'De rek is uit het huidige bestuursmodel'

| Rik Visschedijk

Op welke manier wordt het onderzoek aangestuurd en moet de UT zich sterker of anders profileren om onderscheidend te zijn? Dat zijn de vragen die op dit moment spelen rond de beleidsvoornemens in UT2020.

Rector Ed Brinksma is de initiatiefnemer van het plan dat bekend stond als ‘heroriëntatie organisatie onderzoek’. Het doel: onderzoek op de UT slagvaardiger organiseren. Vorige week kwamen de UT-hoogleraren bijeen om – net als een jaar geleden - de voortgang van het plan te bespreken in een senaatsbijeenkomst. ‘We willen naar een nieuwe bestuursvorm met een meer integrale en eenduidige aansturing’, zegt hij. ‘De Raad van Toezicht steunt de plannen, en ook de URaad gaf in juni een positief advies over de uitgangspunten.’

Zuinig

Brinksma vervolgt: ‘De vraag is hoe we het onderzoek het best kunnen aansturen en positioneren. Het bestaande besturingsmodel stamt uit de eerste jaren van na de eeuwwisseling, en heeft in de loop der tijd veel opgeleverd. Maar het heeft ook nadelen: mensen vinden het complex en we sturen elkaar veel rekeningen. Dat heeft er voor gezorgd dat we UT-breed erg zuinig zijn, bijvoorbeeld met de vierkante meters. Maar de rek is er wel een beetje uit en het is goed om te kijken naar een ander model.’

In het nieuwe plan wordt de bestaande matrixorganisatie aangepast. Bij de faculteiten komt een faculteitsbestuur, met daarin een decaan, een portefeuillehouder onderwijs, een portefeuillehouder onderzoek, een directeur bedrijfsvoering en een student. ‘De verantwoordelijkheid voor het disciplinaire onderzoek en de kwaliteitszorg kan dan bij de faculteiten worden ondergebracht’, zegt Brinksma.

Verdelen

Het multidisciplinaire onderzoek in - en tussen - instituten, wordt het domein van de wetenschappelijk directeuren. Dat heeft ook gevolgen voor de geldstromen. ‘De instituten, MESA+, MIRA, CTIT en IGS, gaan zich duidelijker richten op de externe, multidisciplinaire programma’s, met op termijn een duidelijke maatschappelijke impact’, vervolgt Brinksma. Daarmee verandert ook het verdeelmodel: ‘Op dit moment gaat het geld voor disciplinair onderzoek nominaal naar de instituten, en die sluizen het dan door naar de faculteiten. In de nieuwe aanpak vloeien die middelen direct naar de faculteiten.’

Lopende zaken

Want de faculteiten krijgen het geld voor de ‘lopende zaken’ op het gebied van onderzoek en onderwijs, inclusief de vaste kosten voor huisvesting en personeelskosten. Zij verdelen de middelen weer over de leerstoelen.

‘Het is de bedoeling dat de toewijzing aan leerstoelclusters voor een belangrijk deel gebeurt in de vorm van capaciteit, oftewel in vierkante meters en vaste formatie voor een aantal jaren’, zegt Brinksma. ‘Daardoor komen middelen dus niet steeds weer ter discussie te staan, en we hopen zo meer stabiliteit te creëren. We moeten nog wel goed nadenken over de exacte vorm; de senaat gaf, heel terecht, aan dat er wel een goede prikkel moet blijven om voldoende projecten en middelen van buiten te verwerven. Het idee erachter is dat we niet alleen financieel willen sturen, maar juist meer op inhoud willen beslissen.’

Devil in the detail

Het multidisciplinaire onderzoek in de instituten en over de instituten heen wordt betaald uit middelen voor strategisch onderzoek en innovatie, met daarbij de inzet van de disciplinaire middelen uit de faculteiten. ‘Daarmee moeten zij zich richten op grote maatschappelijke thema’s en de multidisciplinaire onderzoeksprogramma’s. Zij zijn ons gezicht naar buiten’, aldus Brinksma. Over de verdeling van het geld is het laatste woord overigens nog niet gesproken. ‘The devil is in the detail’, zegt Brinkma. ‘We moeten nog goed nadenken over hoe we tot de uiteindelijke verdeling van het geld komen en hoe we op de beste manier excellent en relevant onderzoek bevorderen.’

Profilering

Een ander onderwerp is de profilering van de UT. Wie willen we zijn en waarmee onderscheiden we ons van andere universiteiten? Een aantal thema’s liggen voor de hand. Brinksma noemt onder andere health, technologie en de digitale samenleving. ‘Maar dat zijn containerbegrippen. We moeten kiezen waar we specifiek mee bezig willen zijn. En verder moeten we natuurlijk ook Twentse onderwerpen als materialen en engineering een plaats geven.’


In december moet de organisatiewijziging verder uitgewerkt zijn in de wijziging bestuurs- en beheersreglement (BBR) en wordt de organisatie gereed gemaakt voor de wijziging in het financieel model. In het voorjaar 2017 worden de financiële kaders in de begroting 2018 vastgesteld in de Spring Memorandum.