‘Als je iets overkomt, dan is de campus een goede plek’

| Rik Visschedijk

Hij kwam als militair verpleegkundige in 1990 binnen op de UT. Sindsdien werkt Henk Bleijerveld op de campus, waar hij de bedrijfshulpverlening (BHV) opzette. In mei gaat hij met pensioen. Uit eigen ervaring weet Bleijerveld: als je iets overkomt, laat het dan op de campus zijn. Want hier krijg je meteen hulp.

Photo by: RIKKERT HARINK

Het is 2015. Bleijerveld geeft een herhaaltraining, als hij zich plotseling niet goed voelt. Hij weet dat het mis is en zegt tegen de cursisten: bel 112. Maar eerst is er ongeloof, de groep denkt dat Henk een geintje uithaalt. Dat is niet vreemd gedacht, want Bleijerveld gebruikt humor om zijn cursisten bij de les te houden. ‘Ik dacht duidelijk te praten’, zegt hij. ‘Maar ik brabbelde. Een teken van een herseninfarct.’ Gelukkig ziet de groep de ernst van de situatie en Bleijerveld is binnen het uur behandeld. ‘Belangrijk’, zegt hij. ‘Want iedere minuut telt.’

De BHV op de campus is zijn ‘kindje’, en daar is-ie trots op. ‘De BHV is compleet intern georganiseerd’, zegt hij. ‘Ieder gebouw heeft een AED, er zijn altijd BHV-ers aanwezig. Ook ’s avonds, als de studieverenigingen hun activiteiten hebben. Mijn huzarenstukje is toch de samenwerking met de Ambulancedienst Oost. In gebouw Carré mogen de BHV’ers werken met zuurstofflessen. Dat wilden we, omdat daar wordt gewerkt met het verstikkende cyanide. Als er iets gebeurt, dan gaat de BHV met adembescherming naar binnen, brengen ze het slachtoffer naar een veilige situatie en dienen we zuurstof toe.’

Mariniers

Bleijerveld houdt wel van een uitdaging. Hij werkte zestien jaar bij de mariniers, als verpleegkundige. ‘Ik begon als dienstplichtige en kon de verpleegkundeopleiding doen’, herinnert hij. ‘Ik werd beroepsmilitair, een prachtige tijd. We zwierven veel rond. Zeker de koud weer-training vergeet ik niet snel. In het najaar naar Schotland, in de constante regen. Vervolgens naar Noorwegen, om een sneeuwhol te graven. Het heftigste? Wakskiën. Je skiet bepakt een ijskoud wak in en moet jezelf eruit redden. Ik deed dat nét binnen de tijd. Vervolgens nemen je maten je onder de arm om warm te rennen. Je denkt dat je dood gaat.’

Die kameraadschap is ongekend, vindt Bleijerveld. ‘Bij trainingen ben je zó afhankelijk van je maat. Zo werd ik gekoppeld aan een jonge gast, we moesten in de kou een berg beklimmen. Hij sleepte me erdoor. Maar ik droeg ook m’n steentje bij. Mijn maat was niet zo goed in hygiëne. Ik verzorgde ons, zodat we zonder bevriezingsverschijnselen de opdracht voltooiden.’

Meteen uitrukken

Rond 1990 was het tijd voor een nieuwe uitdaging. Het rondreizende leven als beroepsmilitair combineerde slecht met een jong gezin. Bleijerveld solliciteerde bij de UT. ‘Ik had het geluk dat de toenmalig campusarts Wopke Rijnberg een militair verpleegkundige wilde. Daarmee wist hij namelijk zeker dat hij een collega kreeg die bloed kon prikken, medicijnen toedienen, röntgenfoto’s maken en labonderzoek verrichten. In die tijd woonde ik op de campus, als ik ’s avonds een telefoontje kreeg van de beveiliging, dan rukte ik meteen uit.’

Een jaar of zeven later kwam de vraag of hij instructeur BHV wilde worden. ‘Echt niet’, dacht Bleijerveld. ‘Voor de klas gaan staan, dat leek me niets voor mij. Maar ik deed het toch en het was de beste beslissing die ik kon maken. Ik vind het prachtig om kennis over te dragen. Mijn cursisten zijn gemotiveerd, geen van hen moet dit doen. Het mooiste vind ik lesgeven aan studenten. Het zijn zulke slimme koppen, maar met handelingen als de stabiele zijligging hebben ze moeite. Het zijn denkers, he.’

Psychische problemen

In zijn dertig jaar UT, in april maakt hij dat getal rond, zag hij de campus veranderen. En daarmee ook de rol van de BHV. ‘Er zijn nu andere uitdagingen’, aldus Bleijerveld. ‘We hebben meer te maken met psychische problemen. En dat is natuurlijk lastig, want iemand kalmeren en uiteindelijk tegen de grond werken, is niet een BHV-taak. Daarom willen we een interventieteam opzetten, waarbij beveiliging en BHV samenwerken.’

De uitwerking daarvan komt vooral bij zijn opvolger Elise Doree. Zij begint 1 april. ‘Ik heb nog flink wat tijd om het werk goed over te dragen’, aldus Bleijerveld. ‘Want op 28 mei is mijn afscheidsreceptie. Wat daarna komt? Eerst eens op een luxe vakantie. Vanaf september ga ik vrijwilligerswerk doen. Daarop ben ik me nu aan het oriënteren. Het werk moet met mensen zijn. Ik denk aan Humanitas. Of patiëntenvervoer bij het MST, in die golfkarretjes. Met mijn ervaring heb ik dan echt iets te bieden. Want die patiënten gaan misschien voor een slecht gesprek naar de specialist. Ik stel me voor dat het dan prettig is dat je iemand bij je hebt met ervaring.’