Coulissen

| Redactie

Drie nieuwe leden van Uraad-fractie Campus Coalitie willen de medezeggenschap nieuw elan geven. Maar hun aanpak is oude wijn in nieuwe zak: ze opteren voor de constructieve rol achter de schermen. Een goed functionerende democratie bestaat bij de gratie van theater, dus vóór de coulissen.

De medezeggenschap in het hoger onderwijs heeft maar weinig belangstelling, daar is de UT geen uitzondering op. De coronacrisis hakte daar nog eens in: de medewerkersverkiezingen dit voorjaar gingen niet door. Te weinig kandidaten. Afgelopen week interviewde U-Today drie nieuwe leden van de partij Campus Coalitie. Zij werden gevraagd (in plaats van gekozen) voor de zetel. De nieuwelingen willen de Uraad nieuw elan geven, door een constructieve houding en een positief geluid. Maar juist die boodschap, is oude wijn in nieuw zak.

De medezeggenschap, centraal én op facultair niveau, is van onschatbaar belang. Het is de plek waar de gekozen vertegenwoordiging van de UT-gemeenschap het beleid kan toetsen, bekritiseren, ondersteunen en op onderwerpen zelfs kan afwijzen. Het is de plek waar eventuele overambitieuze bestuurders, die in de regel passanten op de campus zijn, afgeremd en bijgestuurd worden. Democratie, noemen we dat.

Een wellicht vervelende boodschap voor academici: politiek draait niet alleen om de inhoud. Een wezenlijk onderdeel is het theater, in de positieve zin, zoals bijvoorbeeld de politiek historicus en hoogleraar (een academicus dus) Henk te Velde liet zien. Een gekozen vertegenwoordiger zit namelijk voor een bepaalde tijd op het pluche, en daarbij zou die persoon verantwoording moeten willen afleggen aan de achterban. Daarvoor is de ruimte voor de coulissen nodig: op het theater dus.

De drie nieuwe fractieleden van Campus Coalitie kiezen voor de omgekeerde weg. Zij willen constructief meepraten met het college van bestuur. ‘Een discussie in de Uraad is meestal het laatste sluitstuk’, aldus Hanneke Becht, die al in de Uraad zat. ‘Wij willen wat leeft op de werkvloer in een eerder stadium aandragen bij het college.’

Dat klinkt mooi, maar daarmee vergeet Becht dat haar rol ook een openbare en dus theatrale is. Het moment om een signaal af te geven is bij uitstek in de Uraad, en niet alleen in de besloten vergaderkamers in aanloop naar de openbare vergadering. Juist in de openbaarheid kun je medestanders zoeken voor je standpunt. Kiest een raadslid voor de rol achter de coulissen, dan vervaagt de scheidslijn. De gekozen vertegenwoordiger dreigt dan een verlengstuk van het CvB te worden en de openbare Uraad-vergadering een hol theater van instemming.

En voor dat laatste zal het bijzonder lastig zijn om nieuwe kandidaten te vinden, laat staan UT’ers die hun stem uitbrengen.