Cnøddianen halen het beste uit zichzelf

| Jelle Posthuma

De UT kent ontelbaar veel clubs, genootschappen en verenigingen. In deze rubriek zoeken we ze op in hun thuishonk. Dit keer: de mannen van Cnødde. Precies een halve eeuw geleden, in 1970, werd het College opgericht. Een verslag van een avondje in de Gele Kater, de borrelruimte van Cnødde.

Photo by: RIKKERT HARINK

Aan de westkant van de Oude Markt in Enschede ligt café de Kater. Eenmaal binnen, leidt een lange trap in de hoek van het etablissement naar de eerste verdieping. Wie nog een trap beklimt, betreedt het domein van Cnødde: de Gele Kater. De sociëteit is aan het begin van de woensdagavond al goed gevuld met jonge mannen, stuk voor stuk gehuld in de kenmerkende gele clubsweater. De Gele Kater is aangekleed met verschillende relikwieën en herinneringen, achtergelaten door eerdere lichtingen. Van een vloermozaïek in de vorm van het logo, de eenhoorn, tot een ‘schild’ aan de muur met de namen van alle Cnøddianen, inmiddels ruim 250.

Sinds 1998 huist Cnødde in het café aan de Oude Markt. Daarvoor borrelde het College in de Bastille. De Kater in het centrum van Enschede kent een lange traditie als studentenkroeg en de Cnøddianen stonden er regelmatig aan beide kanten van de bar. Zo ontstond het idee voor een eigen sociëteit. De voormalig kroegbaas zei: er komt een ruimte vrij op de zolder van mijn café, is dat niet wat voor jullie? De studenten hoefden er niet lang over na te denken. Sinds die dag borrelt het College iedere woensdagavond bovenin de Kater, een unieke plek, met een weids uitzicht over de Oude Markt.

De komst van het College naar het centrum past binnen een grotere trend. Het Enschedese studentenleven verplaatst zich sinds de jaren negentig van de campus naar de binnenstad. Een goed voorbeeld is de Cnødde City Tour voor eerstejaars studenten. Voorheen trok de stoet vanuit het centrum naar de campus. Sinds de jaren negentig is het precies andersom. Cnøddianen brengen de eerstejaars studenten naar de plek waar het feestje plaatsvindt, weten de heren. Vroeger was het feestje op de campus, tegenwoordig gebeurt het in de binnenstad.

Kroegbaas

Cnødde is anarchistisch structuurloos, maar kent wel een primus inter pares: de eerste onder zijns gelijken – zeg maar de voorzitter, al zullen ze het zelf niet zo noemen. Er moeten nu eenmaal bepaalde zaken geregeld worden, zoals de financiën. Ook is er een kroegbaas. Nog zo’n functie binnen de club. De kroegbaas is verantwoordelijk voor de sociëteit, leidt het onderhoud in goede banen en houdt contact met de uitbater van de Kater.

De kroeg is meer dan alleen een ruimte. Het is een plek waar je jezelf kunt zijn. Deze constatering leidt tot instemmend geknik onder de heren. Wel eens gehoord van de Gele Muren? Vast niet. De Gele Muren gaan verder dan alleen de fysieke wanden in de kroeg. Als Cnøddianen tegen elkaar zeggen: wat ik nu vertel is nog een beetje Gele Muren. Dan weet de Cnøddiaan: dit verhaal behoort maximaal tot het College. Het is een ongeschreven regel, die ze ook de nieuwe lichting zo snel mogelijk bijbrengen.

Aan potentiële nieuwe Cnøddianen geen gebrek, trouwens. Ieder jaar nodigt het College zo’n veertig jongens uit voor een drietal kennismakingsborrels. Het draait allemaal om de klik. Na drie avonden moet deze voor beide partijen aanwezig zijn. Soms komen er zes nieuwe jongens bij de club, in andere jaren zijn er misschien één of twee uitverkorenen. Iedere nieuwe lichting krijgt te maken met een aantal ontgroeningsrituelen. Wat deze rituelen precies zijn, blijft ook vanavond in het vage. Ze mogen het zelf ontdekken. Het is een intern dingetje. Liefde voor de club krijgen, daar draait het om.

Ondernemerschap

Ondanks de gemeenschappelijke klik, lopen de karakters van de studenten flink uiteen. Hoezeer de karakters ook verschillen, de mentaliteit is steevast hetzelfde. Ze gaan door tot hun doel bereikt is. Ook het ondernemerschap zit er bij iedereen ingebakken. Cnøddianen halen het beste uit zichzelf en doen van alles naast hun studie. Op woensdagavond hoor je de mooiste verhalen in de Gele Kater. Dan wil je natuurlijk niet achterblijven. Daarom werkt het College ontzettend motiverend, weten de heren.

Dit jaar bestaat de club een halve eeuw. Het tiende lustrum van het College. Ze organiseerden al verschillende activiteiten, zoals een groot feest in de Twentsche Foodhal. Het lustrumjaar sluit af met een gala. Ooit was er een heus boekenbal in de universiteitsbibliotheek van de Vrijhof. Dat belooft veel goeds voor het tiende lustrumjaar, maar waar het gala precies gaat plaatsvinden, dat verklappen ze nog niet.

Gaudeamus igitur

Tot slot. Nog even voor de goede orde. Cnødde is een College en geen dispuut. Op borrelavonden komen ze direct vanuit college, vandaar. Ook hebben ze van oudsher een goede relatie met de universiteit, zeggen ze zelf. Een lichtend voorbeeld is het jaarlijkse optreden bij de Dies Natalis waar ze het Gaudeamus igitur zingen. Voormalig rector Ed Brinksma benaderde de heren om het openingslied te zingen. De UT regelde een zangjuffrouw en de heren kregen drie zangsessies op De Gele Kater bij de piano.

Helaas ging het optreden vanwege de opening van het TechMed Centre afgelopen jaar niet door. Een bittere pil. De koning kwam op bezoek en het Gaudeamus igitur werd niet gezongen. Maar dit jaar hopen de ze weer op een uitnodiging. Als je iets drie keer doet, dan is het een traditie. Dat weten Cnøddianen maar al te goed.