‘Let op jezelf en op anderen’

| Jelle Posthuma

Met desinfectiepompjes, markeringen en extra ventilatiemaatregelen is de UT omgetoverd tot ‘anderhalvemeteruniversiteit’. Het is de realiteit van een nieuw collegejaar. Wat tref je aan op de campus en wat moet je vooral wel of niet doen?

De universiteit vraagt haar medewerkers en studenten in de eerste plaats om zelfredzaamheid, stelt portefeuillemanager vastgoed Nico-Tom Pen. Hij zit in de ‘anderhalvemeterwerkgroep’ van de UT. ‘Het succes van de maatregelen is afhankelijk van de manier waarop mensen ermee omgaan. Ons devies is daarom: let op jezelf en op anderen.’

Veertig procent

Ook leidinggevenden krijgen een belangrijke rol’, weet Pen. Zij moeten nadenken over de werkroosters, zodat de bezetting op de campus niet boven de 40 procent komt.’ Chantal Hilgeholt, manager facility services, vult aan: ‘Als een medewerker aangeeft dat-ie maandag en donderdag wil werken op de UT, dan is het niet de bedoeling dat hij of zij ook op dinsdagochtend even naar de campus komt.’

Sommige coronamaatregelen op de campus zijn duidelijk zichtbaar. Zo staan bij alle ingangen inmiddels desinfectiezuilen en wijzen banners bezoekers op de coronaregels. Ook de schoonmaak krijgt extra aandacht, vertelt Hilgeholt. ‘Denk aan het schoonmaken van contactpunten, zoals de deurkrukken. Of het sanitair dat bij de bezette collegezalen tijdens het avondonderwijs een extra schoonmaakronde krijgt.’

In de gebouwen, die vanaf deze week volledig heropend zijn, zorgen looproutes voor een veilige ‘stroom’ van studenten en medewerkers. ‘Maar we stickeren zo min mogelijk’, zegt Hilgeholt. ‘Als je overal stickers met pijlen plakt, dan zien mensen het op een gegeven moment niet meer. Daarom krijgen alleen de knelpunten aanwijzingen. Voor alle overige delen van de gebouwen geldt: kijk rechts, houd rechts.’

Ventilatie

Dan is er nog de ventilatiekwestie. Hoe zorgt de UT voor een schone binnenlucht? ‘We willen om te beginnen niet te veel mensen in één ruimte’, vertelt Pen. ‘Daarnaast is bij ieder afzonderlijk gebouw door onze technische mensen gekeken naar de ventilatie. Deze is dusdanig aangepast dat er veel frisse lucht naar binnenkomt. Samen met de aangepaste lagere capaciteit is de ventilatie op de UT daarmee in orde. Een aantal gebouwen heeft geen mechanische ventilatie en is afhankelijk van natuurlijke ventilatie – of beter gezegd: het openzetten van de ramen of roosters. Deze gebouwen, zoals de Cubicus, krijgen extra aandacht. Het algemene devies luidt: ben je met meer dan één persoon in een ruimte, zet dan de ramen open.’

In de gebouwen houden de zogeheten ‘coronacoördinatoren’ de richtlijnen in de gaten, vertelt Hilgeholt. ‘Zij worden vanuit de eigen dienst of faculteit aangewezen. Het zijn dus geen ‘vreemde’ gezichten. De coördinatoren houden een oogje in het zeil. Als er bijvoorbeeld vijf mensen in een vergaderzaal voor drie personen zitten, dan zeggen ze daar iets van. Maar we hopen vooral dat medewerkers en studenten elkaar aanspreken. Wijs anderen op de anderhalve meter afstand.’

Alle betrokkenen die de campus de afgelopen maanden ‘corona-proof’ maakten, bevonden zich volgens Pen op ‘onontgonnen terrein’. ‘We hebben naar eer en geweten, en aan de hand van de richtlijnen van het RIVM, een plan uitgewerkt voor de UT. Vooral voor nieuwe studenten en medewerkers zijn fysieke ontmoetingen onmisbaar. Juist daarom faciliteren we weer fysieke ontmoetingen met 40 procent als veilige bezettingsnorm. Tegelijkertijd moet worden opgemerkt dat thuiswerken de norm blijft. We ‘’openen’’ de UT weer met een gerust hart. Al blijven we de situatie goed in de gaten houden.’