Photo by: Eric Brinkhorst
Spotlight

De brug tussen techniek en patiënten

| Rense Kuipers

Miriam Luizink, UT-alumna en voormalig zakelijk directeur van MESA+, voelt zich als een vis in het water als directeur van Roessingh Research and Development (RRD). ‘Dichter bij maatschappelijke toepassing ga je niet komen.’

Op het oog zijn er genoeg gelijkenissen tussen de UT-campus en de ‘campus’ van revalidatiecentrum Roessingh. Op een paar minuten fietsen door het Abraham Ledeboerpark is het is alsof je bij het kleine broertje terechtkomt. Het is er groen – voor zover dat kan in de wintermaanden, levendig, urgent. Er heerst een onmiskenbaar gevoel van bedrijvigheid, ook in het eigen gebouw van Roessingh Research and Development, het eigen onderzoeksinstituut van het revalidatiecentrum. Daar is Luizink (43) bijna op de kop af twee jaar directeur. In 2016 verliet ze na tien jaar de UT, waar ze zakelijk directeur was van MESA+ en directeur strategisch business development.

'Je beseft direct voor wie je dit werk doet.'

Plakkertjes op de plint

‘We hebben hier een club die uitermate dicht bij de gebruikers, oftewel de patiënten, staat’, begint een opgewekte Luizink. Het bewijs is op de gang buiten haar kantoor te vinden: op de plint zijn plakkertjes aangebracht om afstanden die revaliderende patiënten afleggen – zij het ietwat provisorisch – te meten. Luizink: ‘Fantastisch toch, het idee dat dit aan de andere kant van je deur gebeurt? En ik vind het tekenend voor de mentaliteit binnen RRD. Het onderzoek gaat uit van patiënten en behandelaren. Dichter bij maatschappelijke toepassing ga je niet komen.’

Die nabijheid kan confronterend zijn, weet de UT-alumna. Revalidatiepatiënten – doorgaans gewoontemensen – worden door omstandigheden gedwongen om zich aan te passen en zo goed mogelijk te leven met een nieuwe werkelijkheid. Dat zag Luizink, toen ze meekeek bij onderzoek van een jonge promovendus. ‘Hij deed onderzoek naar verschillende knieprotheses en hoe een patiënt daarop reageert. Een heel bijzondere ervaring van zo dichtbij. Maar je beseft ook direct voor wie je dit werk doet. Dat geeft ontzettend veel voldoening.’

Van cleanroom naar revalidatiepatiënten

Het gevoel dat ze iets toevoegt heeft Luizink meer dan ooit, vertelt ze. ‘Toen ik 17 was, wist ik één ding: ik wilde iets technisch doen. De technische en analytische houding zat er altijd al in.’ Haar pragmatische bètahouding bracht de geboren en getogen Enschedese naar de UT voor een studie technische natuurkunde. Na onder meer een baan als onderzoeker bij KPN – met daarbij ook een periode in Costa Rica – keerde ze in 2006 terug op de UT, als zakelijk directeur van onderzoeksinstituut MESA+. Tussen de doorgewinterde nanowetenschappers was ze absoluut op haar plek. Hoe anders ziet haar wereld er nu uit: geen hightech cleanroom, maar revalidatiepatiënten op de gang.

'In 25 jaar was er te veel ontstaan.'

Tja, het kan gek lopen. Zeker voor iemand die onlosmakelijk met de UT verbonden leek te zijn. ‘Nee, ik was niet bewust op zoek om deze stap te maken’, aldus Luizink. ‘Maar ik ben hier absoluut op m’n plek. Ik loop ook iedere ochtend – ja, het is echt op loopafstand – met een glimlach op mijn gezicht naar mijn werk.’ Bij haar aantreden als directeur van RRD kreeg ze de opdracht om ‘de dingen wat zakelijker te maken’. Luizink: ‘In 25 jaar was er te veel ontstaan. RRD heeft zich sterk ontwikkeld, dus was het hoog tijd om tegen het licht te houden wat alle verhoudingen en samenwerkingen waren.’

‘Volwassen, internationaal topinstituut’

Een van de sterkere samenwerkingsverbanden is er met de UT. Nauwelijks uit het oog en ook zeker niet uit het hart, geldt voor Luizink. Van de ruim veertig mensen die werken bij RRD is een grote groep ook verbonden aan de UT. Velen als promovendus, maar ook hoogleraren Hermie Hermens, Jaap Buurke en Hans Rietman zijn gelieerd aan beide kampen. De lichtingen UT-afstudeerders die elkaar om het half jaar opvolgen niet te vergeten. ‘We hebben hier een volwassen, internationaal topinstituut. Als promovendi hun onderzoek dichter bij de praktijk willen brengen, dan bieden wij die plek. Dit is bij uitstek het lab voor patiëntgebonden onderzoek van de universiteit.’

'We zijn hier multidisciplinair. Ja, ik weet dat het een vaak geschreeuwde managementterm is.'

Dat is een van de uithangborden waar Luizink trots op is. En het legt het kleine, zelfstandige instituut RRD geen windeieren. ‘Afgelopen jaar scoorden we beter dan ooit in het binnenhalen van onderzoeksprojecten. Ook binnen grote Europese consortia. Dan ben je dus écht een internationaal onderzoeksinstituut. Ik ben trots dat we dat kunnen combineren met onze regionale functie’, zegt Luizink. Om meteen toe te voegen: ‘En we zijn hier multidisciplinair. Ja, ik weet dat het een vaak geschreeuwde managementterm is, maar het is echt waar. Hier loopt van alles rond: revalidatieartsen, fysiotherapeuten, sportwetenschappers, programmeurs, psychologen. Noem het maar op, het komt en werkt hier samen.’

Volgens Luizink voegt RRD al 27 jaar de daad bij het woord. ‘Al die jaren heeft het in de eerste plaats gedraaid om menselijk functioneren. “Hoe helpen we het individu?”, die centrale vraag komt in alles terug. Nu zien we dat ook de grote Europese subsidieverstrekkers steeds meer belang hechten aan die insteek. En wij hebben het voordeel dat we het al jaar in, jaar uit bewijzen. Dat we daarvoor beloond worden is veelzeggend en een fantastische waardering.’

'De afstand tussen de UT en RRD is niet zo groot. Als we elkaar blijven vinden, kunnen we gezamenlijk alleen maar sterker worden.'

Elkaar blijven vinden

In de toekomst wil Luizink dat RRD meer buiten de poorten treedt, zowel letterlijk als figuurlijk. ‘Het begrip revalidatie is breder geworden’, vertelt de UT-alumna. ‘Het gaat niet alleen om revalideren na ziekte, maar ook om preventie. Mensen willen langer actief leven, op een manier die bij hen past. Om dat optimaal te kunnen doen, kun je bijvoorbeeld denken aan monitoring en coaching. Met andere woorden: kijken naar wat iemand wil en kan, meten wat iemand daadwerkelijk doet, en coachen om een verandering te bereiken. En dat met inzet van nieuwe technologie. Die technologie kun je enorm opschalen.’ Hoe snel dat allemaal gaat gebeuren, is volgens Luizink de vraag. ‘Wij zijn net als de UT geen commerciële partij. Dus lange termijn – zo’n vier jaar – is ook hier lange termijn. Daar kunnen we zeker een slag in maken, door meer aan co-development te doen met commerciële partners.’

Ook met de UT wil ze meer, actiever en vooral zichtbaarder samenwerken. ‘De recente opening van het Wearable Robotics Lab is een voorbeeld. Maar we kunnen onze samenwerking – die absoluut goed is – naar buiten toe nog meer zichtbaar maken. Dat past ook bij onze rollen in de regio. De afstand tussen de UT en RRD is niet zo groot. Als we elkaar blijven vinden, kunnen we gezamenlijk alleen maar sterker worden. Alleen krijg je niet zoveel gedaan.’