Photo by: christiaan krouwels
Honorary Doctorates

‘Ik vind het belangrijk dat mijn eredoctoraat iets gaat bijdragen’

| Jelle Posthuma

Prins Constantijn (52) is sinds 2016 de startup-ambassadeur van Nederland. Hij krijgt voor zijn inzet als vaandeldrager van startende ondernemers een eredoctoraat van de UT. Met Constantijn als eredoctor hoopt de UT een ‘next-level’ ondernemende universiteit te worden. Zijn advies? ‘Wees genereus en behandel ondernemers als topsporters.’

‘Constantijn’, de prins stelt zich voor met een boks. Geen overdreven ceremonieel vertoon. Je-en-jij is meteen een vanzelfsprekendheid. Precies zo denkt hij over zijn eredoctoraat aan de UT. ‘Natuurlijk is het een eer. Alleen zit ik zelf niet zo op de eer te wachten, dat is gedoe eromheen. Ik ben iemand van de inhoud. Ik vind het belangrijk dat mijn eredoctoraat iets gaat bijdragen. Het moet uiteindelijk niet alleen een erezaak zijn.’

Ook vandaag, tijdens een interview over zijn eredoctoraat, staat de inhoud centraal. Het gesprek vindt plaats in een monumentaal pand in de statige Haagse wijk Benoordenhout. Het herenhuis, dat direct grenst aan het woonhuis van de prins en zijn gezin, biedt onderdak aan verschillende organisaties waaraan Constantijn en zijn echtgenoot Laurentien verbonden zijn. Het huis is deftig – aan marmeren vloeren en eikenhouten lambrisering geen gebrek, maar de inrichting van de kamers voelt huiselijk. ‘We willen hier verschillende partijen laten samenkomen’, vertelt hij. ‘Dit is neutrale grond. Het hele huis moet aanvoelen als een grote woonkamer.’

In een van die woonkamers vertelt Constantijn over zijn werk als ‘speciaal gezant’ bij TechLeap, voorheen Startup Delta, dat beginnende Nederlandse (tech)bedrijven moet helpen succesvol te worden. De prins probeert als vaandeldrager grote investeringsfondsen naar Nederland te halen en lobbyt in Den Haag voor betere regelgeving en financiering. Pre-corona bezocht hij bovendien met Nederlandse bedrijven en instanties de belangrijkste beurzen op dit gebied, zoals de Consumer Electronics Show (CES) in Las Vegas. ‘De Universiteit Twente was daar altijd van de partij’, vertelt Constantijn. ‘Het is een van de meest betrokken technische universiteiten.’

Ondernemen

Het belang van universiteiten voor succesvolle startups lijkt een één-tweetje. Op de Nederlandse campussen zijn talent, faciliteiten en kennis immers volop aanwezig. Maar zo vanzelfsprekend is die rol van universiteiten helemaal niet, zegt Constantijn. ‘Uiteindelijk worden succesvolle startups niet door universiteiten opgericht, maar door ondernemers. Ook zijn het over het algemeen particuliere investeerders die beginnende bedrijven financieren.’

Het is een enigszins ontnuchterende constatering voor universiteiten die graag vertellen over succesvolle, ondernemende alumni. Wat te denken van Jitse Groen (Thuisbezorgd) en Geert-Jan Bruinsma (Booking.com), die beiden studeerden in Twente. ‘Natuurlijk claimen universiteiten alumni en dat is hun goed recht. Je moet er alleen geen conclusies aan verbinden. De meeste succesvolle ondernemers leerden ondernemerschap nu eenmaal niet in de collegebanken.’

‘Geef startende ondernemers een topsportbehandeling’

Marktvraag

Dat is overigens geen miskenning, benadrukt Constantijn. Universiteiten spelen volgens hem wel degelijk een belangrijke rol binnen het ecosysteem voor startups. In zo’n ecosysteem – het woord zal nog vaker vallen tijdens het interview – creëren bedrijven, kennisinstellingen, universiteiten en overheidsinstanties het ideale klimaat voor startups. ‘Universiteiten ontwikkelen technologie, leveren talent en infrastructuur en vinden ongelofelijke dingen uit. Ze zijn kortom van groot belang voor het ecosysteem. Maar het is een specifieke rol en de invulling kan beter.’

Om te beginnen zit er volgens Constantijn een gat tussen het aanbod van technologie en de vraag vanuit de markt. ‘Als je maar hard genoeg pusht op de technologie, en als je maar voldoende patenten verzamelt, dan komt een succesvol bedrijf vanzelf, is vaak de gedachte op Nederlandse universiteiten. In de praktijk werkt het anders. Het grootmaken van een bedrijf vraagt om hele andere vaardigheden. Bij een succesvolle onderneming gaat het om het inspelen op een marktprobleem en het vinden van de juiste technologie om dit probleem op te lossen.’ De nieuwste, meest superieure technologie sluit vaak niet direct aan op de vraag vanuit de markt en is moeilijk in te voeren binnen bestaande productieketens, legt de voorman van TechLeap uit. ‘Het gaat uiteindelijk om een goed idee dat aansluit op de markt, de goede mensen en voldoende financiering.’

Investering

Ook aan die financieringskant gaat het nog weleens mis op universiteiten, zegt Constantijn. ‘Vaak zijn universiteiten in het begin zeer waardevol voor startups, omdat ze zorgen voor onderzoeksfaciliteiten en talent. Maar als een bedrijf begint te groeien, en er wordt geld verdiend, dan zit de universiteit opeens aan de andere kant van de tafel. Het zou erg helpen als universiteiten op zo’n moment achter de ondernemers blijven staan, in plaats van opeens te onderhandelen over terugbetalingen. Een universiteit zou eigenlijk geen aandelen in bedrijven moeten nemen of slechts een klein percentage – de Amerikaanse universiteit Stanford hanteert maximaal vijf procent. Betalingen voor IP (intellectueel eigendom, red.) zijn in de vroege fase van startups ook niet wenselijk. Laat bedrijven eerst groot worden en investeringen aantrekken, voordat IP te gelde gemaakt wordt door universiteiten.’

‘Wees daarom genereus als universiteit, want het is moeilijk genoeg – nee, bijna onmogelijk – om een succesvol bedrijf op basis van nieuwe technologie van de grond te krijgen. Daar kunnen ondernemers alle hulp bij gebruiken.’ Later, stelt Constantijn, komt de investering vanzelf terug bij de universiteit. ‘Neem Twente. De cultuur van een ondernemende universiteit, die ontstaat dankzij succesvolle startups en spin-offs, trekt talentvolle mensen naar de universiteit. En zelfs over geld kun je afspraken maken.’

Next-level

Van oudsher heeft de UT het imago van een ondernemende universiteit, of beter dé ondernemende universiteit van Nederland. Begin jaren tachtig introduceerde toenmalig rector Harry van den Kroonenberg het als officiële strategie en visie. Volgens UT-hoogleraar Jos van Hillegersberg, de erepromotor van Constantijn, is het tijd voor een ‘next-level’ ondernemende universiteit. ‘De UT was er snel bij in de jaren tachtig. Inmiddels wordt het succes overal gekopieerd. Het is tijd voor de volgende fase en daar kan prins Constantijn bij helpen. Hij speelt al jarenlang een belangrijke rol binnen het startupklimaat in Nederland, is regelmatig op de UT geweest en heeft overduidelijk liefde voor de techsector.’

Binnen de hernieuwde, ondernemende koers spelen diversiteit, internationalisering en ‘social entrepreneurship’ een hoofdrol, zegt Van Hillegersberg. Deze sociale ondernemers hebben een intrinsieke motivatie om de wereld duurzamer en socialer te maken, stelt hij. Rijk worden is niet langer hun drive. Ook onder zijn eigen studenten ziet de UT-hoogleraar steeds vaker sociale ondernemers. ‘Er is echt een verandering op gang in de samenleving en de universiteit moet daar met een nieuwe koers op inspelen.’

Constantijn ziet internationalisering, inclusiviteit en diversiteit eveneens als onmisbare ingrediënten voor een next-level ondernemende universiteit. ‘Het gaat om het creëren van een omgeving waar talenten vanuit de hele wereld naartoe willen komen. Als je een bruisend internationaal ecosysteem wilt zijn, dan is een inclusieve cultuur – bijvoorbeeld op het gebied van taalbeleid – onmisbaar.’

Hij noemt als voorbeeld Adyen, het Nederlandse betalingsbedrijf dat inmiddels is uitgegroeid tot een van de succesvolste Nederlandse fintechondernemingen. ‘Bij Adyen zeiden ze van begin af aan: we willen een globaal betalingsbedrijf worden. Daarom kozen ze direct voor de voertaal Engels, terwijl een groot deel van de medewerkers Nederlands was. Het ging Adyen echter om de toekomst. Later, als een bedrijf fors is gegroeid, is zo’n taalomslag lastig. Dan wordt er bijvoorbeeld door leidinggevenden onderling nog Nederlands gesproken, terwijl op de werkvloer alles in het Engels gaat. Dit komt de inclusiviteit binnen het bedrijf niet ten goede.’ Het draait bij het bepalen van het juiste beleid uiteindelijk om de vraag welke ambities een bedrijf of instelling heeft, stelt Constantijn. ‘Ook een universiteit met internationale ambities ontkomt niet aan een inclusief beleid.’

‘Dat universiteiten met elkaar concurreren om studenten vind ik iets idioots'

Geld verdienen

Van Hillegersberg noemt naast diversiteit, inclusiviteit en internationalisering nog iets anders: de sociale ondernemer die het grote geld niet langer als belangrijkste drijfveer ziet. Dit ziet Constantijn anders. ‘Ik maak een podcast waarin we succesvolle ondernemers spreken. Vrijwel alle ondernemers die ik interviewde voor mijn podcast deden het niet om rijk te worden. Ze vinden het spannend, hebben een grote drive en denken een bijdrage te kunnen leveren. Maar om te groeien, om impact te maken, is nu eenmaal geld nodig. Denk aan Tesla: ze hebben een waanzinnige impact op elektrisch rijden. Tegelijkertijd dachten ze altijd groot als het ging over geld verdienen, zodat het bedrijf bleef groeien. Het één sluit het ander niet uit.’

Geld verdienen en universiteiten: het is een combinatie die vaker voor vraagtekens zorgt. Commercialisatie wordt nog te vaak als niet integer en strijdig met de academische onafhankelijkheid gezien, weet Constantijn. Wat als een ondernemende student of onderzoeker veel privévermogen vergaart door een bedrijf dat mede dankzij de universiteit kon ontstaan? Er bestaat volgens hem nog steeds afgunst ten aanzien van de ‘hoogleraar met een Porsche’ en het gevoel dat er niet genoeg is verdiend door de universiteit aan het commerciële succes.

Het is een totaal verkeerde redenatie, stelt Constantijn. ‘Er gaat publiek geld naar onderzoek en faciliteiten, dat klopt. Dit kan startende bedrijven helpen. Alleen, de particuliere inspanning zit in het opzetten en leiden van de organisatie, het maken van een businessplan, het vormen van een strategie, de uitvoering en het aantrekken van financiering. Daar heeft een universiteit verder niets mee van doen. Een succesvol bedrijf gaat nu eenmaal geld verdienen. Als een universiteit dat ontmoedigt, dan is er geen enkele prikkel voor wetenschappers en studenten om een bedrijf te starten en voor andere ondernemers om in te stappen.’

Topsport

Het ondernemen mag volgens de prins meer waardering krijgen op universiteiten. ‘Voor een student die in het Nederlands hockeyelftal speelt, zijn er allerlei regelingen. Maar een beginnende studentondernemer die naar een investeerder moet, krijgt meestal geen uitstel van zijn of haar tentamen. Het is een beetje goedkoop als universiteiten dan achteraf, wanneer het bedrijf een succes is, hun alumni gaan claimen.’

Constantijns voorstel: geef startende ondernemers een topsportbehandeling. Ze zijn volgens de prins uit hetzelfde hout gesneden. ‘Succesvolle ondernemers zijn net als topsporters heel bewust, gefocust en gedisciplineerd bezig om stappen te zetten. Houd daarom rekening met de belangen van ondernemende studenten, richt een plek in waar ze hun uitstelverzoeken kunnen indienen, of integreer hun startup in de studie, zodat studenten bijvoorbeeld binnen hun eigen bedrijf kunnen afstuderen. Als jonge mensen weten dat ze aan de UT niet naast maar tijdens hun studie kunnen ondernemen, dan weet ik zeker dat veel talenten voor Twente kiezen.’

Keuzes maken

Volgens Constantijn hebben de Nederlandse universiteiten – en Twente in het bijzonder – alles in huis om te concurreren op het internationale speelveld. Meer samenwerking én specialisatie zijn dan wel cruciaal, stelt hij. ‘Dat universiteiten met elkaar concurreren om studenten vind ik iets idioots. Het heeft geen zin om in Leiden een werktuigbouwkundeopleiding te beginnen. Je moet elkaar aanvullen. In Canada zag ik hoe ze drie centra hebben aangewezen voor kunstmatige intelligentie: Toronto, Montreal en Edmonton. Canada is nu een van de centra voor kunstmatige intelligentie in de wereld. Het kan gewoon. Door het maken van keuzes, het specialiseren en het opbouwen van een ecosysteem. Als het daar kan, dan kan het in Twente ook.’

De prins wil er als eredoctor van de UT graag over meepraten. Het komt goed uit dat Twente voor Constantijn geen onbekend terrein is. ‘De nieuwe collegevoorzitter, Vinod Subramaniam, ken ik goed. We zitten samen in de raad van toezicht van de Rijksakademie. Met hem, en met anderen, wil ik kijken hoe we Twente naar een next-level kunnen brengen op het gebied van ondernemerschap. Daar wil ik mijn bijdrage aan leveren.’

Profiel – Prins Constantijn (1969)

Constantijn van Oranje-Nassau is op 11 oktober 1969 geboren in Utrecht als derde zoon van Prinses Beatrix en Prins Claus. Hij heeft twee broers, Koning Willem-Alexander (1967) en Prins Friso (1968-2013). Constantijn studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Leiden. In 2000 volgde hij een MBA-studie aan het European Institute of Business Administration (INSEAD) in Frankrijk. In zijn werkzame leven was Constantijn onder meer van 2003 tot 2008 adviseur Europa-communicatie bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. In 2010 ging hij werken voor de Europese Commissie, eerst als adviseur en later als adjunct-kabinetschef, en kabinetschef van vicevoorzitter van de Europese Commissie en commissaris voor de Digitale Agenda Neelie Kroes. Sinds 2016 is Prins Constantijn Special Envoy (Speciaal Gezant) voor TechLeap.nl, voorheen Startup Delta.