‘Geen braindrain bij onderzoekers kunstmatige intelligentie’

| HOP, Hein Cuppen

Nederland raakt onderzoekers op het gebied van artificiële intelligentie (AI) kwijt aan het buitenland, waarschuwden wetenschappers eind vorig jaar. Maar volgens het Rathenau Instituut komen er evenveel voor terug.

Zelfrijdende auto’s, slimme telefoons, robots in de zorg; de ontwikkelingen in de artificiële intelligentie gaan hard. Nederland dreigt achterop te raken, waarschuwde wetenschapsfinancier NWO vorig jaar. China en de VS, maar ook landen als Duitsland en Frankrijk boden veel betere arbeidsvoorwaarden en werkomstandigheden. Nederland moest dringend meer investeren in AI, wilde het geen onderzoekers aan het buitenland verliezen.

Brainexchange

Het Rathenau Instituut heeft de feiten op een rij gezet en concludeert dat Nederland op het gebied van AI geen braindrain kent, maar een ‘brainexchange’. AI-wetenschappers in Nederland waren de afgelopen twintig jaar wel mobieler dan die in andere landen: zo’n drie kwart van hen had internationale ervaring en bijna de helft kwam uit het buitenland. Het merendeel bleef minder dan twee jaar hier.

Maar de groep die langer bleef (13 procent), is ongeveer even groot als de groep Nederlanders die voor langer dan twee jaar naar het buitenland vertrok (14 procent). Hun mobiliteit wijkt eigenlijk niet zo veel af van andere onderzoekers in Nederland, stelt het Rathenau.

In kwaliteit en productie ontlopen de binnenkomende en vertrekkende AI-wetenschappers elkaar weinig. Vertrekkende wetenschappers publiceren iets meer en worden iets vaker geciteerd, maar dat verschil geldt volgens het Rathenau voor bijna alle landen.

© Rathenau Instituut

Uit het overzicht blijkt verder dat AI-wetenschappers in Nederland een hoog niveau hebben. Hun publicaties worden ruim twee keer zo vaak geciteerd als de gemiddelde publicatie in hun vakgebied. Alleen onderzoekers in de VS, Canada en het Verenigd Koninkrijk scoren hoger.