'Veel buddyprogramma's werken niet goed'

| HOP, Petra Vissers

Veel universiteiten doen hun best om buitenlandse studenten welkom te heten en wegwijs te maken in hun nieuwe stad. Maar alle goede bedoelingen ten spijt, valt er nog genoeg winst te behalen, blijkt uit onderzoek van de LSVb.

Photo by: Tim Rijnhout

Nederlandse studenten en hun buitenlandse studiegenoten leven vaak langs elkaar heen. Buitenlandse nieuwkomers worden tijdens de introductie bijvoorbeeld aan andere buitenlandse studenten gekoppeld. Mentorprogramma’s zetten vaak weinig zoden aan de dijk, omdat het mentorprogramma in sommige gevallen slechts bestaat uit een aantal vluchtige ontmoetingen.

Het beleid is bovendien erg versnipperd. Sommige faculteiten hebben programma’s, terwijl andere helemaal niets doen. In sommige steden organiseert het European Student Network (ESN) ontmoetingen, in andere weer niet. Sommige Nederlandse studenten krijgen betaald om buitenlanders wegwijs te maken in allerlei praktische zaken, terwijl op andere plekken vooral gezamenlijke activiteiten worden georganiseerd.

Dat laatste werkt het beste voor de integratie, zegt de LSVb. Samen leuke dingen doen lijkt een betere basis voor vriendschap, dan samen allerlei praktische zaken regelen. En die vriendschappen komen niet alleen buitenlanders ten goede: ‘Veel Nederlandse studenten zouden het erg leuk vinden om meer contact te krijgen met buitenlanders’, zegt voorzitter Jorien Janssen. ‘Een Mexicaanse student zou je bijvoorbeeld kunnen helpen met je Spaans, of een Chinese studiegenoot kan je wellicht meer vertellen over ondernemen in Azië.’

Op de UT zijn zowel de Student Union als het ESN actief met een buddyprogramma, al heeft die laatste volgens het onderzoek van de LSVb te kampen met een tekort aan vrijwilligers. Het buddyprogramma van de Student Union draait sinds vorig jaar. In november werd besloten het project te verlengen.