Een afwijking van een slordige 30 miljoen euro. Hoe kan dat?
‘We zitten weer in de zwarte cijfers, waar we de afgelopen vier jaar forse tekorten noteerden. Die cijfers komen wel op een bepaalde manier tot stand. De bezuinigingsmaatregelen werpen financieel gezien hun vruchten af, maar zetten de organisatie wel onder druk. En in de begrotingen zie je een bepaalde voorzichtigheid, terwijl in het verleden weleens te ambitieus werd begroot.’
Is er niet veel te voorzichtig begroot dan?
‘We zien dat eenheden wat aan de voorzichtige kant begrootten. De dekkingsbijdrage week bijvoorbeeld veel af. We moeten hier vooral lering uit trekken, al meteen voor 2026: zorgen voor een realistische begroting en betrouwbare eindejaarprognoses. Aan de andere kant is het ook een samenloop van factoren, dat maakt dit resultaat niet altijd even makkelijk uit te leggen aan de gemeenschap.’
Waar zit dat in?
‘Soms zit het in een timingmoment, een verschuiving van jaarlagen. Het is een wat technisch verhaal, maar we kregen bijvoorbeeld eind vorig jaar werkdruk- en talent-beleidsmiddelen vanuit de overheid. Ook moesten we uit eigen middelen – bepaald vanuit de CAO – een zogeheten employability fund opzetten. In totaal gaat het hier om bijna 5 miljoen euro aan een surplus voor 2025. Alleen: de kosten maken we pas in 2026. Dan zie je dus scheefgroei ontstaan. Zoiets verklaart niet in alles de grote afwijking, maar wel voor een deel.’
Het nieuws maakte vorige week de nodige reacties los, met ook vragen of de reorganisaties en andere bezuinigingen wel nodig waren…
‘Ik snap dat sentiment heel goed. Ook dat laat zich niet zo makkelijk uitleggen, los van dat nagenoeg elke eenheid het iets beter deed dan begroot. Soms kwam het omdat er wel plannen waren, maar niet de middelen om ze te bereiken. Ook vanwege de bezuinigingsmaatregelen.
Er is echter wel een verschil tussen financiën op UT-totaalniveau en binnen eenheden. Als gehele instelling hebben we nog in het achterhoofd dat we vanaf 2028 weer rode cijfers verwachten, dat we volop moeten investeren om strategische doelen te behalen én dat de buitenwereld en politieke toestand onzeker – en soms ontzettend volatiel – is. En zulke externe ontwikkelingen staan los van kosten en baten die soms heel specifiek of geoormerkt zijn.’
Het woord ‘grip’ komt geregeld naar voren als het gaat om de financiën van de UT. Heb je de indruk dat die grip er is?
‘We zijn druk bezig om de financiële functie te versterken. Zoals ik al zei in mijn interview afgelopen najaar: dat is een kwestie van samenwerken. Ik kan als directeur Finance centraal het team aansturen, maar de financiële administratie in de faculteiten, die valt hiërarchisch onder de directeuren bedrijfsvoering. Meer grip krijgen moeten we samen doen. Onder andere door het verbeteren van allerlei werkprocessen, maar grip krijgen komt voor een groot deel neer op gedrag en cultuur. Dus samen zorgen voor meer financieel bewustzijn, tot aan de projecturen schrijven aan toe. En realistisch begroten, wat voor dit jaar expliciet de boodschap is.’
Aan welke ‘knoppen’ wordt nu gedraaid?
‘Er zijn wat posten die uit de zogeheten ongewone bedrijfsvoering komen. Bijvoorbeeld een teruggave van de belasting die de UT jaarlijks ontvangt en rentebaten. Met ingang van 2026 komt dat geld ten goede aan de eenheden, doordat we het extra geld verrekenen met onder andere de huisvestingslasten. Dat geeft ze wat meer ruimte om hun doelen te bereiken. Een andere verandering in 2026 is dat de sociale lasten van medewerkers op basis van werkelijke lasten toegerekend worden aan de individuele eenheid in plaats van via een opslagpercentage. Dit is een prikkel voor individuele eenheden om bewuster te zijn van hun daadwerkelijke uitgaven.’
Tot slot, deze 27,5 miljoen in de plus, waar gaat die naartoe?
‘Dat eerdergenoemde employability fund, daar nemen we een bestemmingsreserve voor op. Het is de bedoeling dat de UT een deel reserveert om te investeren in activiteiten die horen bij het instellingsplan. De rest gaat naar de algemene reserves. Om terug te komen op het sentiment, dat begrijp ik ontzettend goed. Daarom is het belangrijk om dit resultaat zorgvuldig in te zetten, zodat we onze financiële basis versterken en ruimte houden om in de toekomst van de UT te investeren.’