Photo by: Gijs van Ouwerkerk
Spotlight

‘Het decanaat is geen beroep, maar een missie’

| Jelle Posthuma

Twintig jaar was Theo Toonen (69) decaan. In Leiden, Delft en de laatste acht jaar in Twente bij de faculteit BMS. Als bestuurder wilde hij de academische waarden beschermen. ‘Dat is altijd mijn drive geweest.’

‘Het is een goed teken dat ik weer een hele dag op de campus kan zijn’, begint Toonen. Vorig jaar september werd bij zijn vrouw kanker geconstateerd. Er volgden zware behandelingen en een intensieve herstelperiode. Door de ziekte van zijn vrouw moest Toonen een deel van zijn taken als decaan neerleggen. ‘Het is een niet te onderschatten situatie’, verzucht hij. ‘Op dit moment is het de vraag wat de pillen van de nabehandeling aan bijwerkingen opleveren. Gelukkig kunnen mijn vrouw en ik weer samen dingen doen, waaronder wandelen langs de Dinkel. Zelfs zoveel dat ik weer last van mijn knie kreeg. Vorige week heb ik nog twee spuiten in het MST laten zetten…’

Een voetbalknie, verklaart Toonen. ‘Ik heb vroeger altijd vrij hoog gevoetbald. In de jeugd speelde ik onder meer tegen de gebroeders Van de Kerkhof – en had ze in mijn zak. Rinus Israël was mijn favoriet. Ik speelde op dezelfde positie, als laatste man. Al kon ik ook uit de voeten op het middenveld. Ooit kreeg ik het aan de stok met een tegenstander die mij probeerde te beledigen door me te vergelijken met Willem van Hanegem.’ Toonen schiet in de lach. ‘Een groter compliment kon hij niet geven.’

Toonens voetbalverleden is onmiskenbaar wanneer hij terugblikt op zijn decanaat. Regelmatig gebruikt hij een kleedkamerterm om het reilen en zeilen binnen de faculteit of universiteit uit te leggen. ‘Dat gaat automatisch, maar mensen die niet hebben gevoetbald, begrijpen er soms niets van’, grijnst de decaan. Ook tijdens dit afscheidsgesprek komen haast Cruijffiaanse uitspraken voorbij. ‘Binnen een faculteit creëer je geen team door 4-3-3 of 5-3-2 te spelen. De structuur van een faculteit is niet zo belangrijk. Het gaat erom dat je samen op een systeem kunt trainen om een team te vormen.’ Of: ‘Als decaan ging ik soms met de bal aan de voet dwars door de linies heen.’

Profiel

  • Universiteit Twente, decaan van de Faculty Behavioural, Management and Social Sciences (BMS) 2015-2022
  • TU Delft, decaan van de Faculty of Technology, Policy/Governance and Management (TBM/TMP) 2008-2015
  • Leiden University, decaan van de Faculty of Social and Behavioural Sciences 2003-2008
  • Leiden University, Professor in Institutional Governance and Public Administration 1989-2015
  • Erasmus Universiteit Rotterdam, PhD in Public Administration, Intergovernmental Relations, Multi-Level Governance 1987
  • Radboud University, MSc Political Science, Public Administration - Economic Governance 1970 - 1976  

Academische waarden

Nu zijn afscheid als decaan van de faculteit BMS nadert, kijkt Toonen niet alleen terug op zijn tijd in Twente, maar op twintig jaar ‘decaan zijn’. Hij vervulde het decanaat in Leiden, Delft en Enschede. Het ‘decaan zijn’ is volgens hem geen beroep, maar een missie. ‘Ik vond altijd dat ik het moést doen. Als hoogleraar bestuurskunde had ik een prima wetenschappelijke carrière, ook internationaal. Maar dat vond ik niet genoeg. Een universitaire gemeenschap moet zelf de academische waarden beschermen. Ik ben nog uit de tijd dat werd gesproken over wetenschappelijk zelfbestuur. Academici dienen de verantwoordelijkheid voor dat bestuur te nemen. Je kunt klagen over de bureaucratie of er zelf iets aan doen. Dat was altijd mijn drive als bestuurder.’

'Mijn motto is altijd geweest: I am my own man'

Ook in Twente nam Toonen het beschermen van de academische waarden als uitgangspunt. Eind 2014 weet voormalig UT-rector Ed Brinksma de ervaren bestuurder met een list naar de campus te lokken. Hij vraagt hem een presentatie te houden voor de benoemingsadviescommissie die op zoek is naar een nieuwe decaan voor de faculteit BMS. Toonen doet zijn verhaal nadrukkelijk als adviseur, niet als kandidaat. In zijn presentatie vertelt hij de commissie over het betrekken van de sociale wetenschappen bij de techniek en technologie en het creëren van een interdisciplinaire faculteit. ‘Precies wat we later bij BMS hebben gedaan’, stelt Toonen. ‘Na mijn presentatie vroegen ze: waarom doen je het eigenlijk zelf niet? De rest is history. Een paar weken later kreeg ik Sinterklaasgedichten in het Twents.’

Bij zijn aantreden treft Toonen een fusiefaculteit in een ‘beroerde financiële situatie’ met tanende studentenaantallen. ‘Het was een faculteit – en nu zeg ik het in de woorden van één van de bestuursleden van de UT – die volledig op zijn gat lag. Eerlijk gezegd zat ik niet meer te wachten op een nieuw decanaat. Maar aan de Twentse opgave zat een zeker risico en dat trok me. Mijn motto is altijd geweest: I am my own man. Dit zou mijn laatste klus zijn, waardoor ik me onafhankelijk op kon stellen. Ook kreeg ik in Twente de gelegenheid om de aanzet tot iets nieuws te leveren: een faculteit van sociale wetenschappen én technologie. Daarom heb ik na een korte aarzeling toch ‘ja’ gezegd.’

Gemeenschap

Eén van de eerste dingen waar de nieuwe decaan mee te maken krijgt, zijn de scores in de landelijke studentenenquêtes. ‘Ik was hier vier dagen en had mijn eerste decanenoverleg. De Elsevier-enquêtes waren net gepubliceerd en iedereen zat besmuikt mijn kant op te kijken. De UT bungelde bijna helemaal onderaan. De waardering van verschillende BMS-opleidingen was laag. Daardoor werd de universiteit als geheel naar beneden getrokken. Na de vergadering ben ik vrijwel direct aan de slag gegaan. Ik had door mijn ervaring een idee wat ik moest doen. Alle relativering daargelaten: binnen twee jaar hadden we als BMS al enkele ‘topopleidingen’. Als faculteitsbestuur hebben we dat goed door weten te zetten.’

'Faculteiten zijn de hoekstenen van een universiteit'

‘Het heeft alles te maken met academische waarden’, weet Toonen. ‘Als het over ‘goed onderwijs’ gaat, willen mensen vaak praten over zogenaamde kpi’s, key performance indicators. Dat vind ik zo dom! Een universiteit is geen productorganisatie, maar een capaciteitsorganisatie. Talent, kwaliteit en waarden staan voorop. Het gaat er niet alleen om welke performance docenten in de collegezaal leveren, het gaat om het bouwen van een community waar studenten zich thuis voelen.’

‘Een goede voetbaltrainer creëert zo’n community’, vervolgt de decaan. ‘Van Gaal kan dat bijvoorbeeld. Ik besefte dat we ook binnen BMS een gemeenschap moesten bouwen. Een voorbeeld waren de voortdurende conflicten en onenigheden die er speelden rondom examencommissies. Er waren ongelijke regels voor opleidingen. De commissies gingen ieder voor zich en dat leidde tot onvrede en rivaliteit, ook onder studenten die vaak een ongelijke behandeling ervaarden. Ik wilde toe naar één regime; één facultaire gemeenschap. Dat is uiteindelijk ook gelukt.’

Foto: Toonen in actie op de UT-tennisbaan. Lees hier het interview over zijn wekelijkse tenniswedstrijd op de campus. 

De faculteit als hoeksteen

Naast het scheppen van een community benadrukt Toonen het belang van de faculteiten, die hij de ‘hoekstenen’ van een universiteit noemt. In de visie van Toonen is een faculteit dé plek waar onderzoek en onderwijs samenkomen. ‘Ik houd niet van de scheiding van academisch onderwijs en onderzoek in scholen en instituten. Zeker in Twente is de kruisbestuiving tussen onderzoek en onderwijs onmisbaar.’

Het belang en de autonomie van faculteiten moest hij als decaan voortdurend bevechten. ‘In Leiden, waar ik decaan was, zaten bestuurders van adviesbureau McKinsey in de raad van toezicht. Ze wilden een platte organisatie; de faculteiten moesten ertussenuit. Het CvB zou de vakgroepen voortaan rechtsreeks aansturen. Ze noemden het 40 speedbootjes. Ik zei: jongens, bij de eerste sluis varen al die bootjes zich vast. En nog belangrijker, je creëert eilandjes.’

‘Want wie controleert de hoogleraren en spreekt ze aan op academische normen en waarden? Het vervullen van de rol van primus interpares (de eerste onder gelijken, red.) is van oudsher een van de belangrijkste functies van de decaan. Als een decaan de mensen niet aanspreekt, gaat het mis. Ik heb reeds ruim voor #MeToo vrouwen tegen mannelijke collega’s in bescherming moeten nemen. Ook op andere punten is er een constante discussie over academische mores en integriteit. Zoiets gebeurt niet als je het middenniveau – de faculteit – uitholt. Dan worden die speedbootjes al snel koninkjes van hun eigen koninkrijk.’

'Met mij kun je slaande ruzie hebben en de volgende dag merk je er niets van'

Persoonlijk

Het bouwen van een universitaire gemeenschap en het belang van de faculteiten zijn de academische waarden die Toonen als decaan wilde beschermen. Bij het verdedigen van deze waarden hanteert hij het adagium ‘speaking truth to power’. ‘Ik vind dat je mensen moet kunnen aanspreken. Bij een academische gemeenschap hoort het voeren van een fel debat. Daar ontbreekt het in Twente nog wel eens aan, al gebeurde het in Leiden ook. Dingen worden veel te snel persoonlijk gemaakt. Met mij kun je slaande ruzie hebben en de volgende dag merk je er niets van. Dat is een beetje mijn temperament.’

Het persoonlijk maken van een zakelijk conflict speelde volgens Toonen ook tijdens een recente rechtszaak. De zaak draait om een lang slepend arbeidsconflict tussen de UT en een BMS-medewerker. De universiteit wil afscheid nemen, maar de vrouw gaat hiermee niet akkoord. Het CvB besluit de zaak aan de rechter voor te leggen. Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt door de rechter niet ingewilligd. De vrouw blijft in dienst van de UT.

Inhoudelijk wil Toonen weinig over de kwestie kwijt. ‘Ik vind persoonlijk van alles van deze zaak, maar kan daar als decaan niets over zeggen. Dit soort arbeidsconflicten zijn een universitaire aangelegenheid. Ik was als getuige aanwezig bij de rechtszitting, meer niet. Er zijn bovendien veel belangrijkere dingen gebeurd – ook al hebben die misschien niet de krant gehaald. Afgelopen week vond ik mijn allereerste interview als decaan van BMS terug. Ik was verbaasd toen ik het herlas, want de visie die in het stuk wordt neergezet is een-op-een gerealiseerd. De faculteit staat weer. Er is nog heel veel te doen, maar we hebben de afgelopen periode veel bereikt.'

Tanya Bondarouk, hoogleraar Human Resource Management en Technologie, wordt per 1 april de nieuwe decaan van de faculteit BMS. Voor Toonen lonkt het pensioen. ‘Een paar dagen geleden heb ik in mijn eentje mijn werkkamer opgeruimd en alles gesorteerd. Dat vond ik een mooi moment. Straks heb ik na twintig jaar niet meer de verantwoordelijkheid over een organisatie van 300 à 400 mensen. Eerlijk gezegd is dat best een opluchting. Het geeft rust.’

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.