Ben je tevreden met het document?
‘Ja, ik ben blij dat we zaken beetpakken die op dit moment spelen, zoals bijvoorbeeld de geopolitieke onrust. Financieel hebben we nog wat werk te doen, al lijken bepaalde bezuinigingsmaatregelen op de tocht te staan. Tegelijk waren we al met een nieuwe koers bezig voordat het een politiek speerpunt werd. Het was gewoon nodig.
Eigenlijk is het een tweetrapsraket. We zijn ook nog bezig met Reinventing UT, waarin we ons vooral focussen op het beter laten aansluiten van ondersteuning bij de faculteiten.. We willen het allemaal wat meer harmoniseren.
Tegelijk willen we ook voor de maatschappij meer gaan doen. Het document is een stip op de horizon, iets waar we naartoe willen.’
Harmoniseren horen we vaker. Wat betekent dat?
‘Dat we manieren van werken gelijktrekken over de hele organisatie. Faculteiten werkten tot nu toe nog veel als eilanden, met eigen werkwijzen. Dat geeft soms onderlinge onduidelijkheid en tijdverlies. Het kan efficiënter. Het is niet precies één blauwdruk voor hoe het precies moet, maar je wilt wel dat een medewerker in de ene faculteit op dezelfde manier ondersteuning krijgt als in de andere, met dezelfde vormen van inspraak en management. We halen bijvoorbeeld managementtaken bij het academisch personeel weg, waardoor ze hun handen vrij hebben voor dat waar ze het liefst mee bezig zijn. Dat was tot nu toe niet zo eenduidig geregeld.’
Waar ben je trots op als je naar het document kijkt?
‘Er zit ambitie in. We willen vooral een vierde-generatie-universiteit worden, die meer aansluit bij echte problemen binnen de maatschappij. Maar dan zullen we ook op een andere manier moeten samenwerken met elkaar. Dat vraagt om een cultuurverandering, de manier waarop we met elkaar omgaan, afspraken maken. Dat moet wat professioneler.’
Wat kan er dan beter?
‘We treden bijvoorbeeld niet altijd als eenheid naar buiten. Nu zijn personen en teams vaak individueel bezig zijn met plannen of activiteiten. Je vergroot je herkenbaarheid als je meer vanuit de noemer Team UT doet. De vier impactdomeinen (Health, Climate, Chiptechnologie, en Veiligheid, red.) geven daarbij richting. Goed onderzoek doen is niet genoeg, je moet de kennis daaruit ook zo kunnen inzetten dat de gewone man er wat van merkt. Dus moet je vaker inchecken wat de problemen zijn in de samenleving. Soms is de conclusie ook dat iets niet eenvoudig op te lossen is. Maar dan kun je wel stappen in de goede richting zetten.
In het thema Erkennen en Waarderen kunnen we ook nog stappen maken. Eerder kreeg de hoogleraar die onderzoek doet de hoogste waardering. Maar zo iemand doet het niet alleen; er zit een heel team aan ondersteuning omheen. En er zijn ook genoeg mensen binnen de organisatie die zich meer op onderwijs willen richten of het maximale halen uit hun ondersteunende rol. Dat is even belangrijk en dat mag best vaker benoemd en becomplimenteerd worden. Elkaar aanspreken op dingen die niet goed gaan, maar ook successen vieren.’
Het instellingsplan is niet erg SMART geformuleerd…
‘Dat klopt, maar het is ook een visiedocument, geen projectplan. Je kunt altijd met onverwachte situaties te maken krijgen. Tijdens de looptijd van het vorige instellingsplan brak Corona uit. Dan kun je standvastig koers blijven houden, maar op dat moment moet je de flexibiliteit kunnen hebben om iets helemaal anders te doen dan gepland. 2032 is een eind weg en we weten domweg niet wat er allemaal nog staat te gebeuren. De vier impactdomeinen geven ons houvast. Tegelijk zijn ze breed genoeg om er naar voortschrijdend inzicht mee om te gaan. Ook zijn er vraagstukken die pas op langere termijn resultaat opleveren. Daar blijven we aan bouwen. En na een tijdje moet je de thema’s ook weer onder de loep durven nemen om te kijken of ze nog wel bij de tijdgeest passen.’
Afgelopen najaar is er een Future of UT-bijeenkomst geweest voor medewerkers. Wat gaan we daarvan merken in het instellingsplan?
‘Uit die bijeenkomsten bleek onder andere de behoefte om meer aansluiting te zoeken bij de samenleving en om te zorgen dat de boel intern op orde is; de vierde-generatie-universiteit en het harmoniseren, dus. Dat we met minder mensen hetzelfde werk kunnen doen. De uitkomsten hebben op de ene faculteit meer impact dan op de andere. Voor sommigen verandert er dus weinig, voor anderen zal het even wennen zijn.
Het is eigenlijk een schip dat je midden op zee verbouwt. We moeten eerst zorgen dat onder de waterlinie alles klopt.’