News

Studentlijsttrekkers eensgezind tegen ondeelbaarheid modules

| Rense Kuipers

Vincent Witmond, Hidde Zijlstra en Johanneke ten Broeke zijn de studentlijsttrekkers van respectievelijk de PvdUT, DAS en UReka. Komende week verdedigen zij de eer van hun partij bij de verkiezingen voor de universiteitsraad. Wat zijn hun speerpunten?

Vincent Witmond, Partij van de UT: ‘Geen schijnmedezeggenschap’

Witmond (master Industrial Engineering Management) heeft er nu bijna een jaar op zitten in de Uraad en gaat voor een tweede termijn. ‘Als ik herkozen word, hoop ik er dit jaar beter in te zitten op het gebied van dossierkennis’, vertelt hij. ‘Als je net komt kijken, merk je dat je een enorme kennisachterstand hebt. De ervaringen en kennis die ik afgelopen jaar heb opgedaan wil ik komend jaar meenemen, ook om de andere studentgeledingen de weg te wijzen.’

‘Inhoud en vasthoudendheid, dat verdienen de kiezers’

Bovenaan Witmonds plan van aanpak staat de OER, oftewel de Onderwijs- en Examenregeling. Daarin staat onder meer vast dat TOM-modules uit 15ec bestaan en in principe niet deelbaar zijn. Witmond noemt dat oneerlijk en onrechtvaardig naar studenten toe. ‘Het college van bestuur hield onlangs opnieuw vast aan de 15-ec-alles-of-niets-regel, zodat er komend collegejaar niks verandert. Terwijl de universiteitsraad al jarenlang goede, inhoudelijke argumenten aandraagt om hiervan af te stappen. Daar móet volgend jaar verandering in komen.’

Dit inhoudelijke voorbeeld sluit volgens Witmond aan bij de hoofdmissie van zijn partij deze verkiezingsronde. ‘We willen duidelijk maken aan de UT-gemeenschap dat wij als partij zuivere medezeggenschap beoefenen. Het draait voor ons om inhoud en vasthoudendheid, dat verdienen de kiezers.’

‘Als we merken dat we niet serieus genomen worden, gaan we niet mee in discussies’

Dat betekent dat volgens het studentlid van de PvdUT dat de partij zich minder door de strot wil laten drukken door het college van bestuur. ‘Als we merken dat we niet serieus genomen worden, gaan we niet mee in discussies’, stelt Witmond. ‘Ter illustratie, ruim een jaar geleden is onze fractie uit een vergadering gestapt, omdat onze fractievoorzitter Dick Meijer onheus werd bejegend door het CvB. Op die manier gaan we niet met elkaar om, daar willen we duidelijk in zijn. Ik denk dat juist de kracht van onze partij is dat we de vinger op de zere plek durven te leggen en daarin ook uitgesproken zijn. De UT-gemeenschap mag weten dat we niet aan schijnmedezeggenschap gaan doen. En het is goed voor iedereen binnen de gemeenschap om na te denken over de fundamentele elementen van de medezeggenschap.’

Tegelijkertijd staat Witmond als enige student op de lijst van de gemengde partij van studenten en medewerkers, de komende verkiezingen. ‘Vorig jaar werd ik bijgestaan door twee lijstduwers en wist ik een zetel te veroveren. En mijn achterban is minder concreet dan die van UReka en DAS. Toch hoop ik opnieuw in de raad te komen.’

Verkiezingsdebat

De lijsttrekkers van de partijen, zowel studenten als medewerkers, gaan komende maandag (28 mei) met elkaar in discussie op het O&O-plein. U-Today en Studium Generale tekenen voor de organisatie van het UT-verkiezingsdebat.


Hidde Zijlstra, DAS: ‘Ruimte geven aan ambitie’

Eerstejaars IBA-student Hidde Zijlstra is een nieuwkomer op de lijst van DAS en staat meteen bovenaan. Momenteel zit hij nog in het bestuur van De Ambitieuze Student, zoals de partij volledig heet. ‘Dus krijg ik al volop mee wat er allemaal speelt binnen de fractie en de raad.’

‘Dit is een geweldige universiteit, maar het onderwijsmodel past simpelweg niet bij mij’

Zo is de discussie over de OER ook Zijlstra niet ontgaan. ‘Onze partij is in 2015 opgericht vanuit het idee om modules deelbaar te krijgen. Nu is het opnieuw niet veranderd, terwijl we constant zeggen: “Geef studenten het vertrouwen en de vrijheid om zelf hun onderwijs in te delen”. En ikzelf merk het ook, zeker als eerstejaars. Dit is een geweldige universiteit, maar het onderwijsmodel past simpelweg niet bij mij.’

Zijlstra zegt dat zijn partij voorstander is van samenhangende modules. ‘Maar het nadeel is dat het verplichtingen met zich meebrengt. Het zit activisme in de weg, want als je iets wilt ondernemen naast je studie, wordt dat bemoeilijkt. Ik denk dat we zo’n enorme stap zouden zetten als we naar deelbare modules gaan. Daar moeten we komend collegejaar het voortouw in nemen, om ruimte te geven aan ambitie.’

‘Je zit er niet als tegenpartij, maar om mee te denken over UT-beleid’

De DAS-lijsttrekker roept boven alles op om de onderwijskwaliteit te bewaken. Maar er zijn nog meer zaken die aandacht vereisen. Zo gelooft hij dat niet iedereen klaar is voor Engels als lingua franca op de campus en wil hij een duidelijke scheiding zien tussen taal die curriculair of extracurriculair gehanteerd wordt (‘we moeten hier een goede discussie over voeren’). Ook wil Zijlstra graag duidelijkere communicatie zien van de UT, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid en (psychologische) hulp voor studenten. En de partij wil een officiële erkenning voor activisme – een evenknie van het plusdocument dat vwo-scholieren krijgen – dat UT-studenten bij afstuderen bij hun diploma krijgen.

Om dat soort zaken voor elkaar te krijgen wil Zijlstra – als hij in de raad komt – een constructieve houding aannemen richting het college van bestuur. ‘We zijn in zekere zin wel coulant. Je zit er niet als tegenpartij, maar om mee te denken over UT-beleid. Dat is mijn persoonlijke drijfveer om plaats te nemen in de medezeggenschap: niet alleen mezelf ontwikkelen, maar ook vanuit idealistisch oogpunt. Hoe mooi is het om later te weten dat je hebt bijgedragen aan een betere universiteit?’


Johanneke ten Broeke, UReka: ‘Eerlijkheid en gelijkheid’

‘Ervaringen van studenten zijn cruciaal voor beleid’, weet UReka-lijsttrekker Johanneke ten Broeke (technische geneeskunde). ‘Dat merkte ik in de opleidingscommissie en aankomend collegejaar wil ik mijn stempel drukken op UT-breed niveau.’

‘Studenten voelen erg goed aan wanneer ze wel of niet eerlijk behandeld worden’

Ten Broeke ontkomt net als de andere studentlijsttrekkers niet aan het welbekende pijnpunt, de OER. ‘We zijn absoluut voor integratie van vakken binnen modules, dat zorgt voor kwaliteitsverbetering. Maar als een onderdeel niet goed geïntegreerd is, zie je dat het niet werkt.’

Zeker ook voor UReka geldt komend collegejaar het devies: weg met de ondeelbaarheid van modules. Ook omdat opleidingen verschillend omgaan met het wel of niet behouden van deelresultaten. ‘Studenten voelen erg goed aan wanneer ze wel of niet eerlijk behandeld worden’, stelt Ten Broeke. ‘We maken ons daarom hard voor eerlijkheid en gelijkheid voor alle studenten.’

Ook extracurriculair spelen gelijke kansen een rol, zegt de UReka-lijsttrekker. ‘Jezelf ontwikkelen naast je studie is ontzettend belangrijk. Daarom willen we de brug slaan naar de niet-actieve studenten. Internationale studenten kunnen bijvoorbeeld meer hun rol pakken in activisme, daar moeten we ze ook bewust van maken. Vaak zijn ze bang om studievertraging op te lopen, maar klein-activisme zoals commissiewerk kost je maar een paar uur naast je studie.’

‘Iedereen is anders, maar iedereen verdient gelijke kansen om mee te doen’

Er zijn meer prangende zaken waar Ten Broeke voor wil waken. Zoals Engelstaligheid (‘belangrijk om als internationale opleiding volledig op te pakken’), avondcolleges (‘op korte termijn onvermijdelijk, maar we moeten er zo snel mogelijk vanaf’) en duurzaamheid (‘ontzettend belangrijk om bij beleidsvoering in het achterhoofd te houden’). Hoe standvastig de partij is? ‘In beginsel willen we ons proactief opstellen en vanuit wederzijds vertrouwen met het college van bestuur toewerken naar oplossingen.’

Ten Broeke weet dat ze uiteindelijk – als ze zitting mag nemen in de raad – zo’n 10 duizend studenten vertegenwoordigt. ‘Iedereen is anders, maar iedereen verdient gelijke kansen om mee te doen in ons onderwijssysteem’, benadrukt ze. ‘En in de universiteitsraad is het belangrijk om daarvoor te strijden. De raad is een afspiegeling van alle UT-studenten, iedereen moet zich vertegenwoordigd voelen.’

Des te meer hoopt ze op een hoge opkomst. Vorig jaar was die met 41,49 procent het hoogst in meer dan twintig jaar. ‘Wat tegelijkertijd betekent dat zo’n zestig procent van de studenten niet heeft gestemd. Waarom niet, eigenlijk? Uiteindelijk is het maar een kleine moeite.’