Tussenpaus

| Redactie

Het commentaar van U-Today. Thom Palstra legt eind dit jaar het rectoraat neer. Hij begon met een duidelijke opdracht: geen revolutie maar evolutie. Maar dat maakt hem geen tussenpaus, want hij deed de afgelopen drieënhalf jaar meer dan op de winkel passen.

Na vier jaar rectoraat vindt Thom Palstra het genoeg. Om ‘persoonlijke redenen’ legt hij zijn functie bij de dies natalis eind november 2020 neer. Hij voelt zich meer wetenschapper dan bestuurder en mist de directe wetenschappelijke interactie met collega’s, promovendi en studenten. Palstra volgde vier jaar geleden Ed Brinksma op, die acht jaar rector was. Onder hem zette de UT grote stappen. Zo voerde de UT het Twents Onderwijsmodel (TOM) in en werd de campus een koploper internationalisering onder de Nederlandse universiteiten.

Toen Brinksma vier jaar geleden vertrok, leek het logisch om een ‘tussenpaus’ aan het academische roer te zetten. Immers, TOM was nog niet erg breed gedragen en kende nog flink wat kinderziektes. Dat kwam tot uiting in de Nationale Studenten Enquête en slechte waarderingen in de Keuzegids. Ook op het gebied van onderzoek gooide Brinksma het roer om: de UT-instituten werden opgeheven als zelfstandige eenheden en de faculteiten kregen een meerkoppig bestuur.

Niet vreemd dat Anton Schaaf, voorzitter van de raad van toezicht, destijds in de zoektocht naar een nieuwe rector zei: ‘We zitten niet te wachten op een revolutie. Er zijn belangrijke stappen gezet, daar willen we op voortborduren.’

En dat is precies wat Thom Palstra als nieuwe rector deed. Onder zijn leiding werd de strakke centrale regie op TOM (een module is ondeelbaar en bestaat uit 15 ec) losgelaten, zonder het karakter van het onderwijsmodel geweld aan te doen. Daarmee sloeg de waardering van het UT-onderwijs radicaal om: de UT behoort tegenwoordig tot de meest geapprecieerde hoger onderwijsinstellingen in Nederland. Ook maakte de UT werk van het streefcijfer ‘twintig procent aan vrouwelijke hoogleraren’, onder andere door het Hypatia-programma. En de nieuwe faculteitsbesturen gingen van start.

Daarmee is een kwalificatie als ‘tussenpaus’ te kort door de bocht. Dat blijkt ook wel uit de mondelinge reactie die de UT kreeg van de NVAO-commissie die eind 2019 de UT keurde voor de instellingstoets Kwaliteitszorg. In een wat wonderlijk persbericht, dat gebaseerd is op een gesprek met de keurmeester (het rapport laat nog even op zich wachten), zegt de UT dat de keurder ‘over de gehele linie positief is’.

Maar er zijn ook verbeterpunten, zo is het voor de keuringscommissie niet duidelijk welke rollen de Universitaire Commissie Onderwijs (UC-OW) heeft. UT-secretaris Susanne Wichman licht dat zo toe: ‘Op het moment dat de UC-OW besluiten lijkt te nemen, gaat het over meer tactisch-operationele zaken. Binnen de faculteiten vindt dan de eigenlijke besluitvorming plaats. Daarmee lijkt de UC-OW naast een adviesfunctie ook een besluitvormende functie te hebben. De functie van de UC-OW en de rol van de portefeuillehouders is iets om aandacht voor te houden.’

Ook bij de vorige NVAO-keuring in 2014, wees de commissie naar het bestuur: ‘Er zijn veel formele en informele overlegstructuren gegroeid.’ Om te vervolgen: ‘Het advies is om op afzienbare tijd die overlegstructuren kritisch op hun toegevoegde waarde en effectiviteit te onderzoeken’. Anders gezegd, goed bestuur is meer dan het oprichten van overleggremia die al dan niet adviseren of besluiten. Het is aan de nieuwe rector om het bestuur van de UT eens tegen het licht te houden.