Onderwijs op anderhalve meter

| HOP, Bas Belleman

Het coronavirus is voorlopig niet weg, dus universiteiten en hogescholen moeten bedenken hoe ze in de nieuwe situatie verdergaan. Van introductieperiode tot massacollege, de ‘anderhalve meter’ zet alles in het onderwijs op losse schroeven.

Bomvolle collegezalen zijn voorlopig verleden tijd. Samendrommen in de gangen kan even niet. En hoelang gaat het duren? Vrijwel niemand durft erop te rekenen dat we in september verlost zijn van het coronavirus.

Maar de poorten kunnen niet voor altijd gesloten blijven. Langzaamaan gaan we naar een anderhalvemetersamenleving, zoals premier Mark Rutte het noemt. Hoe gaat het ‘nieuwe normaal’ eruitzien in het hoger onderwijs?

Lang niet iedereen wil er al iets over zeggen. Het is te vroeg, horen we een paar keer. Even afwachten wat het kabinet volgende week zegt over het onderwijs. Maar anderen willen wel hardop denken.

Roosters en gebouwen

Voor één student heb je straks meer vierkante meters nodig. In een lokaal voor 32 studenten passen opeens nog maar acht studenten, schat voorzitter Paul Rüpp van Avans Hogescholen. Eigenlijk zijn alle gebouwen op slag te klein.

Dat heeft vermoedelijk gevolgen voor de lestijden. Misschien komen er noodgedwongen bijeenkomsten in de avonduren en op zaterdag. Wie weet heeft niet iedereen in dezelfde weken vakantie.

De stromen van studenten moeten bovendien in goede banen worden geleid. Aan de Hogeschool Rotterdam overwegen ze eenrichtingsverkeer in de gangen, vertelt voorzitter Ron Bormans. ‘En het rooster wordt veel complexer, want je kunt niet meer allemaal tegelijk klaar zijn met de les.’

Tentamens

Universiteiten en hogescholen breken zich het hoofd over online tentamens en privacybezwaren, maar het voortgezet onderwijs lijkt al een stap verder. Daar vinden alweer ‘fysieke’ schoolexamens plaats. Dat gebeurt bijvoorbeeld in een grote aula of verspreid over verschillende lokalen. Er zijn nu toch geen andere leerlingen. De tafeltjes moeten zo ver uit elkaar staan dat een surveillant er veilig tussendoor kan lopen.

Zoiets zal in het hoger onderwijs ook moeten, want je kunt niet alles oplossen met een cameraatje in de studentenkamer of met een take-home-opdracht. Bij Avans overwegen ze de Brabanthallen of grote sportzalen af te huren.

Werkgroepen en practica

Bijeenkomen om de stof te bespreken? Vaak kan het wel online, blijkt de afgelopen tijd. Even met elkaar zoomen of skypen is een goede manier om het aantal echte (en dus gevaarlijke) contacturen aan de universiteiten en hogescholen terug te dringen.

Maar hoe moet het met de practica? Een aankomend arts moet toch een keer leren luisteren met een stethoscoop. In een laboratorium sta je al snel met zijn allen om een proefopstelling heen om het goed te kunnen zien.

Ook sommige kunstopleidingen hebben het moeilijk. Een student aan een klassiek conservatorium moet in een orkest kunnen spelen. Misschien kun je plexiglazen schermen tussen de studenten zetten, maar ideaal is het niet. En hoe moet het met een student aan de toneelschool of de dansacademie? De lessen worden noodgedwongen individueler: meer monologen en danssolo’s, minder intieme scènes.

Hygiëne

Straks komen studenten en docenten weer het gebouw in. Hoe zal het gaan? Misschien komt bij elke ingang een pompje met handgel te staan en moet iedereen een mondkapje dragen. Je kunt zo streng zijn als je wilt: wie weet loop je straks door de bibliotheek als een astronaut op de maan. Ook in de kantines zal het allemaal anders gaan: alleen al de rij voor de koffieautomaat zal er anders uitzien.

Weigeren

Ook een belangrijke vraag: mogen docenten en studenten weigeren om naar het gebouw te komen? Ze kunnen goede redenen hebben. Stel dat ze in de risicogroep vallen en bijvoorbeeld al longproblemen hebben of dat hun bejaarde ouders of hun kwetsbare partners niet willen besmetten. Uit een enquête van de Algemene Onderwijsbond blijkt dat veel docenten in de rest van het onderwijs bezorgd zijn over de risico’s als de scholen weer opengaan.

Introductieperiode

Voor nieuwe eerstejaars is de crisis ook jammer: hoe moet het nu met alle introductiefeesten en de kennismakingstijd? De verenigingen en introcommissies moeten iets verzinnen, want knusse rijen slaapmatjes in de sporthal of hutjemutje in de kroeg gaat dit jaar niet lukken. En alles afblazen kan natuurlijk ook niet. Maar wat dan wel?

Denk aan opblaasbare sumoworstelaarpakken, hoepels om elkaar op afstand te houden, opblaasballen waarin je als een hamster op een groot veld rond kunt lopen enzovoorts. Of misschien kiezen de organisatoren wel voor online alternatieven, zoals virtuele stadstours of drankspellen via de app.

Maar niet elk probleem heeft een digitale oplossing, zegt rector Floris Hamann van het Groningse studentencorps Vindicat. ‘De introductietijd is vooral bedoeld om te enthousiasmeren, om jonge mensen klaar te stomen voor wat hopelijk de leukste tijd van hun leven wordt. Dat gevoel is online lastig over te dragen.’

De introcommissies en verenigingen kunnen hun plannen nu nog niet uitwerken. Ze kondigen alvast aan dat de introductie doorgaat en wachten de volgende persconferentie van het kabinet in spanning af. 

Toekomst

Wordt het ooit weer zoals vroeger? Ron Bormans van de Hogeschool Rotterdam denkt van niet. De kunst is zoveel mogelijk te herstellen wat zo waardevol was aan het oude onderwijs en tegelijkertijd te zien wat voor mogelijkheden het online-onderwijs biedt.