In vijf jaar naar een interdisciplinaire faculteit BMS

| Paul de Kuyper

In een jaar of vijf wil decaan Theo Toonen van Gedrags-, Management- en Maatschappijwetenschappen (BMS) een interdisciplinaire faculteit maken.

Photo by: Gijs van Ouwerkerk

Drie weken is Theo Toonen aan het werk als decaan van de fusiefaculteit BMS. Van zijn werkkamer heeft hij al een vertrouwde omgeving gemaakt met aan de wand zelf geschoten natuurfoto’s uit Jemen en Kenia, en ook in de rest van Cubicus en Ravelijn weet hij zijn weg inmiddels te vinden, zo zegt hij.

Hij is erg gegrepen door ‘wat we in Delft comprehensive engineering noemden’, het betrekken van de sociale wetenschappen bij technologie. Als decaan van die universiteit zocht Toonen voor die koppeling van gamma en bèta de samenwerking met Leiden en Rotterdam.

‘Op de UT heb je alles potentieel onder één dak’, constateert hij tevreden. ‘Ik denk dat het verstandig is om als universiteit technologie en engineering centraal te stellen, en daar de sociale wetenschappen aan te koppelen. Daar vindt in het huidige tijdsgewricht de vernieuwing plaats.’

Visie voor BMS

Van BMS wil hij daarom een interdisciplinaire faculteit maken, de opdracht die hij overigens kreeg bij zijn aanstelling. ‘Dat wordt een hele opgave, want nu zijn het nog allemaal losse groepen.’

Een begin van een visie lag er bij zijn aantreden al. BMS moest uitgaan van social sciences for technology en technology voor social sciences. ‘Maar dat is niet genoeg. Dat is wetenschap voor de wetenschap, terwijl iedereen buiten de universiteit praat over grote maatschappelijke vraagstukken.’

Daarom wil Toonen de visie voor de nieuwe faculteit uitbreiden met de motto’s technology for a better society, en institutions (normen en waarden) for better technology.

Vier kernkwaliteiten

Combineer je die vier benaderwijzen dan komt Toonen tot vier ‘kernkwaliteiten’ waarop hij zijn faculteit de komende vijf jaar wil ontwikkelen. ‘Dat zijn integratie, methode, concept en impact, making the difference in a changing world.’

Integratie: ‘We moeten meer mensen met elkaar laten samenwerken. Binnen de faculteit, maar ook met de ingenieursfaculteiten. We gaan van multidisciplinair naar interdisciplinair en liefst transdisciplinair.’

Toonen neemt de gezondheidszorg als voorbeeld. Dat raakt aan de gedragswetenschappen, aan bestuurskunde, aan managementwetenschap, aan medische technologie, aan informatietechnologie, aan technische bedrijfskunde. ‘Niemand anders kan dat op een dergelijke manier behandelen als wij hier in potentie kunnen.’

Methode: ‘Er doet zich voor de faculteit een enorme kans voor op het gebied van nieuwe statistiek. Veel mensen spreken van big data, ik houd meer van nieuwe statistiek.’

‘Aan alleen data heb je niet zo veel. Je hebt wiskunde nodig en je moet visualiseren om al die heterogene data te analyseren. Ik ken nog niemand die dergelijke kennis in huis heeft’, aldus Toonen.

Concept: ‘Geen big data zonder big ideas. We moeten duiding geven die gebaseerd is op onderzoek.’ Daar kunnen de sociale wetenschappen een belangrijke bijdrage leveren, denkt de nieuwe decaan, evenals met theoretisch onderbouwde visies en oplossingsrichtingen voor grand challenges.

Bestaande concepten wil hij toepassen op nieuwe werelden. Een voorbeeld: ‘Er bestaan allerlei vormen van zelforganisatie. Concepten over zelforganisatie in het waterbeheer kun je toepassen op andere domeinen zoals smart grids voor energie of de gezondheidszorg.’

Impact, zijn vierde ‘kwaliteit’ voor BMS, wil Toonen breder trekken dan valorisatie en economisch ondernemerschap. ‘Er bestaat ook maatschappelijk ondernemerschap in de zorg, of hoe wijken ingericht worden.’

‘En valorisatie is ook de lerarenopleiding die wij in huis hebben. Docenten zijn cruciaal om kennis om over te brengen aan de maatschappij.’

Meer studenten als solide basis

Deze vier ‘kernkwaliteiten’ moeten de faculteit een eigen gezicht geven. Een tot in detail uitgeschreven visie ligt er nog niet – daarvoor zijn drie weken wat kort – en komt er ook niet, want de decaan houdt niet zo van ‘blauwdruk denken’. Veel moeten medewerkers onderling gaan invullen. ‘Daar zetten we onze middelen en energie primair op in.’

Een klein voorzetje wil Toonen wel geven. Hij denkt dat BMS meer moet programmeren op langdurige onderzoeksfinanciering van NWO en Europese fondsen om zo minder afhankelijk te zijn van kortlopend consultancywerk.

Daarnaast wil hij meer studenten naar de faculteit trekken. ‘Dat is nodig om een solide basis te hebben waarop je kunt bouwden.’

En op onderzoeksgebied wil hij inzetten op water en gezondheidszorg, en de samenwerking zoeken met wat de faculteit ITC doet op gebied van aardobservatie en geo-informatie.

Nooit af

Wanneer die nieuwe faculteit BMS er helemaal staat? ‘Het is nooit af. Maar ik zou al heel tevreden zijn als er over vier à vijf jaar een structuur is waaraan jonge wetenschappers verder kunnen bouwen. Dan zijn we een heel eind gekomen. En ik merk gelukkig dat een aantal mensen al op dit pad zitten.’