In het vorige welzijnsonderzoek onder medewerkers – eind 2023 afgenomen – kreeg de UT een 7,4 als ‘rapportcijfer’. Dat is ditmaal afgerond een 7,2. Ook de ‘net promotor score’ – zou je de UT aanbevelen als werkgever – daalt van een 7,4 naar een 7,1. De vertrouwensscore zakt van een 7,0 naar een 6,6.
Kwetsbaarheid en vertrouwen
Voor een verklaring wijzen de betrokken onderzoekers van de faculteit BMS op de ‘bredere context’. ‘De enquête vond plaats in een periode die zich kenmerkte door financiële druk, organisatorische aanpassingen en onzekerheid over de toekomst van het hoger onderwijs. Analyses laten zien dat de ervaren kwetsbaarheid van medewerkers in deze periode de sterkste voorspeller is van een afgenomen vertrouwen in de organisatie.’
Dat effect laat zich bijvoorbeeld sterk zien bij de faculteiten ITC en TNW. De afdeling HR verstuurde eind 2025 de enquête. Op dat moment zat specifiek ITC middenin hun reorganisatietraject. Zodoende kelderde het vertrouwen van ITC’ers van 6,7 in 2023 naar 5,3 in 2025. Ook meet het welzijnsonderzoek ditmaal de ‘kwetsbaarheid’ van UT’ers. Die valt met name bij ITC en TNW ‘significant hoger’ uit ten opzichte van andere eenheden op de universiteit.
Werkdruk
Op andere vlakken lijkt de UT wat terreinwinst te boeken. Zo is de score op ‘psychological safety’ verbeterd en die van ‘performance pressure’ gezakt. Ook ‘speak-up behaviour’ stijgt in score. Terwijl de UT op andere vlakken een wat wisselend patroon laat zien: waar de ‘mindfulness’-score daalt, terwijl ‘autonomy’ juist weer stijgt. En waar ‘mental well-being’ iets zakt, is de score op ‘strain’ – oftewel belasting – wat rooskleuriger.
Opvallende afwezige statistiek in het rapport is die over ervaren werkdruk. In het voorgaande welzijnsonderzoek gaf 49 procent van de UT-medewerkers aan een te hoge of veel te hoge werkdruk te ervaren. Ook al staat de vraag expliciet in de enquête, een grafiek ontbreekt. Enige indicatie geeft het rapport wel, op basis van de ervaringen van medewerkers: ‘Een groot aantal opmerkingen verwijst naar een hoge werkdruk, met name een hoge onderwijslast, administratieve last en onderbezetting als gevolg van vacaturestops of minder personeel.’
‘Eerst helderheid, dan relaties’
De onderzoekers zien meerdere positieve en negatieve factoren die het welzijn van UT-medewerkers beïnvloeden. Met name goede relaties op de werkvloer en respectvol leiderschap dragen bij aan de mate waarin medewerkers gedijen, concluderen de onderzoekers. Maar, ‘wanneer medewerkers zich blootgesteld voelen aan onzekerheid over besluiten, middelen of hun professionele toekomst, neemt het vertrouwen in de instelling af, ongeacht de kwaliteit van de interpersoonlijke relaties.’
Ze concluderen daarom dat de bevindingen in het rapport een ‘duidelijke strategische implicatie’ hebben voor de UT: ‘Medewerkers brengen relationeel welzijn consequent in verband met organisatorische randvoorwaarden, zoals duidelijke governance, transparante besluitvorming, hanteerbare werkdruk en administratieve eenvoud.’ Hun belangrijkste inzicht noemen ze een ‘sequentieprincipe’: ‘Structurele helderheid moet voorafgaan aan relationele zorg.’
Reactie CvB
In een bestuurlijke reactie onderschrijft het college van bestuur de conclusies en bevindingen in het rapport. ‘Het laat duidelijk zien dat de afgelopen periode waarin financiële uitdagingen, organisatorische veranderingen en bredere maatschappelijke ontwikkelingen impact hebben gehad op het gevoel van zekerheid en vertrouwen in de universiteit. Tegelijkertijd zien wij positieve ontwikkelingen, met name op het gebied van sociale veiligheid en de bereidheid om zich uit te spreken. De uitkomsten van dit onderzoek vormen voor ons een belangrijk kompas voor verdere verbeteringen.’