Taalbeleid: ‘Over drie jaar praten we er niet meer over’

| Rik Visschedijk

Engels als formele taal en waar het kan, maar blijf gerust Nederlands praten bij het koffieapparaat. Dat is in een notendop de uitwerking van het taalbeleid op de UT, zoals het college van bestuur onlangs naar de universiteitsraad stuurde. Die geeft eind maart advies over het beleidsstuk.

Collegevoorzitter Victor van der Chijs noemt het beleid ‘een logisch vervolg op de internationaliseringsvisie van 2015.’ Hij verwacht niet dat er veel discussie over ontstaat op de campus. ‘Als UT waren we een van de eersten die overgingen op het Engels. Daardoor is het Engels al een tijd lang de modus operandi. We doen dit, omdat we een internationale universiteit zijn waar inclusiviteit hoog in het vaandel staat. Een technische universiteit is per definitie grotendeels Engelstalig. Het beleidsdocument is er een vertaling van.’

‘Internationalisering geen issue meer’

Volgens het taalbeleid wordt alle, formele communicatie, waaronder de officiële documenten, Engelstalig. Vergaderingen zijn in principe in het Engels, Nederlands mag als iedereen de taal goed beheerst. Berichtgeving via de medewerkersportal is in de eerste plaats Engels en kan waar gewenst ook in het Nederlands. Alle masteropleidingen zijn al in het Engels en de laatste bachelors zitten in de overgangsfase. Van der Chijs: ‘Ik verwacht dat internationalisering over drie jaar geen issue meer is. Dan zijn we een compleet internationale universiteit waar Engels lingua franca is.’

De opmars van Engelstaligheid in het hoger onderwijs krijgt echter ook de nodige kritiek, bijvoorbeeld in de landelijke politiek. Die geluiden zijn terug te voeren naar de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). Daarin staat dat universiteiten zich bij Nederlandse studenten moeten richten op ‘de bevordering van de uitdrukkingsvaardigheid in het Nederlands’. De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) adviseert om aandacht te besteden aan Nederlandse taalvaardigheid.

De UT kiest ervoor om dat extracurriculair te doen. ‘De opleidingen geven aan dat het curriculum al vol genoeg is’, aldus Van der Chijs. ‘Daar willen we niet nog een leerdoel aan toevoegen. Maar, ik kan me voorstellen dat studenten goed in het Nederlands willen leren schrijven. We gaan inventariseren of die behoefte er inderdaad is en daar met het TCP Language Centre op inspelen. Dat geldt ook voor het aanbod Nederlandse cursussen voor internationale medewerkers.’

De politieke discussie over Engelstaligheid neemt Van der Chijs voor kennisgeving aan. ‘Het gaat gewoon niet op de voor technische universiteiten. Wij zijn per definitie Engelstalig, omdat we ons begeven in een internationaal speelveld. Het gaat ons niet om het curriculum, maar om de UT-gemeenschap, waar iedereen zich welkom moet voelen. Om die reden worden alle sollicitatiegesprekken, ook moet ondersteunend personeel, deels in het Engels gevoerd.’

Van steenkolenengels naar de top 5

En dan is er nog de kritiek op het Engelse niveau van de docenten. ‘Steenkolenengels’ zeiden studenten onlangs in de Keuzegids en gaven de UT gemiddeld een 6,3 voor het Engels. Daarmee staat de UT op een gedeeld laatste plaats. ‘Ik ben ervan overtuigd dat het niet zo slecht is gesteld met het Engels’, aldus Van der Chijs. ‘Maar, we nemen het signaal wel serieus. Daarom spreken we een ambitie uit. In 2020 staat we in de top 5.’

Dat doel bereikt de universiteit volgens Hetty Bennink (beleidsadviseur International Affairs) geleidelijk. ‘Door ons taalbeleid verwachten we meer instroom van internationaal personeel. Als je in een internationale omgeving werkt, dan heeft dat een positief effect op je taalbeheersing. Daarnaast vergroten we ons cursusaanbod en maken dat meer op maat. We zien nu dat personeel niet heel erg gemotiveerd is om een cursus op te pakken, omdat ze het vereiste C1-niveau al hebben. Voor docenten denken we daarom aan een cursus Engels toegespitst op de collegezaal.’

Docenten die het C1-niveau niet halen, mogen uiteindelijk niet voor de klas, zo staat in het document. Op dit moment is dat 1,3 procent, terwijl 14,4 procent nog niet getest is. ‘Maar, daar ga ik niet vanuit’, zegt Van der Chijs. ‘Als je het C1-niveau niet haalt, dan kun je herkansen. We bieden ondersteuning om daarvoor te slagen.’

Het uitgangspunt bij de overgang naar het Engels is volgens de collegevoorzitter juist niet om mensen buiten te sluiten. ‘Je staat echt niet buitenspel als je een toets niet haalt. Sterker, we denken erover om mensen te belonen als ze in zichzelf investeren. En we stimuleren uitwisselingen, zowel voor wetenschappelijk personeel als ondersteunend personeel. Een paar weken meekijken bij een internationale partner is de beste cursus die je kunt volgen.’