Faculteitsbestuur EEMCS: ‘Hadden eerder met elkaar het goede gesprek moeten voeren’

| Maaike Platvoet , Rense Kuipers

Binnen de faculteit EEMCS is veel onrust ontstaan na de bekendmaking over een socialeveiligheidskwestie bij twee vakgroepen. Mirije van Dijk, directeur bedrijfsvoering, reageert namens het faculteitsbestuur voor het eerst op vragen over de impact van de kwestie. ‘Er is niet één eenvoudige oplossing voorhanden.’

Archief U-Today, EEMCS-portefeuillehouder bedrijfsvoering Mirije van Dijk.

Meerdere bronnen meldden ons dat er sprake is van veel onrust onder medewerkers. Hoe gaat het faculteitsbestuur om met de situatie?

‘De berichtgeving heeft vanzelfsprekend impact binnen de faculteit, en zeker op de mensen die direct betrokken zijn en in de media worden genoemd. We merken dat er vragen zijn en dat mensen behoefte hebben aan duidelijkheid. Tegelijkertijd verschilt het hoe medewerkers de situatie ervaren en waar zij behoefte aan hebben. We proberen goed te luisteren naar wat er leeft en waar mogelijk duidelijkheid te geven, zowel in gesprekken en bijeenkomsten als in faculteitsbrede communicatieberichten.’

In een eerste mail naar de faculteit schreven jullie: ‘Het artikel in Tubantia geeft naar ons beeld een onjuist en onvolledig beeld van de situatie’. Wat is volgens jullie onjuist en onvolledig?

‘Dat is precies wat dit soort situaties zo ingewikkeld maakt als ze via de media worden besproken. Een kwestie als deze kent meerdere perspectieven en juist die verschillende perspectieven zijn nodig om het hele verhaal en de nuance te kunnen zien. Tegelijkertijd moeten wij terughoudend zijn in wat we publiekelijk delen. Het gaat immers om onze mensen en wij hebben als werkgever de verantwoordelijkheid om zorgvuldig met hun privacy en belangen om te gaan.

Dat betekent ook dat we niet ieder beeld dat in de media ontstaat kunnen corrigeren of van alle context kunnen voorzien. Als bepaalde perspectieven wel uitgebreid naar voren komen en andere noodgedwongen minder, ontstaat daardoor een beeld waarin voor ons belangrijke context en nuance ontbreken.’

Decaan Boudewijn Haverkort heeft zich ziekgemeld, is dit een gevolg van de ontstane situatie?

‘Het klopt dat de decaan zich heeft ziekgemeld. Zoals jullie begrijpen kunnen we daar verder niets over zeggen.’

Wie is er nu verantwoordelijk?

‘Als faculteitsbestuur zijn we gezamenlijk verantwoordelijk, allen vanuit onze eigen rol en taken.’

Wat voor indruk heeft het faculteitsbestuur van deze kwestie? Gaat het om een geïsoleerd (arbeids)conflict of is er sprake van een cultuurprobleem?

‘Het is wat ons betreft niet per se het een óf het ander. Er is een concrete kwestie tussen mensen, maar tegelijkertijd moeten we ook breder kijken. Blijkbaar is er een omgeving waarin zo'n conflict kan ontstaan, lang kan voortduren en niet eenvoudig tot een oplossing komt. Dat roept vragen op over onze cultuur, over hoe we met elkaar omgaan en over hoe we conflicten signaleren en oplossen. Daar moeten we als faculteit naar kijken en van leren.’

Wat gebeurt er nu om tot een oplossing te komen voor de betrokken personen?

‘We zijn met de betrokkenen in gesprek en blijven dat ook. Het is een lopend traject, waarin we samen kijken naar wat er nodig is en hoe we verder kunnen. Over de inhoud van die gesprekken kunnen we niet in detail treden, omdat het om persoonlijke en vertrouwelijke zaken gaat.’

Hebben jullie als faculteitsbestuur voldoende en tijdig ingegrepen om de kwestie op te lossen?

‘We hebben op verschillende momenten gedaan wat op dat moment nodig en mogelijk was. Als we nu terugkijken, zien we ook dat sommige dingen anders of beter hadden gekund, of niet uitpakten zoals gewenst. Tegelijkertijd is het achteraf altijd makkelijker om dat te constateren. Dit is een enorm complexe situatie, met verschillende mensen, belangen en perspectieven, waarin er niet één eenvoudige oplossing voorhanden is.’

Wat zijn voor nu de belangrijke leerpunten?

‘Een belangrijke les die we nu al wel kunnen trekken, is dat we eerder met elkaar het goede gesprek moeten voeren. Niet wachten tot zorgen of verschillen groter worden. Dat klinkt misschien eenvoudig, maar juist in een complexe situatie vraagt dat aandacht en inzet van iedereen.’

Hoe beogen jullie als faculteitsbestuur het tij te keren?

‘Allereerst ligt de focus op het zorgvuldig zetten van de volgende stappen in deze specifieke kwestie. Het feit dat deze al zo lang speelt, laat wel zien dat dat niet eenvoudig is, en ook niet van vandaag op morgen opgelost is. Tegelijkertijd willen we ervoor zorgen dat we binnen de faculteit weer goed met elkaar verder kunnen. Dat mensen zich vrij voelen om zich uit te spreken, juist als iets schuurt. Dat we naar elkaar luisteren en duidelijk zijn over hoe we met elkaar willen omgaan.

We zijn een mooie faculteit, met betrokken mensen, waar iedere dag heel veel mooie dingen gebeuren. Dat verdient het dat we samen verder bouwen aan een omgeving waarin mensen zich gehoord en gerespecteerd voelen en met vertrouwen kunnen samenwerken.’

Rol HR-manager

Saillant in de publicatie van Tubantia is een e-mail van de HR-manager. In plaats van een klacht van een Braziliaanse onderzoeker te behandelen, wordt ervoor gekozen de tegenpartij – hoogleraar Frank Leferink – in te lichten en van advies te voorzien om een tegenklacht in te dienen.

In een eerste mail naar de gehele faculteit in de nasleep van de publicatie schreef het faculteitsbestuur ‘achter de rol en inzet’ van de HR-manager te staan. Daar kwam het bestuur in een tweede e-mail op terug. ‘We willen ook terugkomen op ons bericht van vorige week. Daarin hebben we expliciet steun uitgesproken voor de inzet van HR. We horen dat die passage bij sommige collega’s anders is overgekomen dan we bedoelden, bijvoorbeeld als een oordeel over alles wat er de afgelopen jaren is gebeurd. Dat was niet onze bedoeling. We wilden voorkomen dat individuele medewerkers door de berichtgeving alleen kwamen te staan.’

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.