Apen testen UT-technologie: ‘Sommigen gedragen zich als hooligans’

| Jari Dokter

Een aap die een apparaat niet gebruikt zoals bedoeld, maar het kapot of ondersteboven gooit. Voor onderzoekers van UT-vakgroep Human Media Interaction is dat geen mislukking, maar juist waardevolle informatie. In samenwerking met Stichting Apenheul onderzoeken zij hoe technologie aansluit bij het natuurlijke gedrag van kapucijnapen.

Photo by: Stichting Apenheul
Een witschouderkapucijnaap.

Onderzoekers van EEMCS-vakgroep Human Media Interaction willen weten hoe technologie het leven van geelborstkapucijnapen en witschouderkapucijnapen kan verbeteren en verrijken. Vooral in de winter kan dat van waarde zijn voor de dieren. ‘In die periode komen kapucijnapen minder vaak buiten vanwege koudere temperaturen', zegt universitair docent Robby van Delden. 'Ze hebben dan minder interactie met hun omgeving en minder motivatie. Onze interactieve en innovatieve installaties kunnen juist voor extra stimulatie zorgen.’  
 
Het onderzoek loopt al vijf jaar, maar donderdagavond gaf Van Delden voor het eerst in de Apenheul een lezing voor bezoekers en medewerkers over dit onderzoek. Hij test samen met masterstudenten, universitair docent Eveline van Zeeland (UT) en de zoölogie-afdeling van de Apenheul zes verschillende interactieve apparaten in de apenverblijven.

Interactie met bladeren 

De onderzoekers willen de apen niet achter een beeldscherm zetten, maar juist kijken wat ze uit zichzelf met een apparaat doen. Zo moet de technologie aansluiten bij het natuurlijke gedrag van de dieren. ‘We testen bijvoorbeeld een apparaat waar bladeren uit steken’, legt Van Delden uit. ‘In de natuur zijn kapucijnapen voortdurend bezig met het onderzoeken van hun omgeving en het zoeken naar voedsel. Door de bladeren van onze box op te tillen of te onderzoeken, activeren ze bewegingssensoren. Die kunnen licht of geluid aansturen, waarna het apparaat voedsel loslaat.’

Bij sommige testen gebruiken de onderzoekers bewust geen voedsel, om te zien of de interactie met de technologie op zichzelf interessant genoeg is voor de dieren. Ze kijken dan welk gedrag het oproept en of dat geen frustratie veroorzaakt.

Enkele installaties die de UT-onderzoekers gebruiken.

De onderzoekers willen de apen geen nieuw gedrag aanleren. ‘Het moet geen trucje worden’, zegt Van Delden. ‘Het gaat erom dat de technologie aansluit bij de gedragsbehoeften en natuurlijke gedragingen van de dieren.’ Een belangrijk onderdeel van het onderzoek is het stimuleren van zogenoemd ‘foerageergedrag’: het zoeken, pluizen, onderzoeken en verkrijgen van voedsel.

Apen als hooligans

Juist die interactie levert soms onverwachte resultaten op. Een aap gebruikte het prototype met bladeren vrijwel direct op een andere manier dan de onderzoekers voorzagen. ‘Binnen enkele seconden zwaaide een van de dieren ermee en gooide zelfs het apparaat op zijn kop, waardoor de eetbare zaadjes er al snel uitkwamen’, vertelt Van Delden. Dat zo’n aap een apparaat op een onverwachte manier gebruikt, is voor de onderzoekers juist interessant. ‘Het laat zien dat je bij apen niet volledig kunt voorspellen hoe ze een apparaat zullen gebruiken. De vraag die we onderzoeken is dus: wat wil het dier zelf doen en hoe kan technologie daarbij iets toevoegen?’ 

'Ik merk dat met name witschouderkapucijnapen snel dingen slopen' - Robby van Delden

Daarbij moeten de onderzoekers rekening houden met de kracht en nieuwsgierigheid van de dieren. De innovatieve apparaten moeten daarom niet alleen interessant zijn voor de dieren, maar ook bestand zijn tegen hun enthousiasme. ‘Ik merk dat met name witschouderkapucijnapen snel dingen slopen. Sommige dieren gedragen zich als hooligans. Als we ze potten en pannen zouden geven, weten ze daar wel raad mee’, aldus de UT-wetenschapper.

Van prototype naar verblijf

Op korte termijn ligt de nadruk op het verbeteren van de prototypes. Daar moeten de observaties van de wetenschappers bij helpen. Die prototypes moeten technisch verder worden ontwikkeld en stevig genoeg zijn om langdurig in de drie verblijven te hangen zonder dat de apen ze snel kapotmaken.

De UT-onderzoeker hoopt de komende twee jaar een volgende stap te zetten: van testapparaten naar volwaardige installaties voor in de dierverblijven- of leefgebieden. Daarvoor is verdere ontwikkeling en financiering nodig. ‘Zodra we onder andere met crowdfunding de financiering rond hebben, gaan we op zoek naar een bedrijf om de productie te verwezenlijken’, zegt Van Delden, die het onderzoek niet beschouwt als kortlopend experiment. ‘Het liefst doe ik hier de komende tien tot twintig jaar onderzoek naar.’

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.