Photo by: Frans Nikkels
Spotlight

‘Het is tijd dat ik beter op mezelf ga letten’

| Rense Kuipers

Na een bijna dertigjarig dienstverband neemt Pim Fij vandaag afscheid van zijn ‘liefde’, de UT. Na jarenlang ‘aan’ te hebben gestaan, draait hij de knop nu volledig de andere kant op. Een afscheidsinterview. ‘Het helpt om een goede huisvader te zijn voor studenten: functioneel boos als ze over de schreef gaan, maar je beschermt ze onvoorwaardelijk.’

‘Wie wordt de nieuwe burgemeester/sheriff/brandjesblusser van de campus?’ Fij moet hardop lachen om de woorden in de tweet van UT-collega Katja Hunfeld, maar weet ook: ‘De omschrijving van de functie klopt helemaal’. De vacature voor zijn opvolger staat online. En deze ochtend had hij een gesprek met het wervingsbureau dat zich waagt aan de zoektocht naar de ‘nieuwe Pim Fij’, voor zover mogelijk. ‘Dat was wel gek, joh. Ze zagen dat ik ontzettend enthousiast en bevlogen ben, over het werk, de dienst… Ja, nog steeds! Maar ze hadden er ook begrip voor dat ik ermee stop. Tegelijkertijd, ik neem afscheid van mijn liefde – en dat valt verrekte zwaar, kan ik je vertellen. Ik heb mezelf pijn gedaan.’

'Geef me een probleem en ik los het op'

Aan staan

Dat besluit om te stoppen kwam voor veel UT’ers als een donderslag bij heldere hemel. Afgelopen najaar, op het Skagerrak tussen Noorwegen en Denemarken, knapte er iets bij hem. Het werk had zijn tol geëist, merkte hij. ‘Ik denk ook dat de coronacrisis een rol heeft gespeeld. Toen die begon was ik helemaal senang. In een crisis ben ik handelingsbekwaam, zoals ik het noem. Geef me een probleem en ik los het op. Die crisis heeft gewoon invloed op alles van onze dienst: de gebouwen, het terrein, de mensen, sport en cultuur. Daarnaast, veiligheidsissues zijn er altijd. En dat thuiswerken… Je moet mij niet alleen maar achter een beeldscherm op een zolderkamer zetten.’

En dan is er nog de persoon Pim Fij. Iemand die binnen en buiten de UT overal zijn gezicht laat zien – zelfs non-stop op sociale media lijkt te zitten. ‘De functie is dubbel, zowel intern als extern ben je praktisch overal bij betrokken. Ik vind het erbij horen, die betrokkenheid, maar ik sta wel altijd aan. Zeker door covid deed ik in het begin heel lang niets anders dan werken en slapen. Dat hou je geen twee jaar vol. Ik merk het gewoon aan mijn lichaam, heb last van hernia’s en van mijn schouder. Het is tijd dat ik beter op mezelf ga letten.’

'Ik heb geen moeite met beslissingen te nemen. Spijt hebben of terugkijken helpt niet'

Pain in the ass

Als student aan de sociale academie wilde hij ooit coördinator worden van een jongerencentrum. Die opleiding en Fij bleken geen goede match. Door de militaire dienstplicht vond hij zijn roeping: bij de squadron-administratie bleek het jasje van leidinggevende hem als gegoten te zitten. Een studie bestuurskunde volgde – en aan het eind van die studie een stage bij het stafbureau op de UT. Daarna, in 1988, ging Fij aan de slag als medewerker bij de financiële dienst. En al snel wist hij zijn weg omhoog te vinden binnen de UT. Vier jaar na zijn start bij financiën kwam hij terecht bij de beleidsondersteuning van het college van bestuur. En ineens lonkte een interim-directeursklus bij de toenmalige faculteit Toegepaste Wiskunde.

Pim Fij in 2014.

Vanaf midden jaren ’90 stapelden de directeursfuncties zich op voor Fij. Bij de faculteit Wijsbegeerte en Maatschappijwetenschappen, onder voormalig denker des vaderlands Hans Achterhuis. Bij de faculteit Informatica onder Peter Apers, opnieuw bij het CvB van Frans van Vught en bij de faculteit TNW onder Alfred Bliek. Tijdens de bloemlezing van zijn cv haalt Fij mooie herinneringen op. Hoe hij tijdens zijn eerste jaren op de UT nog met de band The Ice Gang toerde door Nederland en ‘s maandags met kleine oogjes in de Spiegel verscheen. Hoe hij bij zijn sollicitatiegesprek met Hans Achterhuis en de overige leden van het faculteitsbestuur doorzakte bij café Jansen en Janssen. Dat hij huidig universiteitshoogleraar Peter-Paul Verbeek, die toen nog als promovendus in de faculteitsraad zat, een pain in the ass vond – en noemde. En hoe de strateeg Frans van Vught al vroegtijdig Ed Brinksma (‘ik denk de meest geliefde rector die we ooit hebben gehad’) in het vizier had als zijn opvolger.

Pittige reorganisaties

Maar Fij ging ook de confrontatie niet uit de weg. TNW ontstond uit de samensmelting van twee faculteiten. ‘En elke faculteit had zijn eigen baasjes. Uit elke twee baasjes moest er eentje gekozen worden en we moesten zeven leerstoelen volledig opheffen, van secretaresse tot hoogleraar. Ik weet nog dat een techneut zijn lab na veertig jaar moest ontmantelen dat hij zelf ingericht had. Stond ik even later aan zijn deur met VVV-bonnen, want die kreeg je in die tijd. Natuurlijk was hij heel teleurgesteld en dat raakte me. Maar je moet doen wat je moet doen, op professioneel vlak. Ik heb geen moeite met beslissingen te nemen en ik kom er ook niet op terug. Spijt hebben of terugkijken helpt niet. Maar je komt wel in een situatie dat je ‘bloed’ aan je handen hebt. Je kan niet blijven zitten na zo’n reorganisatie.’

Dus moet je weg, weet Fij. De Stichting Leerplanontwikkeling klopte aan. Fij voelde zich vereerd en als titulair directeur ging het hem goed af. Maar toen hij doorgeschoven werd naar statutair directeur, leerde hij dat het werk van een bestuurder iets totaal anders is dan dat van een manager. ‘Ik ben niet van de grote lijnen en vergezichten, ik ben volgens mij een goede manager: geef me een opdracht en ik voer ‘m uit’, zegt hij erover.

Na een arbeidsconflict met de raad van toezicht en zijn ontslag was hij kort werkloos. En toen was daar weer de UT, in januari 2013. Een kopje koffie bij toenmalig vicevoorzitter Kees van Ast en secretaris Erik van Keulen en een interimklus diende zich aan: een ‘pittige reorganisatie’ van het Sportcentrum. ‘En dat was hoognodig’, zegt Fij. ‘Al tien jaar lang schreef het Sportcentrum rode cijfers, er was een structureel tekort van jaarlijks vijf ton. Er waren te veel managers, te hoge uitgaven en te weinig inkomsten. We sloten daarom een langjarig contract met ROC Sport & Bewegen. En er waren eerst drie zwemscholen die praktisch gratis gebruikmaakten van onze faciliteiten. Weg ermee. We kregen weer een eigen UT Zwemschool, die ontzettend goed loopt.

'We hebben meer dan genoeg adviseurs en meedenkers. Maar te weinig mensen die de mouwen opstropen en uitvoeren'

Handjes aan het bed

Na de interimklus werd hij hoofd Sport & Cultuur, daarna campusmanager en in 2015 schoof hij door naar directeur van het Facilitair Bedrijf, met de taak om één integrale campusdienst te vormen. En dat is het CFM dat we vandaag de dag kennen, tot grote tevredenheid van Fij. Maar hij ziet aan de vooravond van zijn vertrek ook een belangrijk verbeterpunt. ‘Klantvriendelijk waren we altijd al wel, dat zit in onze genen. Maar dat is iets anders dan studentgericht. Want zonder studenten kunnen we de tent wel sluiten. Wat brengt het voor studenten? Dat moet het vertrekpunt zijn, in plaats van: hebben we een haalbare en betaalbare businesscase?’ Fij is bijzonder gecharmeerd van de verenigingscultuur en de Student Union. ‘Mede dankzij de Union konden we bijvoorbeeld de UTrack aanleggen en de overkapping van het Openluchttheater realiseren. Zulke voorbeelden sterken mij in mijn overtuiging dat we als dienst nog wat te verbeteren hebben, vooral in de benadering richting besturen en commissies. Dat zijn geen studentjes, dat zijn bestuurders met een budget en verantwoordelijkheid. Die heb je verrekte serieus te nemen.’

In 2016, bij de opening van de Bootcamp.

‘Dat we de universiteit zijn die we zijn, dat komt door het verenigingsleven hier’, stelt Fij. En daarom baren twee ontwikkelingen hem in het bijzonder zorgen: de groei en de internationalisering van de UT. ‘Vooral in relatie tot het verenigingsleven. Het is misschien vloeken in de kerk, maar ik zie amper iemand uit Verweggistan zijn steentje bijdragen als bestuurder van een vereniging. De UT moet oppassen dat het bijzondere wel gewaarborgd blijft.’ En ook in personeel ziet Fij de UT groeien. ‘Vooral qua staf- en beleidsmedewerkers zie ik dat wij uitdijen. Ik mis de handjes aan het bed. We hebben meer dan genoeg adviseurs en meedenkers. Maar te weinig mensen die de mouwen opstropen en uitvoeren.’

Spijt heeft hij nergens van. Wel vindt Fij sommige dingen jammer. ‘Dat het bijvoorbeeld niet gelukt is om een rugbyvereniging hiernaartoe te halen, dat is een studentensport pur sang. En er was een tijd dat FC Twente bezig was met een eerstedivisieteam in het FBK-stadion, we hebben toen gekeken of we die atletiekvoorzieningen niet naar de campus konden halen. Maar de belangrijkste horde was de gemeentegrens tussen Hengelo en Enschede. Anders hadden we hier misschien wel een op-en-top topsportcentrum kunnen neerzetten. Hoe prachtig was dat geweest?’ En de dieptepunten? ‘Als een student zelfmoord pleegt, dat zijn verreweg de zwaarste momenten. De pijn, het verdriet en de impact voor zoveel betrokkenen, van de ouders, studie- en huisgenoten tot aan de beveiligers aan toe… Je probeert je dan altijd te verplaatsen in hen, maar dat is ondoenlijk.’

'Je moet kunnen schakelen tussen mensen in de postkamer, studentbestuurders en het college van bestuur. Die heb je allemaal even serieus te nemen'

Gezond verstand

Vandaag zijn er twee afscheidsrecepties voor Fij, gevolgd door een diner. Wat gaat Fij morgen doen, als zijn dienstverband er officieel op zit? ‘Mijn kleindochter ophalen. En misschien langs Ten Tusscher, om mijn nieuwe racefiets op te halen. Ja, ik was zo gek om er eentje te kopen, een prachtige nieuwe Trek. Moest van mijn vrouw Marian, een afscheidscadeautje voor mezelf, vond ze. Ik ben niet voor niets zo gek met haar.’ En daarna? In principe gaat Fij een dag voor zijn zestigste verjaardag met pensioen. ‘Je mag best weten dat ik al benaderd ben voor wat functies. Maar ik heb met mezelf afgesproken dat ik tot de zomervakantie niks doe. En ik zie wel hoe ik me erbij voel. ik weet niet wat het is om uit te staan, maar ik ken mezelf goed genoeg dat ik wel de goede dingen ga doen. Sowieso veel fietsen en mijn Fender Stratocaster weer eens afstoffen.’

Wat hij zijn opvolger wil meegeven? ‘Je moet kunnen schakelen tussen mensen in de postkamer en het college van bestuur. En je moet een goede relatie met de studentbestuurders opbouwen. Die heb je allemaal even serieus te nemen. Daarnaast heb je op deze plek geen specialist nodig, want die handjes aan het bed zijn veel belangrijker. Maar het belangrijkste is: voor alles wat op je afkomt hier, heb je gezond verstand nodig. Er is echt weleens een crisis, of gedoe met studenten. Als er in Wesselerbrink banken in de fik worden gestoken, dan staat de ME voor de deur. Op de campus helpt het om een goede huisvader te zijn voor studenten: functioneel boos als ze over de schreef gaan, maar je beschermt ze onvoorwaardelijk. Weet je, als je na zulke streken niet inwendig kunt lachen, dan moet je snel een andere baan zoeken.’