Letschert vindt het triest dat bijeenkomst Joodse studenten niet door kon gaan in Maastricht

Het is onacceptabel dat een bijeenkomst van Joodse studenten aan de Universiteit Maastricht niet doorging vanwege zorgen om de veiligheid, vindt minister Rianne Letschert.

In een debat over het wetenschapsbeleid stelden allerlei partijen in de Tweede Kamer vragen over een kleine bijeenkomst van een Joodse studentenvereniging die de Universiteit Maastricht heeft geschrapt vanwege zorgen om de veiligheid.

De lezing ging over de aanslag van Hamas op 7 oktober en de drie jaren erna. Voor- en tegenstanders van de bijeenkomst riepen aanhangers op om erheen te komen en de universiteit durfde het niet meer aan. De studentenvereniging en de betrokken pro-Israëlische organisatie StandWithUs reageerden woedend.

Onacceptabel

Minister Letschert, voorheen collegevoorzitter van de Universiteit Maastricht, vindt het triest dat de bijeenkomst niet door kon gaan. Ze wil met universiteitenvereniging UNL in gesprek. Dat de bijeenkomst geen doorgang kon vinden, noemde ze in het Kamerdebat ‘onacceptabel’.

De universiteit zou hebben overlegd met de burgemeester, het Openbaar Ministerie en de politie, voordat zij besloot om de bijeenkomst te schrappen. Verplaatsen lukte niet: de nieuwe locatie werd meteen gelekt.

De minister wilde niemand de schuld geven, maar denkt wel dat het beter kan. Haar collegaminister van Justitie en zijzelf hebben onlangs nog samen met universiteitsbestuurders overleg gevoerd met burgemeesters, het OM en de politie.

Letschert baalt kennelijk dat bestuurders en de lokale autoriteiten zelf het wiel moeten uitvinden als ze met een dreiging worden geconfronteerd. Ze wil een ‘meer uniforme’ reactie als zulke situaties ontstaan, zei ze tegen de Kamer, ‘zodat universiteitsbestuurders daarop kunnen rekenen en op kunnen vertrouwen’. Die gesprekken worden voortgezet.

Peloton politieagenten

JA21 vroeg zich af waarom de lokale autoriteiten niet gewoon een peloton politieagenten stuurden om ervoor te zorgen dat het door kon gaan. Het ging om een kleine bijeenkomst, hoe groot kon de dreiging zijn?

Ook het CDA stelde hier vragen over. Ze snapte dat de politie nog weinig kan doen zolang er geen ‘verstoring’ is en dat de universiteit zelf een inschatting moest maken, ‘maar op deze manier kan je natuurlijk altijd zorgen dat een bijeenkomst van Joodse studenten niet kan doorgaan.’

‘Ik denk dat wij het eens zijn’, zei de minister, ‘de vraag is alleen wat voor maatregel u dan van mij verwacht.’ Zij kan moeilijk bepalen wat de politie in zo’n geval moet doen; die bevoegdheid heeft ze niet.

Ze kan dus alleen praten met de betrokkenen om zulke situaties voortaan beter aan te pakken. De VVD snapte dat, maar maande tot spoed: ‘Dit schaadt het aanzien van universiteiten.’

Academische vrijheid

De partijen zien het schrappen van de bijeenkomst als een aantasting van de academische vrijheid. Dat wekte enige irritatie bij D66. Die maakt zich ook zorgen over deze gebeurtenis, maar leek met name JA21 krokodillentranen te verwijten. JA21 was in het verleden voorstander van een meldpunt voor linkse docenten. Is dat dan geen bedreiging voor de academische vrijheid?

JA21 vond dat wel meevallen. Het gevaar komt vooral van binnen de universiteiten, was de redenering, door conformisme en zelfcensuur. Kritiek op critical race theory zou er bijvoorbeeld geen ruimte krijgen, claimde de partij zonder nadere toelichting.

Drie rapporten

De minister wilde haar visie op academische vrijheid overigens nog niet delen. Ze heeft twee adviezen van wetenschapsgenootschap KNAW gekregen, maar wil daar pas op reageren na een derde rapport, van het Rathenau Instituut. En dat ligt er nog niet.

Gaat ze de academische vrijheid met nieuwe wetgeving beschermen, zoals de KNAW adviseert? Kamerleden vroegen ernaar, maar kregen dus geen antwoord. De minister komt er voor de kerst op terug, beloofde ze.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.