RoboTeam Twente

‘Uiteindelijk komt de inspiratie uit de natuur’

| Jelle Posthuma

RoboCup is meer dan de small size-competitie waarin de Twentse robots uitkomen. Om kennis te maken met de andere disciplines, maakt teamlid Stefan Tersteeg een rondje door het Palais des Congrès. ‘Al deze varianten vormen samen de perfecte voetbalrobot.’

In de hoek van de zaal staan lange rijen tafels waarachter tientallen studenten werken aan ingewikkelde computerprogramma’s. Zij doen mee aan de Simulation League, een competitie zonder fysieke robots. Tersteeg kijkt naar een van de grote schermen die een gesimuleerd potje voetbal toont en vertelt: ‘Deze competitie draait puur om de simulatie van het voetbalspel in tegenstelling tot onze league waar het om de echte robots gaat. Net als bij het reguliere voetbal is samenspel het belangrijkst: het zoeken naar driehoekjes, zodat er altijd twee afspeelmogelijkheden zijn. Het zou leuk zijn als onze robots dit uiteindelijk voor elkaar krijgen.’

'Zoals de vliegtuigindustrie naar een vogel kijkt, kijken voetbalengineers naar echte voetballers'

De tactieken van het simulatiespel komen uit het ‘echte’ voetbal of ‘vleesvoetbal’, zoals de RoboCuppers zeggen. ‘Uiteindelijk komt de inspiratie uit de natuur. Dat geldt eigenlijk voor alle techniek. Zoals de vliegtuigindustrie naar een vogel kijkt, kijken voetbalengineers naar echte voetballers.’

Balans is alles

Verderop staan de humanoid robots. Deze machines lijken van alle robots in de conferentiehal nog het meest op mensen. En juist deze fysieke vorm maakt het voetbalspel voor humanoids een ingewikkelde opgave. Het lopen en schieten ­– toch een belangrijk onderdeel van het voetbal ­- vormt de grootste uitdaging.

‘Deze teams hebben veel kennis over het fysieke gedeelte van de robots: de manier waarop ze zouden moeten lopen’, vertelt Tersteeg. ‘Wij hebben kennis over de tactiek en het samenspel. Uiteindelijk is het doel van de organisatie om alle disciplines samen te voegen tot één perfecte robot, die in 2050 een ‘echt’ voetbalteam kan verslaan.’

'Uiteindelijk is balans de grootste uitdaging'

In de SPL-competitie, een variant van de humanoid-league, krijgt ieder team dezelfde robot. Het gaat in deze onderlinge strijd om de software: het team dat het best programmeert, wint het toernooi. Terwijl twee teams hun wedstrijd afwerken, kijkt de Duitser Jan-Hendrik Berlin toe. Hij zit zelf bij de Nao Devils uit Dortmund.

‘Wij spelen in de A-divisie’, vermeldt Berlin. ‘Dat is écht state-of-the-art. In het hoofd van de robot zitten twee camera’s die een tweedimensionaal beeld produceren. Aan de hand van deze beelden bepaalt de robot zijn positie in het veld. Het gaat om het team dat de beste loop-algoritmes bouwt, want uiteindelijk is balans de grootste uitdaging.’

Eindhovûh

In de zaal is niet alleen voetbal te zien. Wat te denken van de RoboCup@Home? Daar voeren de robots verschillende huishoudelijke taken uit. In deze competitie doet een universiteitsteam uit Eindhoven mee. ‘We moesten net naar beneden met onze robots’, vertelt een van de teamleden. ‘Naar een echt restaurant om daar taken uit te voeren. Alleen de beveiliging was niet zo blij met tientallen robots en een paar honderd mensen die stuk voor stuk naar beneden verkasten.’

Eindhoven is goed vertegenwoordigd op het evenement en komt uit in de middle size-league met het team Tech United. De robots in de middelgrote competitie zijn robuuster dan die van Twente en hebben, in tegenstelling tot de kleinere klasse, een camera aan boord om hun locatie te bepalen.

No guts, no glory

Tech United speelt tegen Team Water uit China. Terwijl de Eindhovenaren hun wedstrijd spelen, staat een ander team uit Nederland langs de kant te sleutelen. Het zijn de ASML Falcons – inderdaad: van het bekende chiptechnologiebedrijf. Teamlid Coen Tempelaars zit achter zijn laptop te programmeren. Al snel raakt Tersteeg, zelf ook van de software, met hem aan de praat.

Tempelaars: ‘Kijk, schieten is triviaal. Dat is gewoon 500 volt, en hoppa. De uitdaging is het controleren van de bal, want het gebruik van zuignappen is niet toegestaan. Wij hebben als enige team vier camera’s op onze robot; de andere ploegen gebruiken één camera en een spiegel. Deze techniek gebruiken we nog maar net, dus het is de hele dag testen geblazen.’

‘Inderdaad’, valt teamleider Jaap Vos hem bij. ‘Maar: no guts, no glory. Met deze nieuwe techniek willen we een nog beter overzicht creëren. Dit is ons vierde WK. Sommige teams doen al voor de zestiende keer mee. Toch gaan wij voor de punten, want wij zijn competitief, dat zit in onze bedrijfscultuur. De Chinezen zijn ontzettend goed, maar reden in de wedstrijd veel te hard op ons in. Toen ben ik even boos geworden. Kijk, ik ben twee meter lang en lijk dan op een soort Viking. Vanaf dat moment luisterden ze wel.’

‘Het team uit Twente lijkt mij een jonge, fanatieke ploeg met een grote drive. Ze hebben als nieuw team exact dezelfde problemen als wij. Noem het geboortepijn. Of ik nog tips voor ze heb? Nou, ze vertelden over problemen met de robuustheid van een onderdeel. Nu weet ik toevallig dat Thales in Hengelo zit en zij maken militaire elektronica. Dat is ongetwijfeld shockproof. Ik weet zeker dat ze voor een kratje Grolsch willen komen praten.’