De afgelopen tien jaar stopte Endedijk heel wat bloed, zweet en tranen in haar carrière in aanloop naar het hoogleraarschap. Ze was namelijk een van de laatste van haar faculteit die een tenuretrack-aanstelling kreeg. En dat betekende vooral ‘telkens weer naar een moment toewerken’.
Endedijk: ‘Ik ben geen fan van het tenuretrack-systeem. Als ik er nu op terugkijk, dan was er altijd sprake van prestatiedruk. Om de zoveel tijd moest ik voor een commissie verschijnen. Het eerste traject ervoer ik als heel rigide. Je kunt binnen dit systeem niet zo goed meedeinen op wat er in je leven gebeurt, bijvoorbeeld als je kinderen krijgt. Het is telkens jezelf bewijzen. En hoewel ik al anderhalf jaar hoogleraar ben, sluit ik voor mijn gevoel die periode nu af met mijn oratie. Als een soort van kroon op mijn werk. Maar daarna is het ook echt even klaar.’
Impactgedreven
Nu ze zelf aan het hoofd van een vakgroep staat, die inmiddels bestaat uit 36 medewerkers, weet ze dat mensen ‘naar haar kijken’ en ‘letten op wat ze doet’. ‘Ik ben namelijk best uitgesproken, onder meer op LinkedIn. Ik ben vooral uitgesproken omdat ik kansen voor anderen wil ontwikkelen. Ik wil laten zien dat we impactgedreven onderzoek doen, maar ook publiceren in topjournals. Dat laatste doen we echt samen met de vakgroep. Er zijn mensen die bij ons vacatures zien, nadat ze eerder uit de wetenschap stapten, en dan zeggen: maar dít wil ik wel. In onze groep gunnen we elkaar namelijk iets. Wij denken met elkaar na over hoe we ons werk leuker en beter kunnen maken. Op die samenwerking ben ik enorm trots.’
Shut up and write
Ze haalt wat voorbeelden aan: van samenzijn op kantoor tot gezamenlijke lunches. ‘Daarin geef ik zelf ook het voorbeeld door zichtbaar aanwezig te zijn.’ Nog een voorbeeld; viermaal per jaar houdt haar vakgroep een ‘shut up and write week’. Endedijk: ‘Iedereen worstelt om voldoende tijd te vinden voor het schrijfwerk, zeker de senioronderzoekers. In die vier weken per jaar veegt iedereen zijn of haar agenda leeg en claimen we tijd voor onszelf. We beginnen de dag met een gezamenlijk ontbijt en houden vervolgens een ritme aan van 25 minuten schrijven, 5 minuten pauze. We delen het proces van schrijven, zien elkanders struggles. Het werkt fantastisch, we leren van elkaar.’
‘Je hele carrière moet je blijven leren. Dat was vroeger al zo, nu door de technologie nog veel meer’
Want dat leren, daar draait het in haar vakgebied om. Ze legt uit: ‘Onze wereld verandert snel door allerlei innovaties en technologische ontwikkelingen. Dat gaat vaak sneller dan het werk kan bijhouden, daarom moet je gedurende je hele carrière blijven leren. Dat was vroeger al zo, maar nu – door die technologie – nog veel meer. Maar hoe geven we dat vorm? Ons onderzoek richt zich niet op het ontwikkelen van nieuwe cursussen, maar op hoe mensen met die snelle ontwikkelingen kunnen blijven werken.
Vies woord
Endedijk legt uit dat ze dat onder andere doen door ‘learning communities’ te ontwikkelen, waarin mensen van elkaar leren. Wetenschappers, studenten, docenten en medewerkers van een bedrijf worden daarin aan elkaar gekoppeld. Haar onderzoek richt zich daarbij vooral op mkb-bedrijven, zoals ze dat deed in het project Gas erop! .
‘In de vaak kleinere mkb’s zijn vaak geen hr-professionals. Hoe kan je dan toch ervoor zorgen dat het werk zo is ingericht dat ook daar de medewerkers blijven leren? In ‘Gas erop!’ ontwikkelden we meer dan honderd learning comunities in installatiebedrijven die de tijd en de autonomie kregen om aan de slag te gaan met een bepaalde innovatie. Dat ging dan bijvoorbeeld om een prefab-waterpomp. Werknemers gingen nadenken over hoe zij door deze innovatie hun werk anders moesten inrichten. Het management stuurde aan op het thema, vervolgens bepaalde de groep zelf hoe ze dat deden. En hoe ze dat ervaarden. Zo leren ze van elkaar, dat leren leuk kan zijn en dat hun stem ertoe doet.’ Dat is belangrijk, zegt ze, ‘want juist voor praktijkopgeleide mensen is leren vaak een vies woord.’
In veel van die projecten begrijpt de vakgroep van Endedijk steeds beter welke mechanismes en patronen een rol spelen. ‘Dat onderzoeken we langdurig, zodat we weten waardoor mensen zich wél blijven ontwikkelen en tegelijkertijd zoeken we ook naar de oplossing voor het bedrijf. Dat kan omdat we samenwerken met lectoraten van Saxion, Windesheim, de HAN. Zo kunnen we wetenschappelijke kennis ontwikkelen maar ook specifieke kennis voor een bedrijf.’
Contrabas
De titel van haar oratie luidt ‘The Rythm of Learning, het samenspel van leren, werk en technologie in tijden van transitie’, en daar is natuurlijk over nagedacht. De hoogleraar speelt zelf contrabas, deed altijd veel in de muziek, omdat dat haar grote passie is. Ze wil nog niet alles verklappen, wel dat ze muziek gaat gebruiken om haar vakgebied uit te leggen. ‘De kernboodschap van mijn oratie is dat je veel beter moet begrijpen hoe het ritme van leren in elkaar zit. Wat gebeurt er op welk moment in de tijd? Hoe ontwikkelt zich zoiets op de werkvloer? En wat zijn momenten waarop je extra ondersteuning moet bieden?’
Bij vragenlijstonderzoek wordt volgens haar maar ‘heel kort en maar een paar keer’ gemeten. ‘Wat wij vervolgens zien, is dat je niet zo goed weet wat er gebeurt. Dat is hetzelfde als je een paar noten hebt, maar eigenlijk de muziek niet snapt. Wij doen veel onderzoek naar processen en dat betekent dat we vaak lang aanwezig zijn om het te snappen en veel meetmomenten hebben. Zo zien we dat er grotere verschillen binnen mensen zitten, in plaats van tussen mensen. Dan kunnen we beter nadenken over de juiste ondersteuning op het juiste moment.’
Virtual reality
Ze krijgt in haar oratie 45 minuten om - in heldere taal – uit te leggen wat ‘al die fantastische onderzoekers’ in haar vakgroep doen. Te kort, vindt ze zelf. Daarom organiseert Endedijk op de dag van haar oratie (donderdag 9 april, red.) ook een expositie in de Ravelijn, waar bezoekers actief aan de slag kunnen met haar vakgebied. ‘Zo kun je op de expo ervaren hoe virtual reality ingezet wordt, bijvoorbeeld sensortechnologie om interacties van teams te bestuderen. Of welke spellen er zijn ontwikkeld om mensen beter hun verschillen in perspectieven te laten overbruggen. Maar ook over de toekomst van het werken in de wetenschap. Met al die tools en instrumenten laten we mensen de toekomst van leren, werk en technologie zien en ervaren.’
‘Het werken op deze universiteit, met een sterk ontwerpkarakter, heeft geleid tot waar ik nu ben’
Die toekomst, daar liggen op haar onderzoeksgebied best grote uitdagingen. ‘Want de ontwikkelingen gaan ontzettend snel. We willen dat mensen mee blijven gaan. De oplossingen daarvoor zijn complex en duren lang. Bedrijven willen liever een oplossing voor nu. Het is best lastig om bedrijven mee te krijgen naar meer structurele oplossingen, die minder snel en sexy zijn.’ Verder noemt Endedijk het een uitdaging dat er veel meer samenwerking nodig is in de toekomst, over disciplines heen. ‘Het is veel moeilijker samenwerken met iemand die op andere positie zit, die anders denkt, die andere belangen heeft. Toch moeten we dat voor elkaar zien te krijgen, maar dat is ingewikkeld.’
Leermomenten
Als learning professor had ze natuurlijk zelf ook de nodige leermomenten. De belangrijkste? Ze moet er even over nadenken, maar noemt dan de periode die ze bij University College ATLAS werkte. Daar werd ze ‘jaloers op mensen met een technische achtergrond die mooie dingen maakten’. ‘Daarentegen had ik het idee dat ik alleen maar met vragenlijsten bezig was en merkte toen: dat wil ik niet. Wat zijn dan de inzichten in jouw vakgebied?, vroeg een collega mij. Het gaan werken op deze universiteit, met een sterk ontwerpkarakter, heeft geleid tot waar ik ben. Ik heb geleerd hoe ik werk van anderen kan vertalen. Je kunt ontzettend veel leren van andere disciplines. Dat is moeilijk, maar als dat lukt, kun je hele mooie dingen doen. Er liggen namelijk veel kansen op de UT.’
Laat je niet gek maken
Dan is er nog iets wat ze wil meegeven aan collega’s. ‘Als je hoogleraar wilt worden, laat je dan niet gek maken door beleid dat elke twee jaar weer verandert. Blijf bij je eigen kernwaarden. Mijn onderzoek werd altijd te breed gevonden. Blijf bij wat voor jou belangrijk is.’
Ze hoort namelijk van veel collega’s dat het ‘zo onduidelijk is’ waar je aan moet voldoen bij een volgende carrièrestap. ‘Ik zeg altijd dat het niet draait om de volgende publicatie, maar dat het moet draaien om waar je trots op wilt zijn. Voor mij was dat een groep opbouwen in een veilig en gemoedelijk klimaat, waar je kwetsbaar mag zijn. Dat dat is gelukt, daar ben ik het meest trots op.’