiteitsraadsverkiezingen aankomende week. Toch valt er wel degelijk wat te kiezen, zeggen lijsttrekkers Herbert Wormeester en Jacqueline Weppelman. ‘Diversiteit in vertegenwoordiging is belangrijker dan het aantal kandidaten of partijen.’

Campus Coalitie-lijsttrekker en universiteitsraadsvoorzitter Herbert Wormeester.

‘Eigenlijk heeft de partij van Herbert één naam te veel op de lijst’, zegt Jacqueline Weppelman – van eenpersoonspartij List Weppelman – met een brede glimlach. ‘Dan waren er geen medewerkersverkiezingen nodig geweest.’ Wormeesters partij Campus Coalitie heeft namelijk negen kandidaten op de lijst. ‘We zijn actief op zoek gegaan, maar gingen niet tot het gaatje’, zegt hij. ‘Werkdruk is een issue. Er waren mensen die zeiden: hartstikke leuk, maar klop over twee jaar weer aan. Daarnaast wilden we voorkomen dat we faculteitsraden zouden leegroven en daarmee de decentrale medezeggenschap met problemen zouden opzadelen.’

Is er wat te kiezen?

Valt er, met deze tien kandidaten voor negen zetels, wel wat te kiezen voor medewerkers komende week? ‘Je kan zeggen: het valt tegen. Maar is er wel degelijk wat te kiezen’, zegt Wormeester. ‘Eigenlijk was er nóg meer te kiezen in de afgelopen periode, toen mensen zich verkiesbaar konden stellen. Maar blijkbaar waren er niet meer gegadigden. Wat we gelukkig wel zien in onze eigen kringen, is dat de mensen die bedankten voor een plek op de kieslijst zich wel actief willen inzetten voor de partij. Zo hebben we een schil aan actieve mensen om onze fractie heen, die we regelmatig om input kunnen vragen. Dat is ook ontzettend belangrijk.’

Weppelman, zelf sinds eind 2020 weer in de Uraad, denkt dat werkdruk een grote rol speelt in het gebrek aan animo. ‘Je kunt het wel leuk vinden, maar je bent al gauw één à anderhalve werkdag per week druk met de medezeggenschap. Ik kan het gelukkig combineren met mijn functie, maar ik snap dat het met name voor academisch personeel ontzettend lastig is.’ Dat beeld herkent Wormeester. ‘Er komt wat bij kijken als raadslid. Je moet je inlezen – soms in gortdroge stukken. Neem bijvoorbeeld jaarverslagen over proefdiergebruik of ioniserende straling. Die staan ieder jaar op de agenda, maar je hebt wél de verantwoordelijkheid om je in te lezen, de stukken te interpreteren en de haken en ogen te identificeren.’

Signalerende functie

Tegelijkertijd is het niet alleen maar gortdroge vergadermaterie, weet Wormeester. ‘Het begint bij transparantie; onze legitimiteit zit voor een groot deel in ervoor zorgen dat de middelen die de universiteit beschikbaar krijgt, goed besteed worden. Daarnaast hebben we een belangrijke signalerende en agenderende functie: bijvoorbeeld om het college van bestuur tot haast te manen als het gaat over de financiële situatie van studenten uit conflictgebieden – en daarmee bedoel ik niet alleen Oekraïne. Of de problemen die medewerkers hadden met de software van AFAS. Dat zijn zaken die we bij het college van bestuur hebben aangekaart en waar wat mee gedaan werd.’

Diversiteit in vertegenwoordiging

Eén grote partij en een eenpersoonspartij die verkiesbaar staan, terwijl het de afgelopen twee jaar ook al moeizaam was in verkiezingstijd – onder andere door de coronacrisis. Wat zegt dat over de staat van de medezeggenschap? Die hoeft volgens Wormeester en Weppelman allesbehalve ter discussie te staan. ‘Het gaat niet om de hoeveelheid aan partijen of kandidaten’, zegt Weppelman. ‘Ik denk dat de huidige samenstelling van de Tweede Kamer een goed voorbeeld is dat méér niet altijd béter is. Het belangrijkste is dat je diversiteit in vertegenwoordiging hebt. Dat is veel belangrijker dan het aantal partijen.’ Daar is Wormeester het mee eens. ‘Het belangrijkste is pluriformiteit, om geluiden uit diverse hoeken van de UT-gemeenschap te laten horen. Daar hebben we bij het samenstellen van onze kandidatenlijst nadrukkelijk rekening mee gehouden.’

PvdA en GroenLinks

Wat beide partijen willen bieden? ‘Omdat we zo’n breed palet aan kandidaten hebben en met een grote groep zijn, kunnen we ons in allerlei dossiers vastbijten: op het gebied van onderzoek, onderwijs, financiën, personeelsbeleid, strategie… Dat is het grote verschil van Campus Coalitie ten opzichte van List Weppelman; ik vermoed dat Jacqueline een grotere uitdaging zal krijgen om te kiezen op welke dossiers ze zich wil richten.’

‘Met mijn achtergrond heb ik veel te brengen op het gebied van financiën, bedrijfsvoering en personele regelingen’, zegt Weppelman. ‘Zo richtte ik me bijvoorbeeld al op de klokkenluidersregeling. Het conceptstuk daarover dreigde allesbehalve people first te worden, terwijl het juist belangrijk is dat misstanden tijdig gemeld kunnen worden.’ Daarom vindt ze het ook jammer dat de Partij van de UT – en met name Uraadsveteraan Dick Meijer (in verband met zijn aanstaande pensioen) – wegvalt uit de universiteitspolitiek. ‘Hij is op allerlei manieren en vlakken deskundig en komt bovenal op voor de rechten van medewerkers. Dat rechtvaardigheidsgevoel, dat wil ik graag voortzetten.’

Behalve de onderlinge verschillen, wijzen beide lijsttrekkers vooral op de overeenkomsten en de gezamenlijke verantwoordelijkheden van de medezeggenschap. ‘Het zit ‘m niet in de partijpolitieke punten of programma’s, maar in de accenten die je legt’, zegt Wormeester. ‘Ik durf wel te stellen dat we voor 99 procent op dezelfde lijn zitten’, vult Weppelman aan. ‘Het is dat ik als eenpersoonspartij verkiesbaar sta, ik had net zo goed onderdeel kunnen zijn van Campus Coalitie.’ Met een knipoog: ‘We zijn een beetje als de PvdA en GroenLinks.’