‘Ik wil rust en vertrouwen brengen’

| Rik Visschedijk

Dennis van Zijl begint in een roerige tijd aan zijn nieuwe functie als directeur Finance. De dienst zit in een reorganisatie en nam al afscheid van zeven medewerkers. ‘Mijn doel is om rust en vertrouwen te brengen. Niemand werkt prettig in een onveilige situatie, plezier in het werk is zó belangrijk.’

Photo by: Annabel Jeuring

Ja, hij twijfelde zeker of ‘ie deze baan moest nemen. ‘Na de eerste sollicitatieronde zei ik tegen mijn vrouw: dit wordt ‘m niet’, aldus Van Zijl. ‘Ik had twee gesprekken. De eerste met de benoemingsadviescommissie was nog leuk, maar daarna met de selectieadviescommissie. In dat gesprek kwam zoveel animositeit naar voren: het leek wel alsof ze eigenlijk geen nieuwe directeur Finance wilden hebben, zozeer werd het vuur me aan de schenen gelegd.’

Kort cv

Dennis van Zijl werkte vanaf 2013 als directeur financiën, studentenadministratie en control bij het ROC van Twente. Daarvoor was hij manager audit bij KPMG Accountants en hoofd controlling bij woonmaatschappij Mooiland Maasland in Grace en later bij ProWonen in Borculo. Hij vervult verschillende nevenfuncties. Zo is hij sinds kort lid van de raad van toezicht bij Stichting Consent en sinds 2015 lid van de raad van commissarissen van Woningstichting Consent. 

Dat er iets op de UT iets aan de hand was, proefde Van Zijl al voordat hij solliciteerde. Toen hij gepolst werd voor de functie, kreeg hij een functieprofiel van elf pagina’s. ‘Daarin zag ik dat de dienst in ontwikkeling is. Heel anders dan mijn baan op dat moment bij het ROC van Twente. Daar werkte ik de afgelopen zes jaar in een gespreid bedje.’

Geen verandermanager

Toch belde het recruitmentbureau voor een tweede ronde. Natuurlijk ga je dan, vindt Van Zijl. Maar wel met een duidelijke boodschap: als de UT een verandermanager zoekt, dan is hij niet de man. ‘Ik zat in een luxepositie, was erg tevreden in mijn rol bij het ROC. Daardoor kon ik eerlijk en open zijn. Die tweede dag op de UT liep heel anders. Ik kon duidelijk vertellen dat ik een directeur ben die het gesprek hoog in het vaandel heeft. Is er wrijving, loopt de samenwerking niet zoals verwacht? Laten we elkaar aankijken en praten. Dat is praktisch altijd de beste eerste stap.’

Inmiddels is Van Zijl bijna vier maanden aan de slag. Van die weerstand die hij in zijn eerste gesprek voelde, merkt hij niet veel meer. Ook intern zijn stappen gezet, zegt hij. ‘Dat moet ook. De reorganisatie die twee jaar geleden is ingezet, kwam natuurlijk niet uit de lucht vallen. In theorie klopte het verhaal: Finance moet meer een adviesclub worden. Maar de big bang, de grote verandering in één keer, dat is te veel van het goede. Onze medewerkers, stuk voor stuk professionele mensen, moeten tijd krijgen om de transitie door te gaan. Want niemand werkt prettig in een situatie waar-ie zich onveilig voelt. En de UT-organisatie moet ook groeien in die nieuwe constructie.’

Voor de dienst Finance geldt dat medewerkers minder gaan registreren, en meer kijken naar financiële kant van de bedrijfsvoering. Dat vraagt volgens Van Zijl capaciteiten die niet per se bij boekhouders passen. ‘Je moet goed kunnen communiceren en uitleggen waarom je bepaalde keuzes maakt. Dat vraagt inzicht, want onze mensen moeten weten wat de organisatie wil.’

Opvoeden

Maar ook voor de klanten van de dienst Finance verandert veel. Van Zijl: ‘Managers zijn gewend aan een vast gezicht en dat hebben ze nu minder. Met de keuze om meer business control te gaan doen, verwacht de UT ook iets van die managers. Zij zijn namelijk budgethouders en moeten hun financiën zelf ook begrijpen. Daar ligt een bijna opvoedkundige taak voor ons, want we moeten sommige managers bij de hand nemen. Daarom zeg ik: de doorontwikkeling van Finance heeft tijd nodig. Onze mensen én onze interne klanten moeten wennen aan die nieuwe manier van werken. Dat gaat niet over één nacht ijs.’

Met het gedwongen vertrek van zeven fte - in het begin van de reorganisatie - en daarbij wat natuurlijk verloop, heeft Van Zijl nu ruimte om nieuwe mensen aan te nemen. ‘Die frisse wind is goed’, denkt hij. ‘Onze dienst moet nu verder de ingeslagen weg in, en het is prettig om daar wat nieuwe energie bij te hebben. De komende tijd wil ik de deuren nog verder open zetten en vooral de campus opgaan. Want Finance moet niet een onzichtbare dienst zijn op de zesde verdieping van de Spiegel.’