Vorig jaar wilde het team ook al meedoen aan de Portugese wedstrijd, maar onderweg kregen de studenten te maken met flinke tegenslagen. ‘Vier van onze testlanceringen werden afgelast vanwege branden en andere incidenten op de testlocaties’, vertelt UT-studente Defne Kutsal, verantwoordelijk voor de externe relaties van het team. ‘Daardoor was het bijna onmogelijk om ons goed voor te bereiden op de wedstrijd.’
Papierwerk
Alsof dat nog niet genoeg is, komt bij ieder transport van en naar de testlocaties een flinke papierwinkel kijken. ‘We werken met explosieve materialen, dus we hebben speciale vergunningen nodig. Zelfs voor het vervoeren van losse onderdelen van en naar een testlocatie’, legt technisch manager en UT-student Jeronimo Rojas uit. Hij houdt zich bezig met het ontwerp van het aandrijfsysteem.
‘Ik denk dat inmiddels ruim de helft van ons werk bestaat uit het invullen van formulieren’, zegt UT-student en teamlid, Ata Özenci. Zijn subteam bouwt vanaf de grond een compleet nieuwe raket, ENOS genaamd.
Bommen bouwen
‘Het probleem is dat je het product dat wij bouwen kunt zien als een bom die we gecontroleerd laten ontploffen’, vult technisch manager Evalds Jēkabs Grava aan. ‘Als één bout niet goed vastzit, heb je in feite een granaat.’ Zijn subteam richt zich op de ontwikkeling van een zogenoemde e-hopper, een soort drone waarmee het team software voor de vluchtbesturing en algoritmes voor verticaal landen kan testen.
Özenci merkt daarnaast dat testcentra minder welwillend zijn geworden tegenover studententeams die raketten bouwen. ‘Er zijn drie locaties in Nederland en bij minstens twee ervan is het management gewisseld. Ze zijn behoorlijk streng met de regels. Die zijn op zijn zachtst gezegd niet met ons soort teams in gedachten opgesteld.’
Andere studententeams die raketten bouwen lopen tegen dezelfde muur aan. ‘Terwijl het werk dat we doen juist van grote waarde kan zijn voor Europese ruimtevaartprogramma’s of de Nederlandse defensie-industrie.’
RISE lobbyt samen met andere Nederlandse raketbouwteams bij de overheid voor soepelere regels. Ondertussen kijkt het team volgens Kutsal ook naar alternatieven buiten Nederland. ‘Duitsland is dichtbij, misschien kunnen we daar een geschikte locatie vinden.’
Deadlines
Het werk van de sub-teams komt uiteindelijk samen in de ENOS-raket, waarmee het team in april 2027 wil meedoen aan EuRoC-competitie. Maar de eerste deadline is 1 december, dan test RISE de E-Hopper. ‘Het ding ziet er niet uit, maar de technologie erachter is megavet,’ aldus Grava.
Kader:
Project Alpha
RISE telt inmiddels 55 leden. Het is daarmee uitgegroeid een van de grotere studententeams van de UT. Het team is opgedeeld in subgroepen die zich allemaal richten op een afzonderlijk onderdeel van het bouwproces. Op deze manier kan elk subteam zelfstandig vooruitgang boeken.
De kennis die ze afzonderlijk opdoen, moet uiteindelijk samenkomen in het einddoel: Project Alpha, de eerste door studenten ontwikkelde raket op biobrandstof die zelfstandig kan landen.