'TOM zet leerproces studenten onder druk’

| Rense Kuipers

De Uraad zocht tijdens de vergadering vanochtend duidelijkheid bij het college van bestuur over TOM en de invulling van minors binnen het onderwijsmodel. De Uraad wil meer vrijheid geven aan de opleidingen voor de implementatie van TOM, maar het CvB kan zich daar niet in vinden.

Photo by: Arjan Reef

Het CvB ging vanochtend dieper in op het advies van de Uraad om bij de invulling van TOM meer vrijheid te geven aan de opleidingen. De Uraad pleitte voor decentralisatie bij de implementatie van TOM, maar dat is volgens rector Ed Brinksma niet de oplossing. Zeker het reflectieonderwijs mag niet zomaar verdwijnen, omdat dat volgens hem altijd een profilerend element is geweest van de UT. ‘Je zet een kader en dat moet je een kans geven. Als je zegt dat mensen hun best moeten doen om het te laten werken, zie je dat ze het toch kunnen. We moeten daarom niet alles weggooien en opnieuw beginnen.’

Toetsengekte

‘De studentenwaardering is nog nooit zo laag geweest’, zei Dick Meijer namens de PvdUT-fractie. Hij sprak van een waardering van een 5,1 voor de ene TOM-module binnen de faculteit EWI en een 5,4 voor de andere. ‘Studenten klagen steen en been over de toetsengekte. Docenten geven aan dat ze anders willen, maar er wordt vastgehouden aan de TOM-principes omdat dat vanuit het management bepaald is.’

Daarnaast vond Meijer dat het leerproces van studenten onder druk komt te staan als je vanuit het TOM-principe alles wil plannen in 10 weken. Hij stelde voor om flexibeler om te gaan met de TOM-modules, bijvoorbeeld in de vorm van week 10 als uitloopweek en het plannen van herkansingen op een ander moment.

Brinksma sprak die kritiek tegen. ‘Modules die in het eerste studiejaar voor de tweede keer worden gegeven krijgen wel weer een hogere waardering. Het is ook geen TOM-voorschrift om intensief te toetsen, maar een zelfgekozen weg van de opleiding.’ Als dit een probleem blijkt te zijn, is het volgens Brinksma een idee om de implementatie van TOM niet in de handen van de opleidingen te leggen, maar meer te reguleren vanuit het management. ‘Maar zo gemakkelijk is het allemaal niet’, concludeerde hij, verwijzend naar de Technische Universiteit Eindhoven.

Zorgen over minorinvulling

Studentenfractie UReka maakte zich zorgen over de minors. Vooral over ouderejaars die 20 ECTS nodig hebben, terwijl vanaf volgend schooljaar sprake zal zijn van een ‘profileringsruimte’ van 30 ECTS, waarin studenten modules van 15 of 30 ECTS kunnen volgen. Brinskma stelde voor om in dat geval een module van 15 ECTS door de studenten aan te laten vullen met een vak van 5 ECTS.

Ook was het volgens UReka onduidelijk voor studenten welke minors ze mogen doen, omdat daar geen matrix voor beschikbaar is. Brinksma kon zich hierin vinden en gaat de mogelijkheid onderzoeken om naast informatie op de websites aanvullende informatie te verstrekken aan studenten.