Je won afgelopen maand de Centrale Onderwijsprijs. Hoe beleefde je de finale?
‘We gaven met z’n drieën (Bas Borsje, Mohammadreza Farrokhnia en Pim van ’t Hof, red.) een minicollege. Echt niets dan lof voor de anderen, want het zat zo dichtbij elkaar. Dan komt het denk ik op de details aan. Het was in die mooie zaal in de Vrijhof, het Amphitheater. Die kende ik toevallig nog omdat ik er bij Van Torentje naar Torentje SP-lijsttrekker Jimmy Dijk interviewde. Dus ik kende de zaal, de belichting, de techniek... Het was een goedgevulde zaal, ik kon contact maken met het publiek. Dus ik was helemaal in m’n element. Misschien dat dat de doorslag gaf.’
'Wat ik studenten probeer mee te geven is dat civiele techniek méér is dan alleen beton en staal'
Wat typeert je onderwijsstijl?
‘Alle studenten hier kunnen een boek uit hun hoofd leren, dat is de uitdaging niet. Maar dat échte contact maken met de studenten, daarmee wil ik ze enthousiasmeren voor het vakgebied. Bovendien vind ik het belangrijk om moeilijke dingen begrijpelijk uit te leggen. Die twee probeer ik zo goed mogelijk met elkaar te verbinden.’
Op wat voor manier?
‘Neem het vak Fluid Mechanics: dan moet je bijvoorbeeld begrijpen hoe vloeistoffen langs cilinders stromen. Dat spreekt nou niet bepaald tot de verbeelding. Maar ik probeer mijn colleges altijd af te sluiten met aansprekende voorbeelden. Want vloeistoffen die langs cilinders stromen, dat is dus precies waar je mee te maken hebt bij het aanleggen van windmolenparken op zee. En die willen ze allemaal wel ontwerpen. Alleen de fundamentele kennis op zich is gewoon droog. Wat je eraan hebt in het vakgebied, dát wil ik studenten meegeven.’
Wat kwam terug in je eigen minicollege?
‘Waar ik me ook in mijn onderzoek op richt: kustbescherming gebaseerd op natuurlijke processen. Een op-en-top Nederlands onderwerp, onze eeuwige strijd tegen het water. En we kennen natuurlijk de Deltawerken als huzarenstukje. Toch zouden we dat tegenwoordig anders doen. Wat ik studenten probeer mee te geven is dat civiele techniek méér is dan alleen beton en staal. Het is samenwerken met de omgeving – het voorland – en bovenal met mensen. Eigenlijk is het nooit een zuiver technisch vraagstuk. Dus we leiden hier ingenieurs op die verder kijken dan alleen de techniek. Daarbij, ik sloot mijn minicollege af met het welzijn van studenten.’
Waarom vind je dat zo belangrijk?
‘Ik ben naast docent ook trackcoördinator. Heel vaak als studenten met een vraag komen, dan is het niet alleen die ene inhoudelijke vraag. Als ik zie hoeveel druk en stress er op studenten zit tegenwoordig – neem alleen al het bindend studieadvies –, dan vind ik het belangrijk om ze oprechte aandacht te geven. Ik wil namelijk in mijn studenten investeren, want ik zie ze als toekomstige collega’s in het vakgebied.’
![]()
Het begint wat op te vallen: de successen van docenten civiele techniek bij deze onderwijsprijs: je bent de vierde binnen tien jaar…
‘Dat vind ik een mooie statistiek! We zijn hier gewend om elkaar te ondersteunen. Je staat voor elkaar in, bijvoorbeeld als iemand even niet in staat is om een college te geven. Er zit heel veel collegialiteit, bereidwilligheid en een wederzijdse gunfactor. Dat waardeer ik ontzettend aan deze omgeving.’
Hoe kijk je naar waardering als het gaat om de onderwijsprijs? Een tijdje geleden zat er nog een geldbedrag aan verbonden, dat is nu niet meer…
‘Waardering zit niet alleen in het geld. Ik werd overladen met felicitaties, vanuit de gehele UT. Dat is toch prachtig?’
'Je moet niet alleen maar op je kantoor zitten. Je moet naar buiten toe, het werkveld en andere disciplines opzoeken'
Zegt het dan niet iets over de erkenning en waardering van onderwijs ten opzichte van onderzoek?
‘Daar kan ik me wel in vinden, die bredere erkenning. Ik ben ook lid van de Jonge Akademie, waar we ons daar ook hard voor maken. We moeten weg van alleen maar door hetzelfde malletje van papers en beurzen. Ook outreach – of het nou in samenwerking met het werkveld is of door een gastcollege te geven op een middelbare school – is ontzettend belangrijk voor de universiteit. Voor mij loopt het naadloos in elkaar over: onderwijs, onderzoek, outreach… Het gaat allemaal heel natuurlijk, dus het voelt ook nooit als een last of druk. Je moet niet alleen maar op je kantoor zitten. Je moet naar buiten toe, het werkveld en andere disciplines opzoeken.’
Over die outreach gesproken, lukt het om toekomstige studenten te enthousiasmeren?
‘Het gekke is, daar hadden we een aantal jaren binnen deze faculteit (Engineering Technology, red.) best wat moeite mee. Alsof we het verhaal even niet op orde hadden waar we voor stonden. Wellicht omdat we te veel naar binnen keken, om alles hier te managen. Dat is nu helemaal gekenterd. Voor komend jaar zie je bij werktuigbouwkunde een enorme verwachte stijging. Bij civiel hadden we afgelopen jaar een boost in de instroom. Puur en alleen omdat we ons verhaal beter vertelden en er meer aandacht aan schonken. Dus ja, wat je aandacht geeft, dat groeit. Dat geldt zowel voor je onderwijs als voor alles daaromheen.’
Tot slot, wat zou je andere UT-docenten willen meegeven?
‘Ik denk dat we met z’n allen nog meer kenbaar kunnen maken waar we voor staan als universiteit. Ik ben zelf made in Twente. Heb hier alles doorlopen, van bachelor tot uiteindelijk universitair hoofddocent nu. We zijn altijd een platte universiteit geweest, we kennen elkaar goed. Dat is iets om te koesteren én nog veel meer uit te dragen.
Weet je, nadat ik deze prijs had ontvangen kreeg ik van ons departementshoofd Suzanne Hulscher een uitnodiging om bij te praten over iets rond contracten van postdocs. Prima, dacht ik nietsvermoedend. Stond uiteindelijk de social corner vol met collega’s, met taart… Dat is voor mij de UT: dat we achter elkaar staan in tijden dat het moeilijk is. En dat we met elkaar vieren als er iets te vieren valt.’