Wat betekent het UT-taalbeleid voor jou?

| Michaela Nesvarova

De UT heeft een taalbeleid uitgewerkt, waarin staat dat ‘Engels vanaf 2018 de formele taal van communicatie’ is. Er gaat dus op taalgebied wat veranderen, wat kan jij verwachten?

Studenten

Wie al aan de UT studeert, kan mogelijk ‘extra taalondersteuning’ verwachten. Vanwege klachten over het ondermaatse niveau van Engels van sommige studenten, wil de UT ‘investeren in het actief ontwikkelen van hun academische communicatievaardigheden, middels training in het eerste studiejaar’. De nadere invulling hiervan is nog niet bekend. Opleidingen moeten onderzoeken wat studenten precies nodig hebben en wat ze willen op het gebied van taaltraining en –toetsing. Dat geldt voor zowel Engels als Nederlands, omdat de universiteit ook studenten die de ambitie hebben hun Nederlandse taalvaardigheden te ontwikkelen wil ondersteunen.

Voor aankomende studenten verandert er eigenlijk niets. Van Nederlandse studenten wordt nog steeds verwacht dat ze de Engelse taal beheersen. Internationale studenten moeten nog steeds bewijzen dat hun Engels goed genoeg is.

Docenten

Het minimaal vereiste taalniveau om in het Engels les te geven blijft C1, maar vanaf nu moet je als docent die lesgeeft in het Engels bewijzen dat je dit niveau hebt. Zo niet, dan moet je op cursus. Docenten die onder het minimumniveau zitten, mogen niet in het Engels lesgeven. Om dit niveau te waarborgen, wordt taalevaluatie onderdeel van de jaargesprekken.

Wie voor de positie van docent aan de UT solliciteert, kan taalcriteria in de vacatures verwachten. En de universiteit wil Engelse bekwaamheid onderdeel maken van de Basiskwalificatie Onderwijs (BKO).

Promovendi

Omdat een promotietraject (voornamelijk) in het Engels is, hoef je als UT-promovendus geen veranderingen te verwachten. Wie solliciteert voor een promotieplek kan verwachten dat de gehele sollicitatieprocedure – inclusief gesprekken – in het Engels zijn. Dat geldt ook voor Nederlandse sollicitanten, die ook moeten bewijzen dat hun beheersing van de Engelse taal voldoende is.

Ondersteunend personeel

Afhankelijk van iemands functie, verwacht de UT van haar personeel B1- tot C1-niveau. Dat moet bij het werven van nieuw personeel duidelijk worden. En iedere kandidaat moet een deel van het sollicitatiegesprek voeren in het Engels. En – dit geldt voor iedereen – taalbeheersing wordt onderdeel van je jaargesprek. Het is aan je leidinggevende om je daarop te beoordelen.


Mocht je nog vragen hebben…

Als Engels de officiële voertaal wordt op de UT, moet ik dan de hele tijd Engels spreken?

Nee. Hoewel van iedere UT’er verwacht wordt dat je in het Engels kunt communiceren, hoef je je moedertaal niet op te geven. Volgens het nieuwe taalbeleid is het afhankelijk van de context en de mensen die betrokken zijn in een bepaalde situatie: ‘Het principe van inclusiviteit gaat hier op. Taalkeuze wordt overgelaten aan het oordeel van de aanwezige mensen. Het kan bijvoorbeeld Nederlands of Engels zijn. Als er gecommuniceerd wordt met niet-Nederlandse sprekers aanwezig, zou de communicatie in het Engels moeten zijn’.

Komen alle geschreven documenten exclusief beschikbaar in het Engels?

Nee, veel blijft tweetalig. Alle juridisch bindende documenten, brieven en bepalingen komen beschikbaar in zowel Engels als Nederlands. Externe bedrijfscommunicatie, zoals de website, sociale media en brochures blijven ook tweetalig.

Sommige zaken worden wel exclusief Engelstalig. Alle bewegwijzering op de campus en informatie op ledschermen wordt Engelstalig (tenzij het wettelijk verplicht is om in het Nederlands te hebben). Alle interne bedrijfscommunicatie zal exclusief in het Engels zijn. Denk daarbij aan zakelijke e-mails, nieuwsbrieven en de medewerkersportal.

Worden alle evenementen Engelstalig?

Niet echt. Ja, alle evenementen van de UT zelf (zoals de opening academisch jaar en de dies natalis) worden in het Engels gehouden. Maar alle culturele activiteiten zoals concerten, optredens en lezingen blijven in het Nederlands en/of Engels. In het beleid staat dat ‘we voor de komende tijd geen normen verbinden aan dit gebied’ (cultuur dus). Het college van bestuur moedigt wel alle partijen die bijdragen aan de universiteitscultuur aan om hun activiteiten in lijn te brengen met het UT-taalbeleid.