Lokroep

| Redactie

Het commentaar van U-Today. De buitenwereld ziet graag dat de UT de samenwerking in de regio opzoekt. De universiteit doet er goed aan gehoor te geven aan die lokroep. Niet alleen door de stad in te trekken, maar ook het ommeland.

Eén dezer dagen ziet de nieuwe koers van de UT, bekend als het missie- en visiedocument Shaping2030, het licht. Uit dat document moet passie en ambitie spreken, zei collegevoorzitter Victor van der Chijs bij aanvang van het traject. ‘Het moet een uitnodiging zijn aan de UT-gemeenschap én aan de buitenwereld om samen te werken.’ U-Today sprak de afgelopen weken verschillende partijen buiten de UT om te horen hoe de buitenwereld denkt over de toekomstige universiteit. De rode draad: zoek vooral de samenwerking in de regio op en steek die ellendige Hengelosestraat over.

Naar aanleiding van het interview met Martha Riemsma, hoofdredacteur bij dagblad Tubantia, ontstond er een twitter-draadje. Riemsma stelde namelijk dat de UT meer zichtbaar mag zijn in Enschede en riep op om buiten de grenzen van de campus te treden. ‘Open een leslocatie in het centrum, verplaats een deel van de universiteitsbibliotheek naar de stad, of organiseer een DWDD-university.’ Dit geluid, om als UT vaker de stad in te trekken, laat zich af en toe horen. Dat is ook niet vreemd. Zo was het stadscentrum tot 2012 nog plaats van handeling voor de dies natalis, de verjaardag van de universiteit.

Die uitspraak van Riemsma bleek koren op de molen van universiteitshoogleraar Peter-Paul Verbeek. Hij zou van de Oude Kerk graag een Academiegebouw maken als binnenstad-satelliet van de campus. ‘Ik roep het al jaren’, twitterde hij. ‘Het tegenargument is dat het in strijd is met de campus-gedachte. Maar een zichtbare plek en rol in de stad kan prima samengaan met de campus: waarom zouden we ons er opsluiten.’ Verbeek plakte een toepasselijk filmpje in zijn tweet: daarin zien we zijn oratie in diezelfde Oude Kerk.

Dennis Schipper, CEO van technologiebedrijf en UT-spin-off Demcon, roept de UT ook op meer aandacht te hebben voor het achterland. Door het inzetten op internationale connecties, is de regionale aandacht ‘verwaarloosd’, denkt hij. ‘De universiteit is ooit opgericht juist voor de regio’. Die uitspraak past goed bij het betoog van Riemsma: een provinciestad te midden van het platteland heeft sterke partijen nodig die samenwerken. De UT moet haar rol daarin oppakken. Burgemeester Onno van Veldhuizen ziet die regio daarbij breder dan alleen Oost-Nederland: hij kijkt liever naar de driehoek Enschede-Münster-Osnabrück.

Nu is het natuurlijk niet zo dat de UT niets doet aan zichtbaarheid. Zo is er periodiek een science cafe in Concordia, Pre-U organiseert bijvoorbeeld Xperimenta voor basisschoolleerlingen en de UT is aanwezig op de Zwarte Cross. Maar er waren ook initiatieven die een stille dood stierven, zoals de Twente Science Night/Week of het jaarlijkse open huis.

Twente is een unieke regio, in geen andere streek in Nederland voelen mensen zich zó verbonden onder het begrip ‘tukker’. Ga naar het westen, en de Twentenaar herkent z’n gelijke met een bescheiden knik. Dus ja, de UT doet er goed aan om gehoord te geven aan de lokroep van partners buiten de campus en de Hengelosestraat over te steken. Helemaal mooi zou het zijn als de universiteit vaker de Drienerlolaan af gaat, richting stad én ommeland. Theater de Kappen in Haaksbergen, het Verborgen Theater in Boekelo, Stadstheater de Bond in Oldenzaal of het openluchttheater van Hertme: het zijn prima bestemmingen voor een regionale universiteit met wereldwijde uitstraling.