Inclusieve kaasstolp

| Redactie

Het commentaar van U-Today. De UT is een internationale universiteit waar inclusiviteit hoog in het vaandel staat. Maar dat is meer dan alleen Engels als voertaal. Het vraagt inzet, zowel van Nederlanders als internationals. Wie van plan is hier langere tijd of permanent te blijven, doet er goed aan ook de taal en cultuur tot zich te nemen.

De UT is een internationale universiteit waar inclusiviteit hoog in het vaandel staat, zo zei collegevoorzitter Victor van der Chijs een jaar geleden bij de uitwerking van het taalbeleid op de UT. Niemand zal tegen een inclusieve organisatie zijn, net als geen weldenkend mens tegen een gemeenplaats als mensenrechten is. Met de uitwerking van zo’n term is dat anders. Wanneer we bewapende drones inzetten om mensenrechten af te dwingen, verandert het sentiment.

In de Uraad werd deze week een analyse van het taalbeleid op de UT besproken. Daarin staan flink wat adviezen aan het college van bestuur. Een greep: maak duidelijker wanneer Engels de mores is en wanneer Nederlands kan, splits beter uit van welke groepen medewerkers we een bepaald niveau Engelse taalbeheersing mogen verwachten en horen internationale medewerkers niet ook basis-Nederlands te leren?

Die vragen raken een gevoelig punt, zo erkende ook het college van bestuur. Want internationalisering is meer dan verengelsing. En inclusiviteit is daarmee meer dan een gemeenschappelijke campustaal. Het gaat om wederzijdse verwachtingen. En om een open blik, aan de kant van Nederlandse studenten en medewerkers die open moeten staan voor andere culturen, maar net zo goed aan de kant van internationals die hier komen werken, wonen, boodschappen doen en naar de kapper gaan. 

Inclusiviteit is natuurlijk niet alleen voorbehouden aan de kaasstolp die de campus is. De UT is een belangrijke speler en werkgever in de regio, en heeft talloze contacten met het bedrijfsleven en de Nederlandse samenleving. Daar praten en schrijven we Nederlands met elkaar. Die samenleving verwacht van UT-afgestudeerden niet alleen een goed Engels, maar vooral ook een Nederlandse taalbeheersing.

Dat was ook meteen een gebrek in het sympathieke onderzoek van de groep studenten in de University Innovation Fellows. Hun antwoord op de vraag waarom talent Twente verlaat: deze regio is niet ‘divers’ genoeg. Dat is een klassiek kip-ei verhaal: is de regio niet divers, of doen internationals te weinig moeite om de gastcultuur te leren kennen? De waarheid ligt vast ergens in het midden.

Een gemeenschappelijke voertaal is niet zaligmakend. Een tijd waar we vooral niet naar terug willen is de verzuiling. Katholieken, protestanten, socialisten en liberalen spraken medio vorige eeuw weliswaar allemaal Nederlands, maar leefden compleet gescheiden van elkaar. Dat begon al op de bassischool en liep een heel leven door. De hele UT-gemeenschap opleggen om Engels te spreken, werkt het alleen maar in de hand dat mensen zich terugtrekken in hun eigen groep. Het gaat erom dat we elkaar kennen, begrijpen en respecteren.

Daarom is het goed dat de Uraad aandacht vraagt voor de integratie van de toenemende groep internationals. Die hebben zelf ook een verantwoordelijkheid. Willen zij hier prettig werken en leven, dan hoort daar eigen initiatief bij. In Nederland beginnen we de dag op de basisschool niet met het volkslied, zoals Amerika integratie afdwingt. Maar wie van plan is hier langere tijd of permanent te blijven, doet er goed aan ook de taal en cultuur tot zich te nemen.