Wetenschappers moeten niet mopperen over afgewezen aanvragen, zegt ERC-voorzitter

Landen uit Centraal- en Oost-Europa winnen relatief weinig Europese onderzoeksbeurzen. Dat kan veranderen als ze zelf meer investeren in onderzoek, zegt ERC-voorzitter Maria Leptin in een interview met het HOP.

Photo by: Michael Wodak, Medizin Foto Köln

Europa wil concurreren met landen als China en de Verenigde Staten. Onderzoek en innovatie spelen daarbij een belangrijke rol. Daarom kent de Europese onderzoeksraad ERC beurzen toe aan wetenschappers met goede ideeën.

Maar niet alle landen zijn even succesvol bij het aanvragen van deze beurzen. Nederland weet relatief veel geld binnen te harken, maar landen uit Centraal- en Oost-Europa hebben minder succes. Dat kan het draagvlak voor het Europese onderzoeksbeleid aantasten.

Volgens Maria Leptin, voorzitter van de ERC, ligt de oplossing bij de landen zelf. ‘Iedereen maakt evenveel kans op een beurs’, stelt ze. ‘Maar niet iedereen heeft dezelfde omgeving om goed onderzoek in te doen.’

Hoe zorg je ervoor dat deze achterblijvende landen meer beurzen winnen?

Leptin: ‘Landen die serieus investeren in wetenschap weten na verloop van tijd ook meer beurzen te bemachtigen. We doen bij de ERC ook veel om achterblijvende landen te helpen, bijvoorbeeld via mentorprogramma’s, maar we kunnen weinig bereiken zonder inzet van het land zelf.’

Lopen we niet het risico dat landen als Nederland geld blijven binnenslepen, daardoor beter onderzoek kunnen doen, en zo bovenaan blijven?

‘Ja, natuurlijk. Het is een vicieuze cirkel. Onderzoekers gaan naar de meest interessante omgeving. En die wordt nóg interessanter als er meer geld naartoe gaat. Juist daarom is het belangrijk dat achterblijvende landen zelf een aantrekkelijke omgeving creëren. Niet elk land kan in alles excelleren. Landen kunnen het best gericht investeren in onderzoek waar ze al sterk in zijn.’

De competitie om Europese beurzen is groot. Zouden onderzoekers niet meer moeten samenwerken, in plaats van concurreren?

‘Dat doen ze al. Ik ben zelf een onderzoeker. Natuurlijk ben je aan het concurreren als je een probleem wilt oplossen. Wetenschap ís competitief. Maar onderzoekers werken ook intensief samen. We zijn een mondiale gemeenschap. We praten voortdurend met elkaar en als er kansen zijn om samen te werken doen we dat.’

Leptin deed als bioloog jarenlang onderzoek naar de manier waarop een embryo zijn vorm krijgt, onder meer door de fruitvlieg te bestuderen. Ze is sinds 2021 voorzitter van de Europese onderzoeksraad.

Onderzoekers steken veel moeite in hun aanvragen, terwijl ze weinig kans maken. Wordt er niet te veel tijd verspild?

‘Het schrijven van een onderzoeksvoorstel is geen verspilling van tijd. Dat zeg ik uit eigen ervaring, maar ook op basis van wat ik hoor van andere wetenschappers. Het dwingt je heel scherp na te denken over wat belangrijk is, wat minder belangrijk is en wat de beste manieren zijn om je doelen te bereiken. Het zorgt er daarnaast voor dat je met collega's overlegt en samenwerkingen zoekt. Nadenken over je werk is nooit tijdsverspilling. Het is juist essentieel voor goede wetenschap.’

Toch probeert de ERC het aantal aanvragen in te dammen. Er lag een voorstel op tafel om afgewezen onderzoekers een jaar extra te laten wachten.

‘We moeten de regels aanscherpen omdat we simpelweg te veel aanvragen ontvangen. Onze panels kunnen ze niet allemaal verwerken. We hebben het voorstel toch teruggedraaid, na kritiek dat we niet genoeg vooraf hadden gewaarschuwd. Maar in de toekomst zullen we dergelijke beperkingen mogelijk wel invoeren. Leuk is het niet. Voor ons niet en voor de panels niet. Maar we moeten een oplossing vinden.’

Er zijn veel politici, ook in Nederland, die graag zien dat wetenschap bruikbare resultaten oplevert. Voelt de ERC die druk?

‘Als die druk er is, dan kies ik ervoor om er niet naar te luisteren. Maar natuurlijk moeten we ons wel verdedigen. Politieke druk uit zich ook in een budget dat niet genoeg meegroeit.’

Hoe verdedigt u het belang van fundamentele wetenschap?

‘Fundamentele wetenschap levert bruikbare resultaten, alleen weten we niet van tevoren wélk onderzoek precies nuttig zal blijken. Er is niet één briljant idee dat binnen een paar jaar al onze problemen oplost.’

‘Politici willen geld investeren in actuele problemen in de echte wereld. En dat is belangrijk. Dat moeten we ook doen. Maar de oplossingen voor die problemen in de wereld komen voort uit onderzoek dat tien of twintig jaar geleden is gedaan, toen niemand nog wist waar het goed voor zou zijn.’

EUR-voorzitter: ‘Sterk Europees onderzoek maakt ook Nederland beter’​​​​​

Beleidsmakers, bestuurders en wetenschappers kwamen deze woensdag naar het International Institute of Social Studies in Den Haag, een faculteit van de Erasmus Universiteit Rotterdam, om te praten over de toekomst van Europa. Naast ERC-voorzitter Leptin waren bijvoorbeeld onderwijsminister Rianne Letschert en NWO-voorzitter Marcel Levi aanwezig.

Collegevoorzitter Annelien Bredenoord van de Erasmus Universiteit opende de bijeenkomst. Zij was tevens lid van de expertcommissie (de Heitor-groep) die de Europese Commissie adviseerde over Horizon, het EU-programma voor onderzoek en innovatie.

U spreekt van een belangrijk moment voor Europa. Wat bedoelt u daarmee?

‘Omdat we op een kruispunt staan. China en de VS investeren fors in wetenschap en innovatie, terwijl het in Europa juist de andere kant op lijkt te gaan. En dat terwijl de EU nu onze wetenschappelijke koers voor het komende decennium bepaalt.’

Is geld het enige wat telt voor onderzoekers?

‘Nee, Europa biedt ook vrijheid en democratie. Dat maakt het aantrekkelijk om hier te wonen en te werken. Je hebt zowel geld als een goed onderzoeksklimaat nodig om wetenschappers aan te trekken.’

Sommige lidstaten profiteren nauwelijks van het EU-geld voor onderzoek. Moet daar iets aan veranderen?

‘Dat is inderdaad belangrijk, en niet alleen voor die landen zelf. Ook Nederland gaat erop vooruit als de wetenschap in heel Europa sterker wordt. Het concurrentievermogen zal toenemen. Sommige landen met een traditie van kennisontwikkeling en onafhankelijke wetenschap hebben misschien een voorsprong, maar in de landen die nu minder meeprofiteren zijn de mensen uiteraard net zo getalenteerd.

Is dat een gedeelde verantwoordelijkheid of moeten die landen vooral zelf aan de slag?

‘Als die landen investeren in kennis, dan kunnen ze echt naar een hoger niveau klimmen. Maar ik ben een Europeaan in hart en nieren. We moeten naar Europa als geheel kijken, en niet alleen naar de afzonderlijke lidstaten. Excellentie is belangrijk bij het toekennen van Europees wetenschapsgeld, maar we moeten wel nadenken hoe we die criteria hebben bepaald. Helemaal objectief is het nooit. Er kan culturele bias insluipen en daar moeten we voor waken.’

 

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.