Werken in de schemerzone

| Michaela Nesvarova

Debra Roberts (1961) kan op vele manieren beschreven worden. Ze is gezaghebbend op het gebied van klimaatadaptatie, werkt voor de Zuid-Afrikaanse regering en is een van de vicevoorzitters van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). Maar wat haar pas écht karakteriseert, is haar reactie op het eredoctoraat dat haar werd toegekend door de UT. ‘Dit eredoctoraat zou eigenlijk naar mijn ouders moeten gaan.’

Photo by: MOEGAMAT

Haar ouders kwamen uit straatarme gezinnen, maar zetten alles op alles om hun dochters een goede opleiding te geven, vertelt ze. ‘Ze trotseerden de maatschappij en dat is de enige reden dat ik hier sta. Het begon allemaal met twee mensen die de kracht van onderwijs begrepen.’

Haar statement krijgt nog meer diepte voor wie weet dat de vader van Debra Roberts slechts een paar dagen voor dit interview is overleden. Daarvan is niets te merken als je met haar praat. Ze straalt energie uit, spreekt vol passie en glimlacht breeduit naar de camera van de laptop, vanuit haar woning in Durban. Haar gedrevenheid maskeert het feit dat er in haar geboortestad onlangs sprake was van gewelddadige burgerlijke onrust, dat geweerschoten haar ’s nachts wakker hielden en dat Zuid-Afrika momenteel in de greep is van nationale stroomstoringen. ‘Ik heb weleens leukere dagen meegemaakt,’ stelt ze. ‘Maar ik waardeer elke dag, dat vind ik belangrijk.’

Wetenschapper in de praktijk

Wat Debra Roberts nu precies voor werk doet, is lastig uit te leggen. Ze heeft in wezen namelijk (meer dan) twee fulltimebanen. ‘Ik zie mezelf voornamelijk als iemand met een passie voor wetenschap’, vertelt ze. ‘Je kunt wel zeggen dat ik een heel praktisch ingestelde wetenschapper ben. Op basis van wetenschap neem ik dagelijks beslissingen over het heden en de toekomst van een Afrikaanse stad. Ik werk voor de lokale overheid, sinds de democratische transitie in Zuid-Afrika in 1994. Daarnaast houd ik me wereldwijd bezig met wetenschapsevaluatie, de laatste tijd via mijn werk voor het IPCC. Als wetenschapper werk ik op allerlei verschillende gebieden. Mijn streven is het verbeteren van de wereld waarin we leven, met name de steden waarin we wonen.’

‘Het werk van Debra is heel bijzonder,’ zegt haar erepromotor Maarten van Aalst, hoogleraar Spatial resilience for Disasters Risk Reduction aan de faculteit ITC van de Universiteit Twente. ‘Ze fungeert als verbindingspersoon tussen wetenschap, beleid en praktijk. Als vicevoorzitter van het IPCC is ze niet alleen verantwoordelijk voor het verzamelen van alle wetenschappelijke kennis over klimaatverandering; als Chief Resilience Officer in Durban heeft ze ook in de praktijk te maken met de uitdagingen die gepaard gaan met klimaatverandering. Ze belichaamt de representatieve rol van de wetenschap en het feit dat je klimaatverandering niet kunt aanpakken vanuit de ivoren toren der wetenschap. Om er iets aan te doen, hebben we sterke schakels nodig met de praktijk en Debra is zo’n schakel. Mensen zoals zij, mensen die een brug slaan tussen wetenschap en de praktijk, zijn zeldzaam. In de wetenschap wordt publiceren in vooraanstaande bladen nog steeds hoger aangeslagen. Maar verbinding maken tussen wetenschap, de praktijk en beleid, dat is iets wat toegejuicht moet worden en daarom heb ik haar voorgedragen voor het eredoctoraat.’

‘Het probleem van werken als brug tussen twee werelden is dat je je eigenlijk in geen van beide echt geaccepteerd wordt'

Deze voordracht kwam als verrassing voor Debra Roberts. ‘Het probleem van werken als brug tussen twee werelden is dat je je eigenlijk in geen van beide echt geaccepteerd wordt,’ vertelt ze. ‘Mijn collega-beleidsmakers vinden me veel te academisch. Mijn wetenschappelijke collega’s vinden me te praktisch en te veel gericht op beleid. Dit is dus geen comfortabele positie. Zo’n erkenning krijgen, zeker van een academische instelling, geeft me een enorme steun in de rug. Ik vind het een geweldige eer en het is een erkenning voor iedereen die een dergelijke rol heeft.’

debra roberts

  • 2016 - heden  Hoofd van de Sustainable and Resilient City Initiatives Unit in eThekwini Municipality in Durban, Zuid-Afrika.
  • 2015 Ze geeft mede leiding aan Werkgroep II van het Intergovern­ mental Panel on Climate Change (IPCC), dat zich richt op gevolgen, adaptatie en kwetsbaarheid. Het IPCC omschrijft ze als ‘een gigantische overheidsorganisatie, opgezet om beleidsmakers een bron van objectieve informatie te bieden over klimaatverandering, zodat ze een beeld krijgen van wat  de wetenschap zegt over de effecten, de oorzaken en de mogelijkheden om er iets aan te doen.’
  • 1994 - 2016   Opgericht en leidinggevende van de afdeling Milieuplanning en Klimaatbescherming van de gemeente eThekwini. 
  • 2013 Benoemd tot Durbans eerste Chief Resilience Officer en verantwoordelijk voor het toezicht op de ontwikkeling van de eerste strategie van de stad op het gebied van veerkracht. Hiervoor werkte ze als onderhandelaar voor Zuid-Afrika mee aan het Klimaatverdrag van de Verenigde Naties en adviseerde ze een aantal internationale organisaties over kwesties op het gebied van klimaatadaptatie.
  • 1991 - 1993 Docent en onderzoeker aan de (toenmalige) Universiteit van Natal, Durban, Zuid-Afrika bij de departementen Biologische Wetenschappen en Geografische en Milieuwetenschappen.
  • 1983  B.Sc Hons, (Terrestrial Ecology and Biogeography) University of Natal (Cum laude).
  • 1982  B.Sc. (Environmental Biology, Cell Biology, Organic Chemistry and Analytical Chemistry) University of Natal.

Debra Roberts is op 13 januari 1961 geboren in Rhodesië, het huidige Zimbabwe. Ze is 25 jaar samen met haar partner Rosanna. Roberts wordt beschouwd als een van de 100 invloedrijkste personen wereldwijd ten aanzien van klimaat beleid. Ze ontving diverse onderscheidingen voor haar werk, waaronder de AfriCan Climate Research Award.

Liefde voor de natuur

Het beginpunt van de weg die heeft geleid tot deze tamelijk ongebruikelijke carrière ligt midden op de Afrikaanse savanne. Debra Roberts is geboren en getogen in Rhodesië, het huidige Zimbabwe, in wat ze zelf omschrijft als een ‘heel conservatieve gemeenschap’. ‘Meisjes en onderwijs voor meisjes vond men niet belangrijk. Mijn grootmoeder is getrouwd op haar zestiende, baarde zeven kinderen en volgde nagenoeg geen onderwijs. In feite vond ze het verschrikkelijk toen ze hoorde dat ik naar een universiteit ging, de eerste vrouw in de familie die deze stap nam. Ze dacht dat ik mijn leven ging vergooien, want vrouwen werden grootgebracht om te trouwen en kinderen te krijgen. Meisjes werden niet geacht naar school te gaan, maar mijn ouders maakten de ongelooflijk moeilijke keuze om ervoor te zorgen dat mijn zus en ik een goede opleiding kregen. Mijn vader had als kind zelfs geen schoenen om naar school te gaan, maar hij zag de waarde van onderwijs in en besefte dat een opleiding een meisje veel meer kansen zou bieden. Die beslissing was bepalend voor mijn verdere leven: anders had ik geen noemenswaardige carrière gehad.’

'Ik was zo’n kind dat een schoenendoos met rupsen in haar slaapkamer had'

Voordat ze ooit een klaslokaal betrad, wist Debra Roberts instinctief al wat ze wilde doen. Ze wilde biologie studeren, ook al kende ze die benaming toen nog niet. ‘Mijn liefde voor wetenschap en met name natuurwetenschappen stamt uit mijn jeugd. Volgens mij krijg je liefde voor de natuur met de paplepel ingegoten en ik had het geluk dat ik midden in de natuur opgegroeide. Ik heb het altijd geweten. Ik was zo’n kind dat een schoenendoos met rupsen in haar slaapkamer had. De natuur fascineerde me. Ik heb dan ook nooit getwijfeld.

Van de savanne naar de stad

Een keerpunt deed zich voor toen de jonge wetenschapper biologie studeerde in Durban. Tijdens een excursie naar een boerderij van een vooruitstrevende boer die zich inzette voor het herstel van de natuur, besefte ze dat ze niet haar hele leven wilde doorbrengen in een laboratorium. Ze wilde zich liever bezighouden met de bescherming van natuurlijke ecosystemen. ‘Het onderwerp van mijn doctoraat was milieubescherming in de stedelijke omgeving,’ vertelt ze. ‘Steden in Zuid-Afrika bevinden zich in hotspots van biodiversiteit. Als mensen denken aan natuurbehoud, zijn ze geneigd te denken aan grotere landschappen, zoals de Amazone of Serengeti, maar negeren ze de kleinere, gefragmenteerde natuurlijke landschappen. Ik denk dat we ons daar meer op moeten concentreren, vanwege de aard van onze soort. Menselijke activiteiten hebben invloed gehad op de meeste natuurlijke systemen, dus het begrijpen van de dynamiek van gefragmenteerde ecosystemen en hoe deze te beheren en te herstellen, is een belangrijke uitdaging voor de 21e eeuw. Steden zijn onze grootste uitvindingen en als we oplossingen willen vinden voor mondiale uitdagingen, zal het meeste werk plaatsvinden in die steden en moeten we steden daarbij betrekken.’

Durban

Debra Roberts heeft haar leven gewijd aan de bescherming van stedelijke gebieden en met name Durban. ‘Ik kwam in 1979 naar Durban voor mijn studie en ging er nooit meer weg. Je kunt de wereld niet in je eentje redden, maar je kunt wel op zoek gaan naar een plek in de wereld die je kunt verdedigen en dat dan ook doen. Durban is voor mij zo’n plek geworden. Ik zet mij persoonlijk in voor mijn eigen geografie.’

Dit gevoel van verantwoordelijkheid jegens de stad is altijd even sterk gebleven, ook al is de Zuid-Afrikaanse metropool beslist geen makkelijke plek om te wonen en te werken. Behalve steeds terugkerende problemen als overstromingen, droogte, stijgende temperaturen, toenemende armoede en bijna 600 informele nederzettingen, kampte Durban dit jaar met een groot aantal gewelddadige opstanden. ‘De mensen zijn gespannen en maken zich zorgen over de toekomst’, beschrijft Debra Roberts de situatie. ‘Veel mensen zijn werkloos, winkelcentra brandden af, infrastructuur is verwoest. Vijfhonderd meter hiervandaan is een magazijn met giftige chemicaliën afgebrand. De hele nacht werd er geschoten, helikopters vlogen voor de binnentrekkende soldaten uit, aan de horizon zagen we enorme branden. De straten stonden vol gewapende troepen. Het was beangstigend.’

'Werken voor de overheid is echt een krachtproef geweest'

Als Chief Resilience Officer van de stad moet de eredoctor zich bezighouden met dat alles en nog veel meer. Haar leven is mijlenver verwijderd van de ‘tamme’ academische wereld waarin ze zich oorspronkelijk had voorgenomen te verblijven. ‘Mijn doctoraat was een heel vormend moment voor mij, omdat ik het voorrecht had om met lokale overheidsfunctionarissen te werken. Als je door de loopgraven van een stad gaat, zie je de complexiteit en echte uitdagingen waarmee mensen worden geconfronteerd. Ik besefte dat een leven in de academische wereld niet was wat ik ambieerde, want toentertijd had de universiteit niet zo veel waardering voor toegepast onderzoek als ik zou willen. Ik wilde de wereld iets concreters bieden. Toen ik me afvroeg wat ik met mijn leven moest doen, stapte Zuid-Afrika over naar democratie en kwam er een positie in de lokale overheid vrij en dat was het helemaal voor mij. Alles viel op zijn plek. Ik ging ervan uit dat ik weg zou gaan bij de overheid zodra er niets meer te leren viel, maar ik zal je vertellen: het is net een hoogoven die jou als een stuk staal steeds in een andere vorm buigt, modelleert en draait. Werken voor de overheid is echt een krachtproef geweest.’

Tussenwereld

Behalve dat ze zich in Durban ‘in vorm laat buigen’ vervult Debra Roberts nog een andere belangrijke rol op wereldniveau – als een van de vicevoorzitters van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), de commissie die de Verenigde Naties instelde voor het evalueren van wetenschappelijke kennis inzake klimaatverandering. Zij is zelfs de allereerste wetenschappelijk beleidsadviseur in overheidsdienst die benoemd is tot IPCC CO-Chair. ‘Er zijn maar heel weinig in de praktijk werkzame wetenschappers die het tot het IPCC brengen,’ stelt ze. ‘Ik hoorde van andere mensen dat ze zich gesterkt voelen wanneer ze iemand uit de praktijk op zo’n invloedrijke positie zien. Kennis uit een andere hoek komt de wetenschap ook ten goede. Als beleidsmaker hoef ik niet te speculeren over wat beleidsmakers nodig hebben; ik weet wat ik nodig heb. Dat geldt ook voor de wetenschap. Ik houd me op in een soort tussenwereld, in een schemerzone tussen wetenschap en beleid.’

Dit is een unieke positie om te bekleden en als zodanig probeert Debra Roberts een rolmodel te zijn. ‘Ik weet hoe moeilijk het voor mij was dat ik niemand had om naar op te kijken. Ongebruikelijke keuzes maken voor wat betreft je carrière is lastig. Toen ik de academische wereld achter me liet, zeiden mijn collega’s dat dit het einde betekende van mijn carrière, dat het een heel slechte beslissing was. Diezelfde ervaring had ik in mijn beleidsfunctie, toen ik me weer ging bezighouden met wetenschap. Zulke beslissingen zijn niet makkelijk. Ze raken je diep en er was nooit iemand tot wie ik me kon wenden, die tegen me zei dat het helemaal niet erg was om actief te zijn in de schemerzone.’

Oprechte motivatie

Promotor Maarten van Aalst, haar collega bij het IPCC, beschouwt Debra Roberts absoluut als inspirerend voorbeeld. ‘Ze is een fantastisch iemand. Ze is onverstoorbaar, overtuigend en bezielend. Ze is een belangrijk rolmodel. Een vrouwelijke leider in een sector waarin van oudsher blanke mannen op leeftijd de touwtjes in handen hebben. Een vrouwelijke leider uit een ontwikkelingsland nota bene, dat is een teken dat er een nieuwe tijd is aangebroken. Ze is een voorbeeld voor mij. De manier waarop ze over wetenschap praat en over de noodzakelijke veranderingen is iets wat ik hogelijk waardeer en waarvan ik probeer te leren. En ze doet het niet ter meerdere glorie van haarzelf. Haar motivatie is heel oprecht.’

Aan deze woorden kun je niets afdoen. Ook al krijgt ze vanwege haar drukke werkschema doorgaans niet meer dan vijf uur slaap en kan ze vrijwel nooit op vakantie, Debra Roberts reageert verbaasd als je haar vraagt waar ze de energie vandaan haalt. ‘Energie is het probleem niet,’ antwoordt ze. ‘Het probleem is de tijd. Hoe prop je twee 24-uursbanen in een dag van 24 uur? Je gaat jongleren. De pandemie was in dat opzicht een zegen, want daardoor kon ik meer tijd thuis doorbrengen bij mijn vader en bij mijn fantastische partner, Rosanna, met wie ik al 25 jaar samen ben. Zij is een ongelooflijke steun voor me geweest. Niet iedereen heeft zo’n geduld. Ik werk fulltime, ben altijd aan het werk. Het is een kwestie van tijdmanagement en soms is het echt heel moeilijk, maar die enorme toewijding heb ik altijd gehad. Ik weet precies waarom ik iets doe. Ik ben helemaal geen martelaar. Het is juist een enorm voorrecht. Je hebt maar één leven. Ik wil er zeker van zijn dat ik in mijn laatste ogenblikken weet dat ik alles gedaan heb wat menselijkerwijs mogelijk was met de tijd die mij gegund was.’