‘Volgende week wordt het spannend’

| Rense Kuipers

Alle hens aan dek deze dagen voor ICT-dienst LISA. Praktisch iedere UT’er werkt vanuit huis, docenten bereiden zich deze week voor op online onderwijs en cybercriminelen rammelen aan de poort. LISA-directeur Jan-Laurens Lasonder voorziet vooral problemen bij digitaal tentamens afnemen. ‘Zowel voor ons, landelijk als internationaal geldt: een goede oplossing is er nog niet.’

Het zullen ongetwijfeld hectische dagen zijn voor uw afdeling.

Lasonder: ‘Klopt. Iedereen maakt de switch naar digitaal werken. Het is wennen voor veel mensen om ineens van fysiek vergaderen over te schakelen op vergaderen via Skype for Business of BlueJeans. Maar we merken in de regel wel een steile leercurve; de meeste UT’ers raken snel aan dit soort software gewend.’

Kan het netwerk het allemaal bolwerken?

‘Op landelijk niveau wordt het spannend of de nationale infrastructuur het aankan. Op de UT merken we ook verschil in onze netwerkstromen. In het nabije verleden waren die vooral op de campus, nu van buitenaf naar de campus toe. Daardoor hadden we meer capaciteit voor onze VPN-verbinding nodig, waar de afgelopen dagen af en toe problemen mee waren. Maar ik heb algemeen gezien wel het beeld dat het goed gaat, vandaar ook de maatregel om gebouwen te sluiten. Ook al zijn we met Microsoft Teams bijvoorbeeld nog in een pilotfase, we merken dat het gebruik aantrekt.’

‘Volgende week wordt het vooral spannend, als de colleges – voor zover mogelijk – online plaatsvinden. We hebben namelijk niet alleen te maken met onze eigen digitale infrastructuur, maar ook met die van externe leveranciers zoals Canvas. We zijn vol goede moed en vertrouwen dat het allemaal goed komt. Als er ergens knelpunten of problemen zijn, zullen we daar snel op inspringen.’

Voor online onderwijs bieden jullie verschillende opties aan via de website van TELT. Hoe strikt zijn jullie daarin, of staan jullie open voor alternatieven?

‘Wat we aanbieden, daar staan we achter. Dat wil zeggen: we hebben de tools doorgelicht op privacy- en securityaspecten, dus deze kunnen we aanraden. We zien daarom ook liever niet dat iedere docent met persoonlijke voorkeuren aan de slag gaat, dan krijg je een chaotische situatie. Voor studenten is het niet handig en we weten niet of alle tools even veilig zijn. Dat wil overigens niet zeggen dat we niet voor alternatieven openstaan. Goede tools zijn welkom, maar het is verstandig om dat via de afdeling TELT te regelen. Zij kunnen de tools controleren. Goede, veilige en bruikbare opties krijgen een plek op de TELT-website die continu wordt bijgewerkt.’

Zijn er eigenlijk wel oplossingen om op afstand tentamens af te nemen, te promoveren of af te studeren?

‘Voor afstudeercolloquia en promoties zijn er geen onoverkomelijke problemen. Als we het hebben over digitaal tentamineren, dan wordt het een ander verhaal. Bij zogeheten summatieve toetsen, die voor een cijfer, hebben we normaal gesproken grote ruimtes met surveillanten die rondlopen om fraude te voorkomen. Zo’n situatie is niet één-op-één vertaalbaar naar een student die op z’n kamer een tentamen maakt. Eigenlijk moet je dan de hele ruimte kunnen zien, om te voorkomen dat iemand ter plekke geholpen wordt. Maar daar komen uiteraard weer privacyaspecten bij kijken. Zowel voor ons, landelijk als internationaal geldt: een goede oplossing is er nog niet en ik denk ook niet dat die makkelijk te vinden is. Dit is een belangrijk aandachtspunt voor ons, waar we hopelijk snel meer duidelijkheid over hebben en kunnen geven.’

Opvallend was de waarschuwing voor cybercriminaliteit in de mail van afgelopen maandag.

‘We zien inderdaad dat de aanvallen op onze digitale infrastructuur toenemen. Cybercriminelen zien hun kans schoon in de huidige situatie. Ons mailfilter onderschept heel veel, maar iedereen wordt verzocht om mails die niet onderschept worden door te sturen naar CERT, zodat zij dit soort mails kunnen blokkeren. Het gedrag van cybercriminelen is natuurlijk moreel verwerpelijk, maar ook logisch wanneer zij denken dat bedrijven en instellingen kwetsbaarder worden. Daar moeten we met z’n allen voor oppassen.’