Photo by: Frans Nikkels
Spotlight

‘Impact maken, daar zit de grote uitdaging’

| Rense Kuipers

Agendakoffertjes positioneren, wetenschappers helpen bij het binnenhalen van beurzen en bovenal ‘impact maken’. Het is een greep uit de rollen en uitdagingen van Strategic Business Development, sinds 2020 onder leiding van Geert Dewulf en Atilla Kerpisci. ‘Als wetenschappers hun successen vieren, staan wij erachter als aangever.’

Jullie periode aan het roer van Strategic Business Development vond tot nu toe grotendeels plaats in crisistijd. Wat waren de gevolgen?

Dewulf: ‘Corona speelde zonder meer een rol in onze werkzaamheden. De bedoeling was dat we veel meer de deur uit zouden gaan, nu moesten vanachter onze schermen de buitenwereld opzoeken.’

Kerpisci: ‘Als je vooraf bedenkt dat je vaak de eerste honderd dagen nodig hebt om te aarden… nou, daar was geen tijd voor. We moesten vol aan de bak. Uiteraard speelt corona een behoorlijke rol: teambuilding en planbuilding is veel leuker en beter als je elkaar fysiek treft en voor een bord kunt staan. Maar er gebeurde desondanks veel in de afgelopen zes maanden. We hebben stappen gemaakt met het neerzetten van de eigen organisatie en het versterken van ons team. Het bouwen aan onze interne structuur betekent niet alleen extra mensen aannemen, maar de vorming van een eigen dienst heeft ook veel voeten in de aarde. En we hebben de eerste successen al gevierd. Neem bijvoorbeeld de onlangs verstevigde samenwerking met bijvoorbeeld Thales en VDL.’

Dewulf: ‘SBD bestond natuurlijk al, dus we begonnen niet vanaf nul. We professionaliseerden ons grant office en projectmanagementteam en voegden een derde team toe: het impact development team, dat meewerkt aan grote strategische programma’s van de universiteit.’

Vanwaar deze nieuwe structuur?

Dewulf: ‘We gaan naar een nieuwe fase als UT. We waren al de ondernemende universiteit. Nu moeten we een stap verder zetten en impact maken. Daar zit de grote uitdaging.’

Kerpisci: ‘We hebben goed nagedacht over onze interne positie en zichtbaarheid. SBD zat enigszins verborgen in een hoekje bij General Affairs. Daarom wilden we SBD sterker neer te zetten, als een zelfstandige, gespecialiseerde dienst met mensen embedded in de faculteiten en instituten, dichtbij de wetenschappers. Dat schept duidelijkheid en zichtbaarheid.’

Wat kan de UT-gemeenschap van het nieuwe Strategic Business Development verwachten?

Dewulf: ‘Als je in het huidige tijdsgewricht echt wat wilt als universiteit heb je goede wetenschappers én goede ondersteuning nodig. Het is belangrijk om duidelijke keuzes te maken. Daarom hebben we de vijf onderzoeksthema’s als leidraad. Wil je opvallen als wetenschapper, dan kan SBD helpen om je te laten vinden door de buitenwereld. Andersom zijn we ook een soort matchmakers: wie binnen de UT opvalt in een bepaald gebied, kunnen we snel koppelen aan externe vragen. Die wisselwerking is cruciaal.’

'Als je als wetenschapper niet zelf kunt schakelen en netwerken, moet je heel goed nadenken of je nog wel op je plek bent'

Hoe uit zich dat in de praktijk?

Dewulf: ‘Neem bijvoorbeeld het thema ‘Engineering our Digital Society’. Met dank aan Maarten van Steen van het Digital Society Institute – die verantwoordelijk was voor de inhoud – staan we met onze Artificial Intelligence Hub Oost nu bekend als één van de zes innovatiehubs in Nederland op het gebied van data. Daarmee wisten we ons dus goed te positioneren. De rol van SBD is zorgen dat we dit soort kansen signaleren en de gesprekken voeren, de wetenschappers zorgen op hun beurt voor de inhoud. Daarin heeft een wetenschapper zelf een belangrijke netwerkrol. Ik ben dan wel Chief Development Officer, maar ik ben geen AI-expert. Een bedrijf gaat niet samenwerken omdat een decaan of SBD-medewerker het zegt. Het begint met vertrouwen in de wetenschapper. Projecten zijn tegenwoordig bijna allemaal publiek-private samenwerkingen. Daarom stimuleren we iedereen: je moet het zelf doen, niet alleen in de regio maar ook in een internationaal speelveld. Dat zit in het DNA van de UT als de ondernemende universiteit.’

Is dat netwerken voor iedereen weggelegd?

Dewulf: ‘Je kunt tegenwoordig niet alleen maar wetenschappelijk excellent zijn. Als je als wetenschapper niet zelf kunt schakelen en netwerken, moet je heel goed nadenken of je nog wel op je plek bent. Sommigen kunnen dat prima zelf, dat zag ik al als decaan. Maar anderen hebben een zetje nodig. We hopen dat wetenschappers individueel relaties opbouwen, daar kunnen wij ze in trainen en helpen. Maar onze rol is vooral weggelegd bij de grote programma’s en consortia. Je kunt als individuele wetenschapper niet aankloppen in Den Haag. Daarvoor zijn wij een verlengstuk van de gehele organisatie. Ondersteuning is onvermijdelijk op zulke grote schaal. Het is altijd een coproductie.’

'Grote onderzoeksbeurzen komen niet zomaar uit de lucht vallen, daar gaat ontzettend veel werk aan vooraf'

Is de rol van Strategic Business Development duidelijk?

Kerpisci: ‘Dat is zeker een uitdaging, want we schaken op veel borden tegelijk. Enerzijds willen we dienstbaar zijn richting de wetenschappers, op andere vlakken weer leading. Dat is wel een worsteling. Daarom hebben we ook scherp gesteld wat de rollen van SBD zijn én moeten zijn. Ten eerste is dat verkenning. We kijken naar de kansen in de buitenwereld en de krachten binnen de UT. Dan volgt verbinden, want deze werelden moeten elkaar vinden. Klikt en klopt het, dan volgt vertrouwen, wat mij betreft een synoniem voor reputatie. Zo creëer je als universiteit meer en meer succesvolle en duurzame samenwerkingen.’

Dewulf: ‘Belangrijk is dat we snel schakelen naar de buitenwereld toe. Dan moet je leiderschap durven te tonen. Niet reactief zijn, maar op voorhand kansen zien en keuzes maken. Het helpt dat we de UT goed kennen, we voelen aan waar de energie zit. Maar het spanningsveld is ook dat als wij keuzes maken zonder dat daar draagvlak voor is, we niet goed bezig zijn.’

Kerpisci: ‘Het is in zekere zin als ondernemen: fail fast, fail often. Als iets niet werkt, moet je snel je conclusies trekken. Met andere woorden: je kunt veel willen, maar levert het genoeg op? Er ligt immers een duidelijke uitdaging: er moet meer impact worden gemaakt, waardoor er als gevolg ook meer geld binnenkomt vanuit de tweede en derde geldstroom.’

Zijn jullie goed genoeg uitgerust voor die uitdaging?

Dewulf: ‘We denken een flinke slag te hebben gemaakt. Kijk naar het onlangs gepresenteerde Groeifonds. Wij staan samen met partijen uit de regio aan het front in Den Haag en kijken hoe het matcht met de UT als organisatie: wat vinden we belangrijk om op in te zetten, wat zijn de strategische afwegingen? En heb je de kennis, kwaliteiten en competenties in huis; de wetenschappers met de connecties, de onderzoeksgroepen met de kritische massa aan kennis? Daarin hebben we een spilfunctie.’

Kerpisci: ‘Want de confrontatie komt van binnen en van buiten. In die zin zijn we heel blij met onze special envoy, IJsbrand Haagsma, die helpt om kansen en trends te signaleren en ons agendakoffertje goed kan positioneren. Dat moeten we overigens niet alleen in Den Haag doen, maar ook in het Brusselse apparaat. Grote onderzoeksbeurzen komen niet zomaar uit de lucht vallen, daar gaat ontzettend veel werk aan vooraf.’

Dewulf: ‘Ook voor impact maken geldt dat het valt of staat met goede wetenschappers én ondersteuning. Het belangrijke nu is dat er enthousiasme en waardering heerst, we merken dat SBD in de smaak valt. Iedere topwetenschapper die een beurs binnenhaalt, weet dat ze dat niet zonder de mensen om zich heen kunnen. Uiteindelijk zitten wij er zodat de faculteiten, instituten en wetenschappers zelf kunnen excelleren. Als zij hun successen vieren, staan wij erachter als aangever én supporter.’