Comeback

| Redactie

Het commentaar van U-Today. De UT-vlag kan uit: in de Keuzegids stijgt de UT landelijk naar een tweede plaats en maar liefst acht opleidingen krijgen het predicaat ‘topopleiding’. Het Twents Onderwijsmodel is een jas waar de UT perfect ingroeide. Nu is het zaak om te blijven luisteren, en bij te sturen waar dat gepast is.

De UT-vlag kan uit: in de Keuzegids stijgt de UT landelijk naar een tweede plaats en maar liefst acht opleidingen krijgen het predicaat ‘topopleiding’. De ranking in de keuzegids is belangrijk, want het zijn de studenten die hun curriculum beoordelen. Dat is meer waard dan de slager die z’n eigen vlees keurt.

Met deze uitstekende ranking zet de UT een ingeslagen weg voort. Vorig jaar waren de bachelors positief en begin 2018 was ook gebak voor de medewerkers, omdat studenten de masteropleidingen goede waarderingen gaven. Dit na jaren van kritiek, die direct terugvoeren op de invoering van het Twents Onderwijsmodel (TOM). Nu die strakke regels van het model worden losgelaten, schiet de studentwaardering omhoog.

Want hoe anders was dat de jaren ervoor. In 2014 en 2015 verkeerde de UT in de onderste regionen van de Keuzegids. Toenmalig rector Ed Brinksma zei in rampjaar 2014: ‘De invoering van een nieuw onderwijsmodel kost drie à vier jaar’. Dat blijken visionaire woorden. En natuurlijk had hij een punt. Studenttevredenheid mag dan een belangrijke graadmeter zijn, net zo belangrijk is een visie op studiekwaliteit. Wanneer een ouder zijn kind chocolade ontzegt, dan krijgt ‘ie op dat moment geklaag. Maar de kans is groot dat het kind later zegt: ik ben blij dat ik geen obesitas heb.’

Dat wil niet zeggen dat de ouder – en in dit geval de opleiding – niet kan luisteren naar de wensen van de student. Opleidingsdirecteur Stefan Kooij van de absolute topopleiding technische natuurkunde zegt het zo: ‘Het begint vooral met luisteren, naar zowel studenten als docenten.’ Dat luisteren doet Kooij in de eigen taal, want de opleiding is als een van de weinige nog Nederlandstalig. ‘Zeventig procent van de studenten vindt dat we internationalisering ver genoeg hebben doorgevoerd.’

Hoe anders is dat bij de minst gewaardeerde opleiding psychologie. Dit is wat betreft de instroom de meest internationale opleiding. Hier worden de collegezalen gedomineerd door onze oosterburen. Een direct verband leggen tussen het internationale karakter in het leslokaal en de studenttevredenheid is gevaarlijk, maar het valt wel op. Want ook Management, Society and Technology (oftewel European Public Administration), die andere door Duitse studenten opleiding gedomineerde studie, bungelt onderaan in de Keuzegids.

Los van de vraag hoezeer studenten het opgelegde internationale klaslokaal waarderen, draait het bij de studentwaardering om kleinschaligheid en maatwerk. Psychologie met zo’n driehonderd studenten per jaar, tegenover technische natuurkunde met zo’n zeventig. Bij een minder grote populatie is het makkelijker luisteren naar de student, en makkelijker om flexibel te zijn. Zoals opleidingscoördinator Brigitte Tel van technische natuurkunde het zegt: ‘We hebben TOM niet op de regel gevolgd. Het 15 EC-of-niets principe had alleen maar demotiverend gewerkt.’ 

Het eclatante succes in de Keuzegids is daarmee toe te schijven aan twee factoren. Op de eerste plaats is het een succes van de TOM-visie: kleinschaligheid en veel contacturen. Met gelijke tred is het succes een overwinning van de bevrijding op datzelfde model. Zo bezien is TOM een jas waar de UT perfect ingroeide. Nu is het zaak om te blijven luisteren, en bij te sturen waar dat gepast is.