Dit collegejaar ben ik drie keer op de campus geweest. Eén keer voor de bedrijfsarts. De andere twee om het afronden van scripties en projecten te bespreken, waar ik sindsdien niet eens mijn laptop voor openklapte. Laat staan dat ik in het mapje ‘studie’ naar het juiste document heb gezocht.
Vorig studiejaar droomde ik al heel wat uurtjes weg onder een Technohalvensterbank. Een tweede longontsteking zorgde deze zomer voor een lichaam dat 38.5 graden een prima permanente lichaamstemperatuur vindt en aan vijftien uur slaap per dag niet genoeg heeft. Als de doktersassistenten bij het horen van je achternaam je geboortedatum al kennen, blijft er weinig meer over om te doen dan filosoferen in een hangmat in het dichtstbijzijnde bosje naast mijn appartement.
Over columnist JEnna zaagsma
Jenna Zaagsma (24) is masterstudent biomedische technologie en educatie in de bètawetenschappen. In haar vrije tijd is ze te vinden bij studentenscouting Radix en vechtsportvereniging Arashi. Ze schrijft over haar belevenissen en wat haar bezighoudt op en rondom de campus.
Mijn existentiële crisis zal ik in mijn dagboek houden. Maar tussen de eekhoorns en eksters kom je er vanzelf achter dat de er-zijn-geen-domme-vragen-docentenmentaliteit misschien toch een probleem heeft. Omdat we ongemerkt de verkeerde vragen stellen.
Met spoed uitsluiten dat ik niet doodga aan kanker of een longembolie, is niet hetzelfde als gericht uitzoeken waarom ik onder de Glanerbrugse fatbikejeugd nu de ‘zwerver’ van het lokale Ecopark ben.
Nog zo’n verkeerde vraag: rondom Prinsjesdag discussiëren of het eigen risico in de zorg nu wel of niet moet stijgen. Dat is niet alleen symptoombestrijding, het beantwoordt een andere vraag dan waarom de zorg en andere systemen in Nederland zo overbelast zijn geraakt. Ik snap ook wel dat mijn ideeën voor gratis groente, fruit en sportschoolabonnementen te socialistisch zijn voor Nederland en zich nog moeilijker op een begroting laten zetten. Maar: we discussiëren al over een antwoord voordat we vaststellen wat de vraag moet zijn.
Moeten we permanent een regenboogvlag hijsen op de UT? Of de verkeerssituatie op rotonde nog diverser maken met een regenboog-zebrapad? Zet zichtbaarheid zich echt om in acceptatie?
Mag je als HR-manager de tegenpartij bij een klacht inlichten en adviseren een tegenklacht in te dienen? Moet je als faculteitsbestuur daar dan wat van vinden? Hebben we leiderschapsstijl voldoende in beeld als risicofactor voor sociaal onveilige situaties? Moeten we een ‘individuele zaak’ wel zien als een kans voor onze lerende organisatie?
Zijn dat de goede vragen?
Ik weet het niet.