Uraad stemt in met gedragscode voertalen

| Rik Visschedijk

Met een grote meerderheid stemde de Uraad gisteren in met de gedragscode voertalen, die daardoor komend januari van kracht is. Bijna alle leden konden zich vinden in het document. Alleen PvdUT toonde afkeur. ‘Dit faciliteert de verengelsing van de UT en gaat veel te ver’, aldus Dick Meijer.

Photo by: Annabel Jeuring

University COunsil agrees with code of conduct languages

By a large majority, the University Council agreed yesterday to the code of conduct for official anguages, which will therefore come into force in January. Almost all members agreed with the document. Only PvdUT showed disapproval. ‘This facilitates the UT's Anglicisation and goes way too far,’ said Dick Meijer.

De meerderheid in de Uraad, 14 tegen 3, kon zich prima vinden in de gedragscode. Leon van der Neut (UReka), prees de snelheid waarmee de gedragscode is opgesteld. Zijn opmerkingen gingen over de uitvoering van de code. ‘We zijn een organisatie in verandering’, zei hij. ‘Hou daar rekening mee en pas zo nodig ambities aan.’ Wat hem betreft moet de UT het aanbod van het UT Language Centre beter onder de aandacht brengen bij studenten en medewerkers. Maar al met al, is de gedragscode een ‘goed doordachte strategie’, aldus Van der Neut.

Weerwoord kwam, niet onverwacht, van de PvdUT. Volgens Dick Meijer gaat deze code regelrecht in tegen het ‘Nederlands, tenzij’-principe, zoals dat nu in de Wet hoger onderwijs staat. Hij gelooft niet in een inclusieve universiteit door Engelstaligheid. ‘In de collegezalen zie je groepjesvorming en als docent merk ik dat het academische niveau achteruit gaat. Met dit beleid dreigen we een tussenstop te worden voor internationale studenten en medewerkers.’

Maar hij kreeg, behalve lijst ET, geen fracties mee in zijn verhaal. Jelle Ferwerda (CampusCoalitie) drukt het college op het hart om te zorgen dat studenten en medewerkers de weg weten te vinden naar het aanbod van het UT Language Centre. ‘Want de taal spreken is belangrijk voor de sociale cohesie op de campus en nodig om mee te doen in de samenleving om ons heen.’